Groei

Met nieuwe moed, of zuchtend, beginnen we aan een nieuw werkseizoen. Ook in de kerk. We plannen vergaderingen, we maken roosters. We schrijven programma’s en organiseren trainingen. Mogelijk wordt een actie ‘missionaire gemeente’ gestart. ‘Gemeenteopbouw’, niet lang geleden het buzzwoord, lijkt uit, maar is opgevolgd door nieuwe.

We genezen niet makkelijk van het maakbaarheidsvirus. Of is het een duiveltje dat ons plaagt? Het tegendeel, geen activiteiten, alles laten rusten, is – alle aanprijzingen van stilte en retraite ten spijt – geen alternatief.

Wat wel helpt is het woord dat dicht bij ons is, in onze mond en in ons hart, de gelijkenissen van onze Heer over zijn koninkrijk.

Vanzelf

Hij gebruikt vaak het beeld van het graan, dat gezaaid wordt en groeit. Akkerbouw, heel alledaags. Alle mensen in het publiek zien dat regelmatig, veel vaker nog dan wij met onze grote steden en ruimtelijke ordening. Elementair: het gaat over ons dagelijks brood. Zo natuurlijk, dat ook onkruid, vals zaad, kan groeien.

Dat beeld gebruikt Jezus al vanaf de eerste en bekendste gelijkenis. Zo ook in die die alleen bij Marcus voorkomt: over het vanzelf groeiende zaad. Het koninkrijk lijkt op “een mens die zaad uitstrooit op de aarde: hij slaapt en staat weer op, dag in dag uit, terwijl het zaad ontkiemt en opschiet…”

Groei5

Het gaat vanzelf! Daar valt alle nadruk op. Dat is des te vreemder als je bedenkt dat Jezus het hier over zichzelf spreekt. “…Ook al weet hij niet hoe”: de Zoon van God weet toch alles? Hij heeft ooit van één ding gezegd dat Hij het niet wist: wanneer de dag zou zijn dat Hij terugkomt. Je weet niet hoe dat gaat, de groei; en wat dat betreft gaat zelfs Hij aan jouw kant staan.

Bezorgd

Toch draait daar alles om: de groei. Daar hebben we het aldoor over. Als het om de economie gaat: zien we al weer tekenen van groei? We bewonderen groeiende ondernemingen. We vinden het belangrijk dat onze kinderen goed groeien en zijn blij als het consultatiebureau dat bevestigt. We houden bid- en dankdagen voor het gewas. En we spreken van groeien in het geloof en van de geestelijke groei van de gemeente.

En toch hebben we dat niet in de hand. We kunnen de groei wel bevorderen door goede zorg aan het gewas te besteden, mest bij te brengen, onkruid te wieden, onze kinderen goed te voeden. De overheid voert beleid om groei te bevorderen of in ieder geval niet nodeloos te belemmeren. Maar we kunnen de halm niet omhoog trekken, hoe graag we ook zouden willen. Het helpt niet om er bij te staan kijken, elke dag opnieuw. “Wie van jullie kan door zich bezorgd te maken ook maar één el aan zijn lengte toevoegen?” En toch gebeurt dat: een kind groeit, in de loop van de jaren zeker wel een el.

Onstuitbaar

Paulus zegt later ooit, met dezelfde beeldspraak: “Het is niet belangrijk wie plant of wie begiet; alleen God is belangrijk, want Hij doet groeien”. Het gaat niet automatisch, het is Gods werk, wonderlijk eigenlijk – zijn wij geneigd te zeggen; maar Jezus zegt wel: “De aarde brengt uit zichzelf vrucht voort”, en dan gebruikt Hij dat Griekse woord: ‘automatè’.

Er klinkt iets triomfantelijks in al die gelijkenissen. Of – als u dat misschien liever wilt – iets majesteitelijks. Het koninkrijk wordt werkelijkheid, hoeveel hindernissen er ook te overwinnen zijn. Zo ook hier. De groei gaat door, onstuitbaar: “…eerst de halm, dan de aar, en dan het rijpe graan in de aar…” En dan komt de boer plotseling weer in actie: “Maar zo gauw het graan het toelaat, slaat hij er de sikkel in, omdat het tijd is voor de oogst.” Zo gaat het dan ook verder in de direct volgende gelijkenissen, die van het mosterdzaad, dat uitgroeit tot een boom, en (bij Matteüs) die van de zuurdesem, die doorwerkt “tot alle meel doordesemd was”.

Niet spectaculair

Nu vertelt de Heer deze gelijkenissen niet in de eerste plaats om zichzelf moed in te spreken. Hij heeft een grote massa mensen voor zich. Die zijn geneigd om naar het koninkrijk van God uit te zien als publiek naar spectaculaire gebeurtenissen.

Dat moet je niet doen. Wij ook niet. Niet gaan voor de charismatische spreker en de gelikte kerkdienst met lichteffecten, die zo op tv kan en dan ook de media haalt. Niet afgaan op voorgangers die wonderen beloven, wonderen van genezing. Een indrukwekkend programma, een geweldige actie, een festival met duizenden bezoekers, maakt misschien wel enthousiasme gaande. Supergemeenten zoals die van Tim Keller trekken vliegtuigen vol kerkleiders die proberen de kunst af te kijken.

We hoeven niet naar Rome te kijken, het schitterende Vaticaan, of vol verwachting naar het aardse Jeruzalem in het spannende Midden-Oosten.

Het koninkrijk van God komt anders. De zaadkorrel moet eerst in de grond gelegd worden. Jezus moet sterven. De zuurdesem doet z’n werk in stilte. Het gaat om jou, de hoorder, persoonlijk: dat jij groeit en rijpt en vrucht draagt, zodat jij straks geoogst kunt worden.

Rustig

En daarmee bemoedigt de Heer zijn leerlingen, en ons, wel degelijk. Op zijn heel eigen manier. Het zaad moet gezaaid worden. Het gaat om dat gewone plantje, waar er ontelbaar veel van zijn. Je mag er dan zorg aan besteden, maar vertrouw er vooral op dat het groeit. Opgroeit tot de oogst. Dat geldt voor de werkers aan de kerk zelf – dat zijn zelf net zulke plantjes – en voor degenen aan wie ze werken.

Dat vraagt een andere manier van kijken. Naar jezelf en naar de gemeente. En dat is ook een stuk bekering.

Een rustig vertrouwend werkseizoen toegewenst.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *