Jules Maigret 10x beter dan Agatha Christie

Ieder z’n smaak. Georges Simenon en Agatha Christie hebben met hun detectiveromans allebei hun miljoenenpubliek, inclusief hun fanwebsites. De concullega’s rijden elkaar niet in de wielen. Toch: hoe meer ik thuis raak in Maigret, hoe onbevredigender ik Agatha Christie vind. Alleen al het feit dat Simenon aan één hoofdpersoon genoeg heeft, terwijl Christie Poirot, Miss Marple en nog een aantal figuren laat opdraven, zegt iets.

1.       Maigret is politieman. Hij rechercheert in de context van de politieorganisatie. Hij heeft Maigretinspecteurs onder zich met wie hij samenwerkt. Hij heeft het politieapparaat achter zich, met specialisten zoals de dokter die slachtoffers onderzoekt, mannen die foto’s nemen op de plaats delict, en Moers die laboratoriumonderzoek voor hem doet. Hij kan aanhoudingsbevelen doen uitgaan en zelfs een stadswijk laten afzetten en er een razzia laten houden. Hij heeft een chef. Hij kan ontslagen worden. Hij heeft de nodige wrijvingen met de juristen van de gerechtelijke afdeling aan wie hij moet rapporteren en de zaken overdragen. Hij moet zich de pers van het lijf houden. Dit is een eerste factor waardoor de verhalen zich meer op de begane grond afspelen; ze zijn realistischer.

2.       Het werk van Maigret speelt zich af in de echte wereld. Vaak in de wereld van Parijs – er is wel gezegd dat er geen romans zijn waarin Parijs een grotere rol speelt dan in die over Maigret. De plattegrond, de Seine, de kades, de pleinen, de cafés gaan voor ons leven. Hetzelfde geldt van de kaart van Frankrijk, voorzover die in de verhalen een rol speelt, en van de plekken buiten Parijs waar Maigret terechtkomt. Simenon is ter plekke geweest en heeft daar zijn verbeelding laten werken.

3.       Maigret komt veel meer uit de verf als mens. Hij heeft een achtergrond. We horen waar hij geboren is, wat zijn vader deed, we bezoeken zijn geboorteplaats. Hij had graag voor chirurg willen studeren, maar dat kon niet. Hij is getrouwd. Hij gaat ’s morgens met de bus naar z’n werk en komt normaliter ’s avonds thuis. Hij belt of laat bellen naar z’n vrouw als hij niet komt eten. Hij gaat met z’n vrouw uit. Soms treedt mevrouw Maigret op de voorgrond. Hij heeft familie; hij heeft een vriend van vroeger.

4.       Hij heeft ook gewoon- menselijke emoties: boosheid, morele verontwaardiging, afkeer, en frustratie, zich uitend in kortaangebondenheid, als het onderzoek niet wil vlotten. Hij heeft de zwakheid dat hij de hele dag door regelmatig drinkt, zonder overigens echt dronken te worden.

5.       Maigret is een solide man. Hij is monogaam. Zijn huwelijk is burgerlijk; het is harmonisch. In de verhalen biedt dat een tegenwicht tot de milieus waarin hij veelal zijn werk moet doen, met veel huwelijks- en relatie-ellende en prostitutie. Maigret is niet altijd onontvankelijk voor vrouwelijke charme, ook niet als die wordt uitgespeeld, maar voor meer ordinaire verleidingskunsten is hij ongevoelig. Maigret heeft veel gemeen met W.H. van Eemlandts oer-Hollandse commissaris Van Houthem, over wie we helaas maar weinig verhalen hebben.

6.       Maigret werkt in de echte samenleving. De Poirot-verhalen blijven binnen de – oorspronkelijk ongeschreven – regel dat het traditionele detectiveverhaal zich afspeelt in de wereld van de welgestelde klasse; koetsiers, butlers en dienstmeisjes treden alleen op als bijfiguren. Gelukkig heeft Simenon met die regel gebroken. Maigret krijgt in zijn werk met een eindeloze variatie aan mensen te maken. Er zijn welgestelden bij, tot oude aristocraten toe. Maar ook kleine winkeliers en boekhouders. Studenten. Mensen die op drift geraakt zijn. Mensen die door hun beperkte intelligentie, een ongelukkig verleden of een psychische eigenaardigheid niet in de gewone samenleving kunnen meedraaien. Vaak betreft het de zelfkant van de samenleving. Maigret komt beroepshalve veel in bars, die vaak naar bordelen overhellen. Maar vaak gaat het ook over gewone kleine burgers die relationeel of materieel, of in beide opzichten, vastgelopen zijn.

7.       Die mensen waaronder Maigret werkt, zijn gecompliceerd. De psychologie neemt in zijn werk een grote plaats in. Er is maar weinig zwart-wittekening in zijn verhalen. In de meeste mensen, hoe bizar ze zich ook gedragen, kun je je toch verplaatsen. Veel moordenaars kun je begrijpen; meer dan eens kun je medelijden met ze hebben. Prostituees blijven mensen. Er is meer aan de hand dan alleen dat ‘het motief’ een grote rol speelt. De verhalen gaan over echte mensen. En weinig of nooit over mensen die goed kunnen toneelspelen. De puzzels die Maigret moet oplossen bestaan in mensen en niet in een gezochte plot (zoals bij de door mij ook bewonderde Ellery Queen nog regelmatig voorkomt).

8.       Maigret leeft met ‘zijn’ mensen mee. Dat ze zo uit de verf komen heeft ermee te maken dat we ze door zijn bril zien. Hij kan goed omgaan met gewone mensen uit de lagere klasse, speciaal met die waar hij beroepshalve veel mee in aanraking komt: bareigenaars, prostituees, en mensen die iets te verbergen of te verdraaien hebben, schijnophouders. Hij heeft vaderlijke gevoelens voor jonge mannen – temeer door het gemis van een eigen zoon – maar ook voor jonge vrouwen. Hij leeft zich in in huwelijks- en familiebanden en in de spanningen die zich daarin voordoen. Hij leert mensen kennen tegen de achtergrond van hun persoonlijke geschiedenis. Hij begrijpt mensen in hun eergevoel, hun beroepstrots, hun gekrenktheid, hun zwakheden, in alles wat menselijk is. Toch blijven sommige mensen ook, echt menselijk, een raadsel voor hem.

9.       Maigret is ambtenaar. Ook daarin is hij menselijk. Hij valt niet samen met z’n werk. Hij is een bijzonder begaafd rechercheur, die door z’n ondergeschikten bewonderd wordt, maar buiten zijn werk is hij een gewone burgerman. Saai zelfs, zoals in De memoires van Maigret naar voren komt. Hij neemt regelmatig afstand van zijn werk door met z’n vrouw naar hun buitenhuisje in Meung-sur-Loire te gaan, waar ze na z’n pensionering samen zullen gaan wonen – dat doen ze ook inderdaad.

10.   Al met al stimuleren de cases van Maigret tot nadenken over goed en kwaad in mensen. Ze leiden tot meditatie over de mens en het menselijk tekort, en over de samenleving. Wat dat betreft beantwoorden ze aan het ideaal van Chesterton – afgedacht van diens religieuze motief – die de status van het detectiveverhaal heeft verdedigd: het is bij uitstek geschikt om vragen van goed en kwaad aan de orde te stellen. Kortom, de Maigretjes hebben diepgang.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *