Aardse profetieën

Het chiliasme heeft een punt. Of eigenlijk twee punten. Chiliasten lezen de profetie grondiger. En ze keren zich tegen ‘vergeestelijking’.

Ik neem één voorbeeld: Jesaja 65, het gedeelte over ‘een nieuwe hemel en een nieuwe aarde’. Niemand betwist dat dat woord over het eeuwige leven gaat. Maar dan gaat de profetie in één adem door over Jeruzalem. En over mensen die heel lang leven – maar dan tenslotte nog sterven. Over mensen die huizen bouwen en daar zelf in wonen, die wijngaarden planten en zelf van de opbrengst genieten.

Dat klinkt aards. Dat moet gaan, zeggen de chiliasten, over het vrederijk dat er op aarde zal zijn (duizend jaar lang), met het aardse Jeruzalem als hoofdstad, waar de Messias als koning op aarde regeert. Dat aardse glorierijk zal er zijn vóórdat de laatste dag komt met het laatste oordeel en het eeuwige leven begint.

Geplukt

De doorgaande lijn van de christelijke belijdenis is: Christus komt hier op aarde om zijn lijdende kerk te verlossen, en dan wordt het koninkrijk van God stralende en eeuwige werkelijkheid. Maar wat doen we dan met die profetieën over een aards vrederijk?

In de eerste plaats: lezen. Dat doen we te weinig. Vanouds hebben de christenen die teksten uit de profetie geplukt die over de Messias gaan. Ze hebben, tegenover de Joden, betoogd dat die gaan over Jezus: Hij is de Christus! Jesaja 53, over de lijdende dienaar van Jahwe, stond centraal. Nog steeds wordt in de adventstijd over die teksten gepreekt.

Maar dat debat is nu niet meer urgent. De rest van de profetie wil ook gelezen worden! En bepreekt.

profetie2‘Geestelijk’

Daar komt bij dat de kerk de profetie wel erg sterk las vanuit de vervulling. Daarbij werd vaak het woord ‘geestelijk’ gebruikt. Je moet de oudtestamentische profetie ‘geestelijk’ opvatten. Die profetieën over die huizen en wijngaarden, en over de wolf en het lam die samen zullen weiden, dat zijn aanduidingen van geestelijke, hemelse werkelijkheden. Het gaat in Jesaja 65 over het hemelse Jeruzalem, zeggen de Kanttekeningen bij de Statenvertaling.

Dat woord ‘geestelijk’ verschoof in betekenis. Je kunt het goed gebruiken als je zegt: dat is de manier waarop de Geest erover spreekt. De Geest, die door Jezus Christus gekomen is. Toen Hij kwam, hebben zijn leerlingen, met de nodige moeite, geleerd dat de profetie door Christus werkelijkheid werd. De Heilige Geest heeft ze, ook na zijn hemelvaart, daarin geleid. Daar moet je niet achter teruggaan als je het Oude Testament leest. Na Pinksteren lichten de profetieën nieuw op.

Maar dat woord ‘geestelijk’ ging dan in de christelijke beleving ook betekenen: niet-lichamelijk. Het stond op een lijn met ‘hemels’. En in de hemel woont God en de engelen: geestelijk, niet lichamelijk. En zo werden oudtestamentische profetieën ijler, mistiger, ongrijpbaarder, ze kwamen verder van onze belevingswereld af te staan.

Nog steeds woedt de strijd tussen ‘letterlijke’ en ‘geestelijke’ opvatting van profetieën. We kunnen ons nu niet in die strijd storten. Op die manier wordt het dilemma zo onzuiver gesteld dat de discussie heilloos is.

Uitzicht uit het dal

Wat we moeten doen is: de profetie lezen, met ons hart bij de tekst. Want er zijn twee manieren waarop we de tekst kunnen benaderen. De ene is dat we vanuit het de hoogte van het Nieuwe Testament, waarop we door Christus en de Geest gekomen zijn, achteromkijken en ver weg in de diepte het dal zien waarin de profetie werd gesproken en opgeschreven. En dan denken: wat waren ze toen nog klein, wat wisten ze nog weinig van wat zou komen, wat begrepen ze nog weinig waar ze het over hadden! Wij zijn veel verder. Dat is lezen uit de hoogte,profetie6 letterlijk en figuurlijk.

De andere manier is, dat je je al lezend op het standpunt van de tekst plaatst, naast de profeet en de broeders en zusters die die profetie voor het eerst hoorden of lazen. Dat je je hun positie indenkt. Hoe heeft dit voor hen geklonken? En dat je met ze mee in de verte kijkt, en het vergezicht op je laat inwerken.

Daarvoor heb je niet alleen kundige uitleg nodig. Je hebt open oren en ogen nodig, en een open hart. Ruimte, rust, stilte misschien, voor meditatie.

Genieten

In Jesaja 65 hoor je dan in de woorden over de hoge leeftijden het eeuwige leven aankomen. De meerwaarde van het lezen van de profetie, naast ons nieuwtestamentische standpunt, is dat dat niet een bestaan is in een schimmig ‘hiernamaals’, in ‘de eeuwigheid’, maar een echt leven, zoals we hier en nu al weten en voelen dat leven is, maar dan altijddurend, zonder iets wat er afbreuk aan doet. Genieten van het leven, echt eindeloos.

Zo ga je ook het visioen voor je zien van de huizen, waarin je zelf mag wonen, en de wijngaarden waar je zelf de vruchten van geniet. Je beleeft het van binnen als mensen die de bezetting kennen – of het nu in Gideons tijd is of in de Tweede Wereldoorlog. De oorlogen met de vele slachtoffers en de verwoesting. Israëls ballingschap in Babel en de vluchtelingenkampen nu. Het landjepik en de slavernij in de geglobaliseerde wereld. De door Boko Haram ontvoerde meisjes.

Eindelijk gerechtigheid! Want zo vat het Nieuwe Testament deze profetie samen: “…Gods belofte… Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont” (2 Petrus 3: 13). Nieuw, eeuwig, maar wel aards, lichamelijk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *