7 mythen over godsdienstvrijheid

1.  Godsdiensten zijn onverdraagzaam omdat zij absolute waarheid claimen.

Het christendom heeft al lang de naam bekrompen en onverdraagzaam te zijn. Dat komt door onaangename jeugdherinneringen van veel Nederlanders en framing door schrijvers als Maarten ’t Hart, Jan Wolkers en recenter Franca Treur. Ver daarachter ligt de kritiek op de godsdienstoorlogen in Europa in de zestiende en zeventiende eeuw, die door de Verlichting werd gekaapt. Sinds de verwoesting van de Twin Towers in New York is de verdenking opnieuw en breder opgelaaid. Ook de islam liet zich nu van een onverdraagzame kant zien.

Toch kan iemand best geloven dat alle mensen die niet zijn of haar godsdienst belijden zullen branden in de hel, en toch in de praktijk van deze wereld volstrekt tolerant zijn. Een geloof kan nog zo exclusivistisch zijn, dat zegt nog heel weinig over de richtlijnen die gelden voor de omgang met andersdenkenden.

Als volken of bevolkingsgroepen elkaar slecht verdragen, zijn er meestal andere factoren in het spel, zoals ras, groepsgevoel en sociale verhoudingen. In India bijvoorbeeld voelen moslims zich achtergesteld bij hindoes en wonen ze veelal geconcentreerd in eigen woongebieden. In de veertiende eeuw was klimaatverandering met de economische achteruitgang die het gevolg was, een belangrijke oorzaak van religieus geweld.

2.  Het christendom is verdraagzaam, de islam niet.

Het ligt er maar aan hoe je dat wilt vaststellen. Als het om de principes gaat, zijn er binnen beide godsdiensten veel meningsverschillen. Een niet-aanhanger van een godsdienst kan moeilijk objectief vaststellen of die godsdienst verdraagzaam is of niet, want die kan het gezag dat binnen de godsdienst geldt niet wegen. Moet je van de Bijbel uitgaan, van de paus of van protestantse leiders? Citeer je uit het Oude of uit het Nieuwe Testament? Hoeveel gezag heeft binnen de islam de Koran, en hoeveel andere overleveringen? Of moet je afgaan op ayatollah’s of imams?

Je kunt ook kijken naar de praktijk. Dan zijn er in de islam meer gewelddadige stromingen dan in het christendom, maar ook daar zijn ze klein. Wel belemmeren veel islamitische staten de vrijheid van christenen ernstig. Maar daar kun je de moslims in Nederland niet op aankijken. In het verleden is het christendom wel met geweld opgelegd, en omgekeerd zijn er ook verdraagzame islamitische heersers geweest. In het christendom is de gedachte dat religie niet met dwang aan anderen kan worden opgelegd sinds lang algemeen verbreid. Momenteel beroepen Nederlanders zich soms weer op christelijke waarden om zich tegen moslims in Nederland te keren.

3.  Mensen kunnen nog zo verschillen in hun godsdienstige opvattingen, in de praktijk moeten ze elkaar kunnen vinden in het verlangen naar een vrije en tolerante samenleving.

Schijnbaar spreekt het vanzelf: uiteindelijk wil ieder mens vrijheid in een veilige samenleving. De praktijk laat echter zien dat het ingewikkelder ligt. Mensen willen veiligheid en vrijheid, maar zetten zich af tegen anderen die volgens hen een bedreiging daarvoor vormen. Of ze worden opgehitst door leiders die hun eigen belangen hebben.

De denkfout achter deze gedachte is dat mensen, afgezien van hun religie, een gemeenschappelijke basis of grondovertuiging hebben. Maar kenmerkend voor godsdienst is nu juist dat ze haar meest fundamentele overtuigingen niet met anderen gemeenschappelijk heeft. Moslims in hun eigen landen beschouwen invloeden uit het christelijke westen als verderfelijk. Gereformeerden verdachten destijds rooms-katholieken en doopsgezinden ervan dat ze geen loyale staatsburgers waren.

Er zit niets anders op dan aanhangers van verschillende godsdiensten bevragen hoe zij, vanuit hun godsdienst, met andersdenkenden willen samenleven. Dat kunnen ze wederzijds doen, in onderling gesprek. Hoe vrij wil je de ander laten?

Er is geen algemeen gedeelde menselijke grondovertuiging over de vraag op welke voorwaarden mensen met andere groepen denken te kunnen samenleven. Vreedzaam samenleven kan niet kan niet gedecreteerd worden. Het moet gezocht worden.

 4.  Godsdienstvrijheid kan worden bevorderd doordat aanhangers van verschillende godsdiensten met elkaar een dialoog aangaan waarbij ze bereid zijn hun absolute waarheidsclaims ter discussie te stellen.

Gesprek, dialoog, is nodig, zagen we. Mogelijk kan daardoor wederzijds begrip en respect groeien. Maar het is niet reëel om mensen te vragen hun diepste overtuigingen in de waagschaal te stellen. Dat kan hoogstens in een vrijblijvende ontmoeting tussen abstract denkende leiders. Maar dan is of de godsdienst niet helemaal menens of het gesprek heeft geen wezenlijke inzet.

5.  De waarheid van de wetenschap bevrijdt de samenleving van de elkaar bestrijdende waarheidsclaims van godsdiensten.

Zo ver reikt de wetenschap niet. Wetenschap beperkt zich tot wat waarneembaar is en kan dus geen uitspraken over het onzichtbare doen. Bovendien zijn wetenschapsresultaten omstreden. Zijn wij ons brein of zijn wij meer? De economische theorie van het marxisme heeft allerminst vrijheid gebracht, maar ook die van de vrije markt is op dit punt twijfelachtig, en de aanhangers van beide systemen hebben al een lange geschiedenis van onderlinge, vaak gewelddadige strijd. Stel dat bewezen wordt dat jongensbesnijdenis uit medisch oogpunt bedenkelijk is, dan nog zal het jodendom volhouden dat het een belangrijk middel is voor de ontwikkeling van een waardevolle eigen identiteit. Dat kan de wetenschap niet weerleggen. Overigens zijn er ook wetenschapsresultaten die godsdienstige inzichten bevestigen, bijvoorbeeld dat echtscheiding veel schadelijker is voor kinderen dan vaak werd aangenomen.

6.  Als godsdienst wordt uitgebannen zal de samenleving vrijer zijn.

Ook hier vormt het marxisme een tegenbewijs uit de praktijk. Het is atheïstisch maar heeft de gruwelijkste dictaturen voortgebracht. Bovendien laat het zien dat de grens tussen godsdienst en niet-godsdienst niet zo scherp is. Het marxisme is een levens- en wereldbeschouwing met een religieuze lading maar in wetenschappelijke en atheïstische kleren. Secularisme is er ook in militante en onverdraagzame vormen.

7.  Vreedzaam samenleven vereist dat godsdienstbeleving beperkt blijft tot de privésfeer.

Kan niet. De sferen raken elkaar. Vrijheid van meningsuiting kan niet alleen in de privésfeer. Klok luiden en gebedsoproep, kruisje en hoofddoek, weigerambtenaar. Op andere manieren regelen. Kan niet helemaal geregeld worden. Er zullen gevoelens van belediging en gekwetstheid zijn. Uitdagend gedrag van beide kanten – religieus en atheïstisch – zijn mogelijk, moeten onder ogen worden gezien.

12-7-2012

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *