Nederland vraagt surseance aan

Mogelijk uit de euro

NEDERLAND VRAAGT SURSEANCE AAN

van onze parlementaire redactie

 Den Haag, 15 maart 2060 – De Nederlandse regering heeft bij de Europese Centrale Bank in Frankfurt surseance van betaling aangevraagd. Dit heeft het ministerie van financiën desgevraagd bevestigd. De eerste controleurs van de bank worden morgen op het ministerie in Den Haag verwacht.

 Al geruime tijd voldeed Nederland niet aan zijn terugbetalingsverplichting op zijn lening bij het Internationaal Monetair Fonds. Er is geen zicht op dat Nederland in de nabije toekomst wel aan zijn verplichtingen zal kunnen voldoen.

 Een woordvoerder van de Europese bank verklaarde dat het verzoek in behandeling is genomen en dat momenteel overleg wordt gevoerd met de Europese Commissie in Brussel.

 Naast het IMF zijn er tal van schuldeisers die door de nieuwe maatregel worden gedupeerd, doordat betalingen worden opgeschort, zoals internationale banken, universiteiten en scholen, ziekenhuizen, grote bouwondernemingen, ICT-bedrijven en busmaatschappijen.

 De levensstandaard van de gemiddelde Nederlander is intussen gestadig gedaald door oplopende werkloosheid, stijgende inflatie waaraan de lonen en pensioenen niet werden aangepast, en bezuinigingen op de sociale zekerheid. Er heerst momenteel in Nederland een diepe sociale onzekerheid.

 De ECB acht een faillissement van de Nederlandse staat vooralsnog uitgesloten. Wel is de mogelijkheid dat Nederland de eurozone zal moeten verlaten, dichterbij gekomen. Na enkele Zuid- en Oost-Europese landen zou Nederland daarmee het zoveelste land zijn dat dit lot ondergaat. De Duitse bondskanselier Rauber heeft al eens gezegd dat op den duur mogelijk alleen Duitsland de euro zal overhouden en dat er dan geen reden is om deze niet terug om te dopen in mark. Tenslotte is Duitsland vanouds de bakermat van de Wederdopers.

 Veel Nederlanders hebben geen moeite met een terugkeer naar de gulden en zien daar zelfs naar uit. Volgens hen was het leven onder de gulden in Nederland veel beter.

 KRONIEK VAN EEN NEERGANG

 Februari 2010 – Het kabinet Balkenende IV valt. Bij de volgende verkiezingen in juni winnen vijf partijen ieder ongeveer evenveel zetels. De daarop volgende kabinetsformatie duurt ruim 8 maanden.

 2010-2030 – De zittingsduur van kabinetten neemt af van gemiddeld 1,8 jaar in de jaren ’10 tot gemiddeld 9 maanden in de jaren ’20. De gemiddelde duur van de formatie loopt op van 3,5 tot 7 maanden. De meeste kabinetten zijn samengesteld uit 5 partijen, sommige uit 4 partijen met gedoogsteun in de Tweede Kamer van een 5e partij. Noodzakelijke bezuinigingsplannen sneuvelen in het parlement als tinnen soldaatjes. Het begrotingstekort gaat vanaf 5,5 % gestadig omhoog.

 2030-2039 – Het begrotingstekort stijgt tot 23 %. Kabinetten vallen wegens onenigheid over urgente bezuinigingsplannen.

 2035 en volgende jaren – de demissionaire periode van kabinetten duurt extra lang door protesten tegen de gang van zaken bij de verkiezingen.

 2047 – Nederland kan op de kapitaalmarkt geen lening meer krijgen beneden de 6,5 % rente. De regering vraagt een lening aan bij het IMF. Het IMF stelt strenge voorwaarden, maar de deadline daarvoor wordt telkens opgeschoven, waarbij de voorwaarden worden aangepast.

11-3-2010

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *