Op weg naar straks

Wij maken een te scherpe scheiding tussen deze wereld en het hiernamaals. Dat zit er heel diep bij ons in. Het is een eeuwenlange traditie. En de geloofsafval in het Westen heeft dat overgenomen en vervolgens dat ‘hiernamaals’ verworpen. En ook christenen zijn gaan zeggen: het gaat om déze wereld! Niet om het hiernamaals; dat geloof is ‘opium van en voor het volk’.

Maar God maakt déze wereld nieuw.

Tegen deze achtergrond wil ik het boek Openbaring opnieuw lezen. En de eschatologie, de leer van de christelijke toekomstverwachting, opnieuw doordenken. Vooral lettend op de continuïteit. Het oordeel treft telkens een deel van de mensheid. De wereld wordt zwaar geteisterd; niet vernietigd.

Zeker, er vindt sloop plaats. Maar daarmee maakt God zijn schepping bouwrijp voor zijn nieuwbouw.

Dat moet ons handelen hier op aarde bepalen. Wij werken aan een nieuwe wereld in hoop.

Vergeten

Weliswaar zullen we, juist als we in hoop bouwen, veel teleurstelling ervaren. Daarvoor zijn er drie oorzaken. In de eerste plaats omdat het kwaad in de wereld zich breed maakt en machtig wordt. Dat was in het verleden al zo, is nu actueel, en zal tot het eind toe doorgaan. In de tweede plaats omdat wij zelf ook nog maar beginners zijn in gehoorzaamheid. In de derde plaats omdat onze wereld niet in onze hand is maar in die van de Schepper. Hij alleen kan die ook herscheppen. Hij is de koning, wij zijn van huis uit onderkoning.

Vergeten we het eerste, de dynamiek van het kwaad, dan vervallen we in naïef christelijk optimisme en irreële verwachtingen van wat wij in de wereld, samen met ongelovigen, kunnen bereiken. Wij christenen met elkaar als de gidsnatie van de wereld.

Vergeten we het tweede, onze eigen zondige aard, dan worden we hooghartig. Wij zitten goed, wij doen het goed! We worden ‘profeten’, die het kwaad in de wereld aan de kaak stellen vanuit een veilige, afstandelijke positie. Dat is de farizese houding, die we vinden zowel bij extreme evangelicals als bij de theologie die beïnvloed is door het neo-marxisme.

Vergeten we het derde, onze kleinheid als schepselen vergeleken met de Schepper van de wereld, dan worden we utopistisch. Wij bouwen een betere wereld. Kernwapenvrij, vredig, vrij van armoede, bestand tegen klimaatverandering, vrij van armoede, veilig… We treffen het aan bij de Verenigde Naties, in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en de millenniumdoelen, zowel als bij marxisten. En het bedreigt christenen telkens opnieuw, als ze met opgestroopte mouwen de wereld in gaan. De ethiek, dat wat wij moeten doen, ook Micha 6: 8, waar de Michacampagne naar genoemd is, mag nooit worden losgemaakt van wat God doet: dat is primair.

Lijden

Christenen – zo laat de Bijbel ons zien, culminerend in het boek Openbaring – lijden, maar houden vol. Dat lijden kan allerlei vormen aannemen: van het nadeel van de minderheidspositie en discriminatie, tot vervolging en dood. Dat heeft de Heer ons voorzegd, we gaan daarin hem achterna! Dus: niet moedeloos worden. Ook niet verontwaardigd of chagrijnig. (Al is verontwaardiging wel eens op z’n plaats als je in de wereld profeteert en de confrontatie niet uit de weg gaat.) Maar volhouden. Ook: niet je uit de wereld terugtrekken. Maar gelovig leven: goed doen in de wereld.

God maakt alles nieuw in Christus. Daarom steken christenen de handen uit de mouwen, tegelijkertijd wetend dat ze de vernieuwde wereld alleen zullen zien door het geloof.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *