Kosmische genade. Keller en Wright, 2

Adembenemende visioenen gaan er voor ons open in de pleidooien van de grote hedendaagse theoloog Tom Wright om veel meer vanuit Pasen te leven. Visioenen van het koninkrijk van God. Hij is zeker niet de eerste die vindt dat het thema van het koninkrijk van Keller en Wright 3God in de klassieke leer van de verzoening door voldoening onvoldoende tot z’n recht komt.

Tegelijkertijd valt de critici toe te stemmen dat de leer van de vergeving van zonden, de rechtvaardiging, in de nieuwtestamentische brieven een veel grotere rol speelt dan Wright laat doorklinken. De benaderingen van Keller (klassiek) en Wright moeten niet tegenover elkaar gesteld worden, maar met elkaar geïntegreerd, schreef ik vorige keer, en dat wil ik nu verder uitwerken. Een stuk theologie, deze keer.

Twee thema’s komen daarbij aan de orde. Of eigenlijk drie. Het eerste is de verhouding tussen genade en goede werken, tussen rechtvaardiging en heiliging. Het tweede is de verhouding tussen het individuele en het kosmische, de hele wereld. En dan is er nog een derde: optimisme en pessimisme of althans realisme.

(1)  Krampachtig over de heiliging

Wij leven uit genade. Daar komen wij tot de jongste dag niet bovenuit. Wij bereiken geen stadium waarin de zonden eens en voorgoed vergeven zijn in de zin dat we de bede “Vergeef ons onze schulden” achter ons kunnen laten nu eens flink heilig en vol van liefde te gaan leven en de mouwen opstropen om de wereld te gaan verbeteren. Die gedachte, dat gevoel, komt in de loop van de eeuwen telkens weer op – het zogenaamde ‘perfectionisme’ – en het is belangrijk hier een streep te trekken.

Dat ontkent Wright niet. Maar de streep is bij hem niet zo duidelijk als in de Reformatie.

Aan de andere kant zijn gereformeerden hier soms te krampachtig, als ze zich verzetten tegen een goede-werkenleer. De belijdenis is duidelijk en in principe evenwichtig genoeg. Maar vaak wordt eenzijdig benadrukt dat de mens onbekwaam is tot enig goed en geneigd tot alle kwaad (Heidelbergse Catechismus, Zondag 3) en dat de zonde zich in ons leven nog steeds roert. Gereformeerden lezen Romeinen 7 grondig, en betrekken het op het heden van Paulus en van zichzelf, en terecht; maar ze hebben er moeite mee om dan meteen door te lezen in Romeinen 8. Het accent ligt meer op het kruis dan op de opstanding, meer op de afsterving van de oude dan op de opstanding van de nieuwe mens (HC Zondag 33).

Een weg te gaan

Maar als je verlost bent, ga je juist ernst maken met een heilig leven! Onnavolgbaar is dat verband onder woorden gebracht in artikel 24 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Je gaat niet alleen passief, de zonde nalaten, maar ook actief, het goede doen. Léven, het nieuwe leven! Geniet van je nieuwe status, verzoend met God, vrij! Dat is ook een bijbels accent. Daarmee verwijder je je niet van de genade, je maakt er juist dankbaar gebruik van. En ga er dan ook flink tegenaan, “Gebruik uw dagen goed, want we leven in een slechte tijd” (Efeze 5: 16). Er is een weg te gaan van goede daden, die God mogelijk heeft gemaakt (Efeze 2: 10). We moeten niet zo in het geklaag over onze zonde en machteloosheid blijven hangen dat we die mogelijkheden niet zien en ernaar op zoek gaan!

Een tegenwerping is dan vaak, dat we zo een te hoge dunk van onszelf krijgen in plaats van God alle eer te geven. We horen in dit bezwaar de stem van de bevindelijkheid, die langs de afgrond loopt van de lijdelijkheid en waar ook de markante hedendaagse theoloog Bram van de Beek zich niet aan weet te ontworstelen. Terwijl de verhouding tussen Gods eer en onze actie toch afdoende is uitgedrukt in de Dordtse Leerregels, hoofdstuk 3/ 4. God doet honderd procent; zonder het werk van zijn Geest in ons doen wij niets goeds. Maar dank zij datzelfde werk van God worden wij dan ook volop actief. Je kunt je inzetten als een Paulus of een William Carey en toch nederig van je werk God alleen alle eer geven. Een plan tot wereldverbetering hoeft niet in strijd te zijn met de klassieke rechtvaardigingsleer.

(2)  Individu en wereld

Daarmee komen we bij het tweede, de verhouding tussen mens en wereld, de enkeling en het grote geheel.

De klassieke christelijke leer (misschien moet ik er bij zeggen: in het westen) spitst zich vaak toe op het individu. Dat is niet alleen een kwestie van westers individualisme, er zijn goede theologische redenen voor. De mensheid als geheel is zondig, de wereld is bedorven, en het evangelie roept ieder, hoofd voor hoofd, op tot gelovige bekering. “Laat wie oren heeft goed luisteren!” (Matteüs 13: 9 enz.).

En dan moet je vaak tegen de stroom in roeien. Je mag de meerderheid in het kwade niet volgen, zei het Oude Testament al. “Nauw is de poort naar het leven, en smal de weg ernaartoe, en slechts weinigen weten die te vinden” (Matteüs 7: 14). Zij die rechtvaardig leven kunnen al ternauwernood gered worden (1 Petrus 4: 18). Niemand komt onder Gods roepstem uit door zich te verschuilen in het collectief of zich te laten drijven op Gods goedheid en geduld waarmee Hij deze wereld nog steeds laat voortduren.

De enkeling doorstaat het oordeel

In de gereformeerde theologie is dit besproken onder het thema ‘algemene genade’ (‘gemene gratie’). In het debat hierover zijn de Dordtse Leerregels in stelling gebracht. Genade is vergeving van de zonden, en die geeft God niet in het algemeen, maar heel gericht aan zijn uitverkorenen.

Er komt een laatste oordeel, waarin de wereld ondergaat en waar doorheen wij gered moeten worden (2 Petrus 3; Lukas 21; Openbaring). Dit klinkt weinig door bij Wright; te weinig voor mijn besef. Hij zegt wel: wij bouwen niet het koninkrijk, wij werken vóór het koninkrijk. Dat is heel rechtzinnig, maar het is op dit punt een zwak geluid. En het wordt er bepaald niet sterker op als hij vervolgens als haKeller en Wright 5mert op het thema van de kwijtschelding van schulden van arme landen als een typisch voorbeeld van de actie die hij voorstaat. De enkeling die strijdt tegen het kwaad, in de wereld maar ook in zichzelf, en reikhalzend uitziend naar de verlossing, is hier achter de horizon verdwenen. Laat staan de enkeling vandaag hier in de ‘prachtwijk’, die in de rij bij de voedselbank staat.

Genade voor een mensheid

Maar deze focus op de enkeling moet niet uitgespeeld worden tegen bredere verbanden. De Dordtse Leerregels zeggen – zonder in strijd te komen met Jezus die we net over “weinigen” hoorden spreken – dat God “een vast en groot aantal” mensen tot het heil in Christus heeft uitgekozen.

Het Nieuwe Testament kent de kerk als volk van God. Soms in de gedaante van verspreide gelovigen en kleine groepen, maar toch altijd als gemeenschap, als collectief, en uiteindelijk als een menigte die niet te tellen is.

Maar er is meer. Er is ook de gemeenschap van burgers waarin de christenen hun plaats hebben en waaraan ze een positieve bijdrage moeten leveren (1 Petrus; vergelijk Jeremia 29: 7: ) “Bid tot de HEER voor de stad… en zet je in voor haar bloei, want de bloei van de stad is ook jullie bloei”.

De kosmos verzoend

Dat beeld van die bloeiende stad brengt ons bij de wereld in bredere zin dan de mensenwereld; de economie, de cultuur, de materiële welvaart. Het is tenslotte heel de schepping, die besloten is in de verzoening, de vrede die Christus teweeggebracht heeft “met zijn bloed aan het kruis”, “alles…, alles op aarde en alles in de hemel” (Kolossenzen 1: 20). Onnodig te zeggen dat Wright op die passage een stevig beroep doet. Het is niet hét gezichtspunt van het Nieuwe Testament, het staat niet zonder reden in déze brief, maar het staat er wel.

Een beetje uitdagend heb ik als titel boven dit stuk gezet ‘Kosmische genade’. Genade in de zin van vergeving van zonden heeft uiteraard betrekking op mensen; de schepping heeft niet gezondigd. Maar in de bredere zin van ‘gunst’, ‘gunstige gezindheid en betoning daarvan’, heeft het wel kosmische dimensies. Alles in hemel en op aarde is in de verzoening vervat. Dat horen we niet vaak; gereformeerden zeggen en horen het te weinig. Alles wordt nieuw (vergelijk Openbaring 21: 5) en dat is genade. Niet alleen mensen worden gered – laat staan alleen zielen. Mensen en de wereld waar ze toe behoren. Mensen met hun lichaam, met voeten en met grond waar die voeten op staan. Een stad, waar ze binnen brengen wat ze brengen kunnen. Door het oordeel heen – mensen en wereld – een verwoestende wereldbrand. Maar: verzoend, en tenslotte nieuw: mensen en wereld.

Een totale vernieuwing. Je denkt bijna aan een ‘herstel van alles’ – een bekende term in de theologie, die overigens door de westerse theologische traditie wordt afgewezen. In het Grieks (‘apokatastasis pantoon’) klinkt het als: ‘herstel van alle mensen en/of alle dingen’. Dat zou betekenen dat uiteindelijk ook alle mensen gered worden. Dat is niet bijbels. Maar ‘herstel van alle dingen’ ligt in de lijn van wat we net hoorden. Dat een aantal mensen daar niet van meegenieten doet daar geen afbreuk aan.

(3)  Bevlogenen en bekommerden

Met wat voor houding staan we nu in deze wereld met onze verwachting? We spraken van de strijd van Romeinen 7 en het leven door de Geest in Romeinen 8. Van de ondergang van de wereld en haar vernieuwing. Van weinigen die behouden worden en van een ontelbaar grote mensenmenigte.

Wright is meeslepend. Keller boeit ook, maar de tonen van de klassieke gereformeerde theologie zijn toch gedempter. Moeten we kiezen? Tussen optimisme en realisme, de houding van wereldverbeteraars en die van vreemdelingen?

Ik denk van niet. Ik geniet van de gedachte dat ik echt ‘katholiek’ kan zijn, in de zin van algemeen, lid van de algemene christelijke kerk, samen met alle heiligen.

Keller en Wright 6Verschillende gaven

Er zijn verschillende gaven. Grote leiders die een massa mensen in beweging kunnen brengen hebben bescheidenheid gewoonlijk niet als sterkste gave. Daarin staat Wright in de lijn van Kuyper. Keller bereikt grote aantallen mensen in toonaangevende kringen, maar je ziet de verandering van mensenharten niet tot een maatschappelijke beweging of opwekking worden.

Je hebt enthousiasmeerders en mensen die kritische vragen stellen. Je hebt bevlogenen en je hebt bekommerden. In de westerse wereld, die het nogal hoog in de bol heeft wat betreft maakbaarheid, veranderbaarheid en toonaangevendheid in de wereld, is het goed als er af en toe op de rem getrapt wordt. Je kunt ook niet altijd genuanceerd zijn, je moet accenten leggen naar gelang van de situatie.

Goede Vrijdag en Pasen

Maar dat zijn allemaal geen tegenstellingen. Het is Goede Vrijdag geweest én het is Pasen geweest. Bid en werk. Verwacht alles van God, maar maak weldoordachte plannen. Je mag hoge aspiraties hebben en tegelijk nuchter-realistisch onder ogen zien dat vanwege de menselijke aard en het oordeel van God daar weinig van terecht zal komen. Ook al zie je in dat het aanmodderen blijft, dat hoeft je niet te weerhouden om uit te zijn op vrede, niet alleen voor de stad, maar ook voor Europa en voor de Verenigde Naties. Je kunt je leven lang met je eigen zondige aard te strijden hebben en tegelijk iemand zijn wiens nagedachtenis door het nageslacht wordt gekoesterd en geëerd met standbeelden en naamgevingen.

Laten we dan ook alsjeblieft geen tegenstellingen creëren waar ze niet zijn. Niet een ‘theologie van het kruis’ uitspelen tegen een theologie van Pasen, van de hoop, Keller en Wright 7van de overwinning. Niet een tegenstelling maken tussen troosten met de genade die je alleen maar hoeft te geloven, en oproepen tot de heiliging zonder welke niemand de Heer zal zien. Niet katten tegen ‘wereldverbeteraars’ als je pleit voor inkeer. Niet in tijden van secularisatie de visioenen uit het oog verliezen.

Christenen zijn nederig én vrijmoedig.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *