De mooiste gesloopte kerk

De meest indrukwekkende kerk waar ik in mijn kinderjaren naar toe ging is de Kolenkit in Amsterdam. Met een trap over de hele breedte met merkwaardige bobbels in de treden. Het andere uiterste was een zaaltje in een school dat half onder de grond lag. De eerste staat er nog, het tweede is hors concours. Ik was onvoldoende betrokken bij de verkiezing van de ‘mooiste gesloopte kerk’, opgezet door het Nederlands Dagblad.

Wij zijn een verdraagzaam landje. Kerken worden niet verwoest, er worden geen aanslagen op gepleegd. Gespecialiseerde makelaars proberen er een zo goed mogelijke bestemming voor te vinden. Rooms-katholieke kerkgebouwen worden bij herbestemming of sloop wel ‘ontwijd’, maar daar is niets laakbaars mee bedoeld.

Schuilkerken

Kerkgangers zijn diep gekwetst en vaak boos als hun kerkgebouw, waar ze jaren en misschien hun leven lang hebben gekerkt, gesloopt wordt. Ze voelen zich kerkelijk ontheemd en het komt geregeld voor dat hun kerkgang schipbreuk lijdt.

Ik begrijp het wel, maar ik kan het niet meemaken. Wij kerkten altijd in gehuurde gebouwen en gingen van de ene ruimte naar de andere. Ik leerde al vroeg dat wat een kerk heette, eigenlijk een kerkgebouw was. Een kerk, en de kerk, is heel wat anders. Die is van Christus en die blijft. Maar die wordt wel vaak weggedrukt. Onze voorouders in de Reformatietijd zijn vanwege de kerk gevlucht, met achterlating ook van hun vertrouwde kerkgebouw. Er werden ‘hagepreken’ gehouden, kerkdiensten in de open lucht. Er kwamen schuilkerken en schuurkerken. Elders in de wereld worden wel kerkgebouwen verwoest en degenen die er hun diensten houden vervolgd.

Alternatief

Sinds de ‘alternatieve’ jaren 1970 kwam er in bepaalde kringen een voorliefde op voor alternatieve kerkvormen, waaronder huiskerken. In China waren de gelovigen gedwongen samen te komen in huiskerken en zelfs in de open lucht, biddend met de ogen open om voor speurende ogen alle indrukken van een kerkdienst te vermijden. In Amerika ontstond de ‘store front church’, de kerk in een voormalig winkelpand, waar vanwege de kostprijzen aan een kerkgebouw niet te denken viel. Huissamenkomsten, ‘huiscelgroepen’, hadden voor veel mensen een lagere drempel. Zo werd de kleine groep zelfs geïdealiseerd.

Breek maar af

Met een tempel is het anders. Een kerkgebouw is geen tempel, maar het Oude Testament had zo’n heiligdom wel. Eerst de tabernakel, demontabel, later de tempel in Jeruzalem. Die werd wel gewijd. God zelf nam er zijn intrek met zijn ‘heerlijkheid’, zijn ‘sjechina’. De tempel van Salomo werd ook ontwijd en verwoest. Dat was echt een drama in de geschiedenis van het volk van God.

Toen Jezus op aarde was was er, in plaats van die vroegere, ook een tempel, waar priesters offers brachten en gelovigen baden volgens de wet van God. Maar toen Jezus actie voerde om die te zuiveren en hij daarop werd aangevallen, zei hij: “Breek deze tempel maar af…!” Een raadselspreuk, die pas later begrepen werd: hij had het over zichzelf, over zijn eigen lichaam.

Dat is de mooiste gesloopte kerk. Die stond er na drie dagen weer in volle glorie en is onverwoestbaar. Daar ga ik naar toe, mijn leven lang.

25-3-2013

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *