Met de koning aan de wijn

We verlangen eigenlijk te weinig naar de grote toekomst, zeggen christenen vaak tegen elkaar.

Hoe komt dat? Een van de oorzaken is dat we er een te vage voorstelling van hebben. Wat je je niet kunt voorstellen, daar kun je ook niet naar verlangen.

Daar is best wat aan te doen. De Bijbel geeft ons volop voorstellingen van de eeuwige toekomst. Maar wij zijn te terughoudend om daar gebruik van te maken, wij hebben te veel reserves.

Lichaam

Hier is één voorbeeld. Toen de Heer Jezus met zijn leerlingen voor het laatst aan de pesachmaaltijd zat, op de avond voor zijn lijden, en ze daar wijn bij dronken, zei Hij: “Ik zeg jullie: vanaf vandaag zal ik niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken tot de dag komt dat ik er met jullie opnieuw van zal drinken in het koninkrijk van mijn Vader” (Mwijn (hd-achtergronden.blogspot.com)atteüs 26: 29).

Daarmee liet Hij zijn discipelen vooruitkijken. Niet alleen met een beeld voor ogen. Hij liet ze die verwachting beleven met hun hele lichaam, zoals ze daar met Hem aan tafel zaten. Zo zouden ze straks weer met Hem aan tafel zitten. En dan zouden ze met Hem en met elkaar weer wijn drinken. Zonder reserve legde Hij dat vooruitzicht voor ze open.

Spijsvertering

Maar bij ons komen er, als we dat lezen, reserves op. Er zal straks toch geen spijsvertering meer zijn, want er staat: “Het voedsel is er voor de buik en de buik is er voor het voedsel, en God zal aan beide een einde maken” (1 Korinthe 6: 13). Spijsvertering heeft te maken met vergankelijkheid, met bederf, en dat is er straks niet meer. En zou het wel echte wijn zijn, net als onze wijn hier op aarde? Zouden er soms wijngaarden zijn op de nieuwe aarde, waar wijndruiven worden verbouwd? Zou daar weer geboerd worden?

En de eeuwigheid, straks, dat is toch niet eeuwig aan tafel zitten? Net zo min als eeuwig met palmtakken zwaaien en zingen terwijl we op een lier tokkelen.

Vrolijke stemming

Op deze sceptische tegenwerpingen wil ik antwoorden met een paar uitdagende tegenvragen. Laten we beginnen bij wat we allemaal geloven, de klassieke belijdenis van de opstanding van het lichaam (van het ‘vlees’). Is dan dan een lichaam zonder spijsvertering? Zullen we een mond hebben? Smaakpapillen? Zo ja, waar zal ons spijsverteringskanaal dan ophouden? Zullen we wijn drinken zonder te vinden dat die lekker smaakt? Is die dan niet alcoholisch? Zal die niet, net als hier, ons in een vrolijke stemming brengen, of in ieder geval die stemming stimuleren?

We zijn al lang geneigd dit soort vragen als speculatief af te kappen met: we weten het niet. We weten niet hoe het zal zijn. En dat is ook niet belangrijk. Alles zal dan en daar toch totaal anders zijn. Het is beeldspraak. We moeten het geestelijk opvatten. Het gaat over een heerlijke en schitterende toekomst, zo geweldig dat wij het ons niet kunnen voorstellen. Daarom geeft de Heer ons maar een beeld, om ons tegemoet te komen. Het is een beeld van volmaakte gemeenschap, waar we eeuwig met Hem samen zijn.

Natuurkunde

Zo zijn we van wijn, van wijn drinken met elkaar, gekomen bij gemeenschap. Iets heel fijns, vast en zeker, maar ook abstract, vaag, etherisch, zweverig. Iets waarbij we eigenlijk het lichaam ook wel kunnen missen. Iets waar we moeilijk met ons hart naar kunnen verlangen, met die plekken en organen in ons innerlijk waar onze gevoelens zich afspelen.

Onderweg zijn we wel wat kwijtgeraakt. Veel wat de Heer ons toch heeft meegegeven. We weten veel meer dan we denken, en we zijn geneigd onze vrijmoedigheid te laten zakken.

We pakken de woorden van de Heer beet met het verkeerde gereedschap. We zetten een leeuw op een brievenweger. We gaan uit van ‘onze’ wijn, die we kennen uit ‘onze’ wereld. We benaderen die met onze natuurkunde en onze biologie. Dat past niet. Die toekomstige wereld gaat boven deze uit.

Diepere smaak

Maar daarom is die nog niet minder reëel! Als we nu eens in gedachten niet ‘onze’, maar Gods wereld als uitgangspunt nemen. Zijn wijn, de wijnstokken en druiven die Hij op deze aarde heeft gemaakt en ons ter beschikking gesteld. Hij kan ook nog wel veel betere wijn maken, veel zuiverder, met een veel diepere smaak. En wat de wijnkenner zich maar kan verbeelden en typeren met zijn eigen jargon. Ik denk aan het uitvoerige betoog waarmee Paulus maakt in 1 Korinthe 15 het opstandingslichaam aannemelijk probeert te maken, met de vergelijking tussen aardse en hemelse lichamen.

Verheerlijkte wijn. Vervulde wijn (Christus gebruikt het woord ‘vervuld’ ook aan de pesachtafel). Na de natuurlijke wijn, die we hier drinken, de geestelijke wijn. Zoals er een natuurlijk lichaam bestaat, en zo vervolgens ook een geestelijk lichaam. Niet onlichamelijk dus, niet immaterieel. Opstandingswijn. Zoals we nu scheppingswijn drinken, zullen we dan herscheppingswijn drinken. Goddelijke wijn, minstens zo echt als die die Hij ons nu te genieten geeft.

Smaakpapillen

Kunnen we hier van wijn genieten? Nog niet helemaal zuiver, nog met neigingen tot misbruik, maar toch echt als christenen, als kinderen van God, genieten? En niet alleen, maar toch wel in het bijzonder, aan het avondmaal van onze Heer? Zó zal het zijn, straks, heel echt, heel intens, vervuld, volmaakt, lichamelijk samen met Hem die echt mens is, en met elkaar, in ongebroken gemeenschap, een feestgezelschap aan tafel.

Laten onze reserves en verlegenheden ons niet in de weg staan om daar met geest en ziel en hart en lichaam, inclusief smaakpapillen, naar te verlangen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *