Relativeerders en bevlogenen

Er zijn twee politieke stromingen onder de mensen die ik mijn geestverwanten mag noemen. Gelijk in geloofsovertuiging, gelijk in politieke keuzes, maar toch verschillend. Laten we de ene groep de relativeerders noemen, de andere de bevlogenen.

Geweldsmonopolie

De eerste groep benadrukt dat we de rol van overheid en politiek vooral niet moeten overschatten. De overheid, zeggen ze, hoort niet bij de schepping maar is er gekomen vanwege de zonde. Zij heeft slechts een tijdelijke taak, die betrekking heeft op deze wereld. Straks, als het koninkrijk van God komt, heeft zij afgedaan en raakt zij haar macht kwijt aan de enige koning die eeuwig regeert, Christus. De wereldlijke overheid is er “om de ongebondenheid van de mensen te bedwingen”, om degenen die zich te sterk maken ten koste van anderen in toom te houden. Het is haar taak om de onderlinge verhoudingen tussen mensen in het publieke verkeer te regelen. Zij maakt wetten, zij draagt het zwaard, dat wil zeggen dat zij het geweldsmonopolie heeft. Met andere woorden, zij kan met uiterlijke middelen het gedrag van mensen reguleren. Het komt haar niet toe om de gewetens van mensen te binden. Theocratie is wel het laatste waar we op uit moeten zijn.

In deze denktraditie worden vaak kerk en staat naast elkaar gezet en met elkaar vergeleken. Soms wordt gesproken van twee rijken, soms van twee regimenten, twee manieren waarop God in Christus regeert, het geestelijke en het wereldlijke. Elk van beide heeft een eigen terrein met eigen bevoegdheden en een eigen instrumentarium en moet die van de ander respecteren en z’n eigen handen ervan afhouden.

Augustinus

De kerk moet het evangelie verkondigen. Zij richt zich daarmee tot het innerlijk van de mensen, hun hart en hun geweten. Zij is erop uit om mensen te bekeren tot God en ze ertoe te leiden om zijn eeuwig koninkrijk binnen te gaan.

Deze richting van politiek denken heeft oude papieren: ze gaat terug op Augustinus. Enkele eigentijdse vertegenwoordigers uit wat ik als mijn eigen kring beschouw zijn Jochem Douma, Jurn de Vries, Govert Buijs, Stefan Paas en Ad de Bruijne.

(Tekst gaat onder de afbeelding verder)

kerk en staat 11Leven en dood

Maar ik zie ook een andere stroming. Telt de eerste vooral theologen en dergelijke theoretici, deze vind ik juist in de politieke praktijk. In Den Haag – want die volg ik in de media het meest, al is ze net zo goed vertegenwoordigd in provincies en gemeenten. Op het Binnenhof is de inzet bijvoorbeeld de strijd tegen vrouwenhandel en slavernij in de prostitutie. Of het bewaken van grenzen als het gaat om abortus en euthanasie en de tendens in de samenleving is om die grenzen op te rekken. Als het gaat om zaken van leven en dood en bescherming van zwakken, gaan de Tweede Kamerleden van de ChristenUnie vol op het orgel. De ‘Psalmnorm’ komt ter sprake, verwijzend naar Psalm 72. Wat Christus wil en zal brengen, dat wordt toegepast op de politiek van vandaag.

Er is geen sprake van dat deze politici iets van een theocratie nastreven. Zij respecteren met volle overtuiging de democratische spelregels, die zij als geen ander kennen. Maar daar binnen storten ze zich met hun hele persoon in de politieke arena.

Morele invloed

Ze maken deel uit van de wetgevende macht, ze zijn geen getuigende dominees maar politieke professionals. De vrijheid van meningsuiting is voor hen net zo’n kostbaar goed als voor de gemiddelde Nederlander, gelovig of ongelovig, liberaal of van welke politieke richting ook. Maar als zij opkomen voor wat zij belangrijk vinden, proef je duidelijk wat hen drijft. Tot in de stijl van hun optreden toe hoor je het verschil met het relaxte optimisme van Mark Rutte, de intelligente redelijkheid van Alexander Pechtold of het populisme van Emile Roemer.

De christelijke volksvertegenwoordigers stralen ontzag uit voor een Schepper, die vooral mensenlevens kostbaar vindt. Er gaat van hen heel wat meer uit dan alleen wet- en regelgeving. Zij hebben ook een morele invloed.

Oogst

Theologen hebben hun roeping veelal in de kerk; prima dat ze die centraal stellen. Wie in de politiek geroepen is, mag zich in dat werk ook met hart en ziel inzetten. Zoals ouders dat doen voor hun kinderen, leraren voor hun leerlingen en verpleegkundigen voor hun patiënten. Alsof het leven van die kinderen, leerlingen, patiënten ervan afhangt. Zij doen op hun plek net zo goed het werk van de Heer. Tenslotte is de kerk die het koninkrijk binnengaat, vol met kinderen, leerlingen en patiënten.

Al die hardwerkende mensen hoeven geen irreële, idealistische verwachtingen te hebben van het resultaat in deze wereld. Zij vestigen niet het koninkrijk van God op aarde. Zij zijn en blijven hier  vreemdelingen in een wereld die op z’n eind loopt – zoals genoemde theologen vaak uit het Nieuwe Testament aanhalen. Dat geldt voor die kerkelijke voorgangers zelf net zo goed. Zij stuiten ook op dichte deuren, ploegen meer dan eens op rotsen en zien mensen het geloof verlaten. Maar voor allemaal geldt wat de apostel zelfs tegen de slaven zegt: “Wat u ook doet, doe het van harte, alsof het voor de Heer is…” (Kolossenzen 3: 23).

Van al dat werk wordt ooit, op de grootste dag, de oogst binnengehaald.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *