Leggen we nog wel de goede accenten? Pleidooi voor de hoop

Een collega van mij in India was een echt mensenmens, die veel mensen naar de kerk trok waar hij leiding aan gaf. Een van de vragen die hij stelde aan een meisje dat belijdenis wilde doen, was: “Ben je zeker van je verlossing?”

Als zijn secondant in het gesprek vond ik dat een vreemde vraag. Het meisje zei volmondig ja – geen probleem dus. Maar achteraf vroeg ik hem: Kunnen we niet beter, hier in India, gewoon vragen: Neem je Christus aan als je enige Verlosser?

Nu kwam deze collega uit een Engelstalig land en hij was dan ook in de presbyteriaanse theologische traditie opgeleid. Achteraf begreep ik tegen die achtergrond zijn vraag: daar is de zekerheid van het geloof altijd, meer dan bij ons, een centraal thema in de theologische discussie gebleven, zoals het ook bij Luther en Calvijn was. Maar in de Indiase context van vandaag konden we die volgens mij best impliciet laten. Het probleem van de geloofstwijfel speelt hier niet. Als je in een hindoeïstische en vijandige omgeving tot Christus komt, belijd je je geloof alleen als je er zeker van bent.

Dit is geen kwestie van goede of onjuiste theologie. Het is een voorbeeld van wat in de theologie ‘contextualisatie’ wordt genoemd. Hoe leg je in de gegeven context het goede accent?

Liefdes

Dat wil ik toepassen op de klassieke trits: geloof, hoop en liefde. Die komt rechtstreeks uit 1 Korinthe 13. In deze volgorde. “…Maar de grootste daarvan is de liefde.”

Niet iedereen die dat er meteen achteraan kan zeggen, en van harte, past dat ook in de praktijk toe. Voor ons alledaags christelijk besef staat het geloof centraal. Dat hoor je niet alleen in preken. Dat klinkt zelfs door in het algemeen religieuze spraakgebruik. We spreken van verschillende geloven: naast het christendom heb je de islam, het boeddhisme en nog andere. Een theologisch sollicitant heb ik dat ooit laten corrigeren: niet geloven, maar religies. ‘In de wandeling’ gaat dat niet. Maar hoe zouden we de islam zien als we spraken van verschillende godsdienstige liefdes, verschillende liefdes tot God?

Nu is dat accent op het geloof best te begrijpen. Niet alleen vanuit de Reformatie. Ook in onze tijd is waakzaamheid geboden: christenen die de liefde centraal zetten willen maar al te vaak iets van het beleden geloof afdoen of het naar het tweede plan schuiven, en gaan daarmee vaak in een vrijzinnige richting. Het accent op het geloof is dan volop Bijbels verantwoord.

Missionair

Nu deed Paulus zijn uitspraak niet los van de context in Korinthe, en kun je er dan ook niet zomaar een dogmatische formule van maken. De Corinthiërs waren vertrouwd met het geloof, maar aan de liefde mankeerde nogal wat, gezien de manier waarop ze met de gaven van de Geest omgingen, en ook bijvoorbeeld gezien de praktijk van hun avondmaals- en liefdemaaltijden. Intussen zien predikanten, die in de gereformeerde geloofstraditie zijn opgeleid, niet zelden in de praktijk van de gemeente aanleiding om met meer nadruk de liefde te preken. En dan is één preek, of één prekenserie, meestal niet afdoende.

“De grootste daarvan is de liefde.” Toch is ook in het Nieuwe Testament meestal het geloof centraal. Dat heeft te maken met de missionaire situatie. En, breder, met de situatie waarin God nieuwe wonderlijke daden stelt. Christus kwam! Maar velen geloofden niet in Hem.

De grootste is de liefde. Maar, zouden we kunnen toevoegen, het geloof is fundamenteel. Daar begint het mee. Door het geloof leer je Gods liefde kennen en leer je ook zelf zuiver liefhebben.

Sao Paulo 1Angst

Zullen we vandaag de nadruk op de hoop leggen? Speciaal in de westerse wereld? Er is veel leven bij de dag, genotzucht voor de korte termijn, zonder dat mensen over de toekomst nadenken. Tegelijkertijd krijgt de angst telkens nieuw voedsel en breekt al gauw paniek uit. Het woord doemdenken is voor onze tijd bedacht, en ‘De ondergang van het Avondland’ maakt nog steeds school. “Laten we eten en drinken, want morgen sterven we” (uit diezelfde brief van Paulus!). “Pluk de dag en reken vooral niet op de volgende” – een cynisch praktisch realisme, dansen op de rand van de vulkaan. Of het nu de Koude Oorlog met de atoombom is of de islam van Islamitische Staat, de ‘apocalyps’ staat op het netvlies. Onder het lekkere griezelen in de bioscoop met een zak popcorn op schoot wordt zomaar een diepere laag losgewoeld. Het aantal zelfmoorden stijgt.

Voeten

Alleen al de opsomming lijkt door moedeloosheid ingegeven. Durf jij, christen, tegenover alles wat je zorg en ontzetting inboezemt, scherp onder woorden te brengen hoe het wél wordt? En dan niet ergens in het land van ‘ooit’, maar hier, en gauw ook?

Het geloof, daar sta je in, dat is je beschermende kleding. De liefde straal je uit naar je omgeving. De hoop bepaalt waar je op gericht bent, waar je ogen op uitkijken en je voeten naar toe gaan.

Laat theologen de nadruk leggen op geloof, en laten alle christenen de liefde beoefenen. Maar laten herders van de kudde vandaag voorop gaan in hoop en daar stem aan geven.

De fundamentele Geestesgave is het geloof, de grootste de liefde, maar de ultieme is de hoop.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *