Bedreigd, maar niet bang

Onze positie wordt bedreigd. De euro lijkt te wankelen; er is sprake van een ‘euro-crisis’, na lange tijd sussende woorden van de verantwoordelijke politici dat, als we nu maar de goede maatregelen nemen, alles in orde zou komen. Amerika heeft z’n economische problemen ook niet in de hand.

In ons eigen land worden onze pensioenen bedreigd. We dachten dat we een solide stelsel hadden, het beste van de hele wereld, zo werd gezegd. Maar de zekerheid die we dachten te hebben is zoek en het begint ons te dagen dat we die niet terugkrijgen. De rust in de samenleving wordt bedreigd door allochtonen. En de regeringsmaatregelen – goed, dat er bezuinigd moet worden, dat zal wel, maar de manier waarop boezemt toch weinig vertrouwen in.

En dan wordt onze positie als christenen nog eens extra bedreigd. Het militante atheïsme krijgt een steeds sterkere stem. Godsdienstvrijheid is lang niet vanzelfsprekend meer. De vrijheid van onderwijs is in discussie. Christendom en islam worden op een hoop gegooid als fundamentalistische, onverdraagzame godsdiensten die de seculiere vrijheid bedreigen.

Reflex

Een voor de hand liggende reflex is: proberen onze positie zo veel mogelijk veilig te stellen. Redden wat er te redden valt.  Verontwaardigd reageren als iemand een vinger uitsteekt naar de godsdienstvrijheid en de vrijheid van onze scholen. De verworvenheden van onze ‘joods-christelijke traditie’ zo veel mogelijk vasthouden en verdedigen. Kortom, een defensieve houding.

Dat zit in de lucht. Op die manier drijven we als christenen mee met de stroom van de samenleving. Ons terugtrekken op gevestigde posities: als pensioengerechtigden, als deel van de autochtone cultuur, echte Nederlanders; als rijke landen.

De keerzijde daarvan is afweer. Tegenover alles wat onze gevestigde positie kan aantasten, iedereen die een nieuwe claim doet, schieten we in de kramp. Dan halen we alles uit de kast. Zelfs voor nuchtere verhalen dat het niet zo kan blijven, staan we niet open.

Strohalm

Een christen past een andere houding. De Heer heeft ons geen veilige en stevige positie in deze wereld beloofd. Integendeel, we moeten bereid zijn voor Hem te lijden en alles wat we hier hebben op te geven voor Hem.

Als dat onze grondhouding is, dan zijn we innerlijk vrij om op te komen voor wat rechtvaardig is en goed voor iedereen, goed voor de samenleving. Dan wordt onze toon anders. Dan klinken we niet defensief en bang. Ook als we opkomen voor godsdienst- en onderwijsvrijheid, en tegen botte-bijlbezuinigingen van de regering. En voor de rechtsstaat en voor goed burgerschap. Dan wordt duidelijk dat dat niet onze vaste burcht is en niet onze laatste strohalm.

Christenen in Nederland hebben veel te verliezen. Een goed inkomen, welvaart, sociale zekerheid. Kerkgebouwen en de auto’s die er zondags bij geparkeerd staan. En nog veel meer. Hoeveel daarvan zijn we bereid om af te staan als onze Heer dat van ons vraagt? Waarnaar zullen we omkijken als de vrouw van Lot?

21-7-11

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *