Het menselijk wereldbeeld

“…Nederland, Europa, wereld, zonnestelsel, melkwegstelsel, heelal”. Dat gaan schoolkinderen van een jaar of tien aan hun adres toevoegen, als ze de eerste beginselen van de astronomie leren. Daar hebben ze plezier in. Natuurlijk laten ze die toevoegingen gauw weer weg. Het was maar voor de lol.

Net als zo’n lijstje de ruimte in, zou je ook een lijstje kunnen maken naar achteren toe. “Mens, primaat, zoogdier… Kwartair… Aarde, zonnestelsel, melkwegstelsel… Big Bang”. Dat is het evolutionaire wereldbeeld. Het is, in combinatie met het vorige, het wetenschappelijk wereldbeeld.

IJl

Eenmaal zo bezig, ben je niet tevreden met welk eindpunt – of beginpunt, het ligt er maar aan hoe je het bekijkt – dan ook. Wat was er voor de Big Bang? Niets? Andere heelallen? Behoren wij met vele universums tot een ‘multiversum’? Is het heelal ‘eindig, maar niet begrensd’? Meer dimensies… Elf dimensies…? Je verliest je in ijle speculatie – waar je niet kunt ademhalen. Ook wetenschappers gaan al vrij gauw weer terug naar waar ze mee bezig waren.

Aan het oculair van hun telescoop. Of dat van hun microscoop. In hun laboratorium. Aan hun bureau.

Zonsopgang

Maar toen diezelfde wetenschapper vanmorgen onderweg was naar zijn werk, zag hij de zon opgaan. Het beloofde een mooie dag te worden. Hij dacht niet dat de zon om de aarde draaide. Ook niet andersom. Hij dacht helemaal niet. Hij zag het, en hij vond het mooi. Hij ervoer het, terwijl hij zijn aandacht bij het verkeer hield. Hij dacht nog even aan zijn gezin. Aan het ontbijt vanmorgen.

Nu zijn wij geneigd om dat wetenschappelijke wereldbeeld modern te noemen; het wereldbeeld van deze tijd. Een ander wereldbeeld is dan van vroeger. Ouderwets; passé. Of: het wetenschappelijke wereldbeeld vinden we ‘eigenlijk’, het andere populair, of ‘bij wijze van spreken’.

Menselijk

Maar dat is niet zo. Als een wetenschapper, omdat hij overtuigd is dat de aarde om de zon draait, niet meer de zon ziet opgaan, als een echte ervaring, is er iets mis met hem. En een wetenschappelijk gevormd arts moet voor het gesprek met een patiënt zich weer opnieuw de menselijke taal aanleren. Als dokter, met z’n kennis, maar ook z’n verlegenheid met de situatie, z’n onzekerheid over het verdere verloop van de ziekte, met die medemens  aan de andere kant met z’n angst en hoop. Die kant, waar hij op een keer ook zal zitten.

Met andere woorden – wat theoretischer – : wetenschappers hebben de neiging zichzelf als het subject van hun wetenschappelijk werk te vergeten of te negeren. Ze zijn gevangen in een subject-objectschema, waarbij ze het subject vergeten. In termen van de Calvinistische Wijsbegeerte: ze zijn gevangen in het natuur-vrijheidschema, de polariteit van het westerse denken. Maar wetenschap kan niet objectief zijn. Het blijft altijd een menselijke activiteit. Mensen bedrijven wetenschap, met hun motieven en hun doelen. Wetenschappers zijn geen ogen plus hersenen, maar menselijke organismen.

Medemensen van Jezus

Waar ben ik? Wat is mijn adres? Woon ik op een stofje bij een sterretje ergens aan de rand van een van de miljarden sterrenstelsels, onvindbaar in een heelal? Ben ik een guppie in de Amazone?

God is oneindig groot. Hij heeft alles geschapen wat we in de wetenschap ontdekken. Toch heeft Hij niet het universum naar zijn beeld geschapen, maar ons.

Hier op deze aarde, even buiten een bepaalde stad, is zijn enige Zoon gestorven. In dat bepaalde jaar, op die bepaalde dag. En, een weekend later, opgestaan. Als een van ons, voor ons. Het zijn zijn medemensen, die wetenschap bedrijven.

23-2-2012

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *