Vasten en verdriet

Vasten lijkt wel een groot avontuur. En dat zal het ook heus wel zijn voor weldoorvoede Nederlanders vandaag. Schrijvers kwetteren erover als een basisschoolklas ’s morgens vroeg bij de schoolreisbus. We gaan! Heel even zien we er ook wel tegenop. Spannend!

Afgedacht van alle andere motieven er omheen, lijkt het wel een geestelijke onderneming. Je gaat iets presteren. En daar verwacht je dan ook resultaat van: het is goed voor je geestelijk leven, je band met God of zo.

Iets essentieels ontbreekt in de discussie. Vasten heeft een lichamelijke wortel. Je begint er niet altijd vrijwillig of vastbesloten aan. Vasten heeft ook iets van: geen trek in eten hebben.

Verknoeid

Eigenlijk is het iets geestelijk-lichamelijks. Je bent verdrietig, en daarom heb je geen trek in eten.

Dat vasten met verootmoediging te maken heeft, hoef ik niet uit te leggen. Maar dat doe je niet alleen maar vanuit een wilsbesluit: nu ga ik me verootmoedigen. Dan kan het iets opgelegds krijgen.

Nee, je hebt echt verdriet. Je voelt je ellendig. Dat kan zijn: over je zonden. Dat is de oorspronkelijke zin van het vasten in de veertigdagentijd. Daarbij kijk je niet alleen maar naar binnen, ook niet naar jezelf als mensen met elkaar. Je kijkt naar de Heer Jezus: wat heeft Hij bitter moeten lijden, omdat wij het zo verknoeid hadden.

Psalmen

De zonde heeft gevolgen. Die leidt tot allerlei ongeluk. Er zijn individuele klaagpsalmen, waar niet eten en daardoor vermagerd zijn een element is. “Ik kan al mijn beenderen tellen” (Psalm 22). Niet altijd is persoonlijke schuld een factor in de ellende. Het zijn psalmen van David, die tot God roept als zijn dienaar, die voor Hem strijdt en lijdt. Persoonlijke schuld kan wel een factor zijn naast andere, zoals in Psalm 69. Het zijn de psalmen die vervuld zouden worden in de grote zoon van David, die streed en leed onder de schuld die Hem drukte: niet zijn persoonlijke schuld, wel schuld die Hij op zich nam.

Het persoonlijke is vermengd met het collectieve. Je hebt deel aan het ellendige lot van je volk, dat gezondigd heeft. Zo is het in Psalm 102. Te denken valt aan de ballingschap. Jeruzalem ligt in puin. En de ik-persoon met zijn dodelijke ziekte voelt zich verbonden met dat volk dat treurt over die puinhopen.

Moet dat nou echt?

Je voelt je beroerd. Je bent er ziek van. Zo is het in Psalm 107: 18: “Ze gruwden van elk voedsel”. Eerder in die psalm komen honger, dorst en uitputting voor (vers 5). De psalm gaat over mensen die ronddolen in allerlei ellende, waarbij je ook wel aan de ‘diaspora’ van de ballingschap kunt denken. In de diepste ellende van het verwoeste Jeruzalem ben je dan ziek van ellende en keert je maag zich om vanwege de honger van de kinderen (Klaaglied 2: 11 en 12). Je bent koortsig van de honger (Klaaglied 5: 10).

De treurnis over de verwoesting van Jeruzalem is ook achtergrond van het vasten op bepaalde tijden in Zacharia 7, uit de tijd na de terugkeer uit de ballingschap. Dat vasten gaat terug op het verdriet over de verwoesting. Moeten we daar nu nog mee doorgaan? De wedervraag is borend: hebben jullie nog dat echte verdriet, dat zich op God richt?

Met dat gesprek uit Zacharia 7 zijn we zomaar terug in onze eigen tijd. Moeten we het nu wel zo veel over de zonde hebben? Je wordt er depri van. Moet het niet meer over de liefde gaan?

Hoop

Zonde is niet ons enige probleem. Niet al onze problemen zijn rechtstreeks, causaal, verbonden met onze zonde. Het gaat erom dat we met onze klacht naar God toe gaan. En daar is zondebesef altijd een element in. Vasten in de veertigdagentijd is bedoeld om bij Goede Vrijdag uit te komen.

Dat verdriet is niet zonder hoop. Jezus, de Heer van Psalm 22, leeft en deelt aan zijn dankmaaltijd uit aan de armen. God verbindt aan het echte vasten in het vervolg van Zacharia 7 (hoofdstuk 8: 19) de belofte van feest.

Dus toch de schoolreisbus in?

1-3-2012

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.