Een ander soort mensen

Planning is niet hun sterke kant. Ze leven bij de dag. Geen zorgen voor morgen, is kennelijk hun devies. Als ze voor vandaag genoeg hebben, werken ze niet; ze zitten zomaar wat in de zon, of liever in de schaduw, met hun voeten op een stoel voor ze, heen en terug wippend. Of ze hangen, met een sigaret in hun mond, onverschillig voor de troep om ze heen, het verval van hun onderkomen en hun troosteloze landschap, als hangjongeren die nooit volwassen worden. Ze kijken niet verder dan hun neus lang is. Ze ontwikkelen geen visie voor de toekomst.

Ze lachen veel, hun witte gebitten blikkerend in hun aardedonkere gezichten. Ze praten luid, een van de vele uitingen van hun gebrek aan beschaving. De vrouwen giechelen veel. Ze zijn dik en schommelen. Ze zijn een beetje dommig. Die mensen zullen nooit vooruit komen, ze zullen altijd onderontwikkeld blijven, primitief. Er zijn wel enkelingen die het maken, maar die stijgen dan boven hun milieu uit. Ze migreren naar het Westen: alleen daar kunnen ze carrière maken.

Natuurlijk ben ik niet racistisch. Dat is iets van het verleden; daar schamen we ons voor, ik ook. negers 4Ik verzet me tegen de indruk die zich bij sommigen van hen onweerstaanbaar aan me opdringt: dat hun kaakwerk en hun voorhoofd verraden dat ze nog dichter bij de apen staan. Ik kan er niks aan doen: ze zijn typisch geschikt voor de rol van knecht van Sinterklaas. En voor optredens op folkloristische festivals.

Ze zijn niet goed in alle mogelijke dingen waar wij goed in zijn. En waar wij onze welvaart mee hebben opgebouwd. Rekenen. Boekhouden. Ondernemen. Een visie ontwikkelen. Wetenschap en techniek: de natuur leren beheersen en naar onze hand zetten. Kwaliteitscontrole. Concurrentie. De strijd om het bestaan. Geen wonder dat ze altijd arm blijven.

Ze zijn wel taai. Het zijn echte overlevers. Rampen blijven ze niet bespaard, en ze leven altijd in de crisis en de zorg van de armoede, maar het lijkt wel langs ze heen te gaan en van ze af te glijden. Ze hebben de veerkracht van een kind. Ze nemen de dingen zoals ze zijn. Ze dansen, zingen en lachen zich er overheen. Voor depressiviteit, de epidemie van onze tijd, lijken ze immuun te zijn. Ongelooflijk, wat een vitaliteit en spontaniteit. Wat een power, wat een testosteron, wat een spieren, wat een ballen. Ze zijn bijzonder geschikt als harde werkers – maar anderen moeten ze daar dan wel toe aanzetten.

Was het niet onvermijdelijk dat wij de mogelijkheden zagen en er gebruik van maakten? We buitten ze uit. Het heeft lang geduurd voordat wij begonnen te beseffen dat dat niet kon.

Is het een wonder dat zij het kunstje van ons afgekeken hebben, en zich verrijken ten koste van hun medemensen daar?

Ze zijn anders. Ze begrijpen ons niet, en wij begrijpen hen niet. Ze zijn ons vreemd. Wij vinden de gedachten van onze voorouders walgelijk arrogant: dat zij minder mens zijn dan wij, dat zij geen ziel hebben. Maar soms knaagt het wel, ergens diep in ons.

We krijgen steeds meer met ze te maken, maar het is moeilijk om aan ze te wennen. Het geeft ons een onzeker gevoel. Het geeft spanningen. Soms zijn we heimelijk bang dat zij ons zullen overvleugelen. Zoals al zo vaak in de geschiedenis woeste volken verfijnde, verwende, verwekelijkte, verbleekte beschavingen hebben overspoeld. Natuurlijk zijn wij superieur in onze visie op de gelijkheid van alle mensen; maar als wij ze tegenkomen begint die visie soms opeens te wankelen. We kunnen er niets aan doen: we voelen ons bedreigd.

Maar er is geen ontkomen aan: we krijgen steeds meer met ze te maken. En per slot van rekening zijn ze familie. Homo sapiens, of Adam-en-Eva-ieten, of hoe je het ook noemt.

Soms zijn we jaloers op ze. We zouden wel wat van ze willen overnemen. Wat van hun levenslust, hun onbekommerdheid, hun bruisende motoriek, hun muziek. Dat hebben we trouwens ook wel geprobeerd.

Maar dat werkt niet. Het staat onnatuurlijk, aanstellerig. Wij zijn nu eenmaal anders.

Misschien kunnen we wel van ze leren. Misschien kunnen we met ze samenleven en samenwerken in de globaliserende wereld. Met m’n neiging tot gepieker en doemdenken zou ik er wel baat bij kunnen hebben als ik zulke mensen naast me zou hebben…

Ja, daar zullen we heel wat voor moeten overwinnen in onszelf. Onze comfortzone zal moeten opschuiven. Maar dat moet tenslotte ook als je van baan verandert, of als je gaat trouwen. Het opent wel nieuwe perspectieven!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *