Wie maar de goede God laat zorgen…?

Het gezang ‘Befiehl du deine Wege‘ is het meest geliefde kerklied in Duitsland. In Nederland is het ook een traditionele topper: “Beveel gerust uw wegen, / al wat u ’t harte deert, / der trouwe hoed’ en zegen/ van Hem, die ’t al regeert.” De taal zal moeilijk meer overkomen, maar het vervolg is onsterfelijk: “Die wolken, lucht en winden / wijst spoor en loop en baan, / zal ook wel wegen vinden / waarlangs uw voet kan gaan”.

Waar is die enorme populariteit aan te danken? De zetting door Bach werkt zeker mee. Ook het feit dat de melodie meer dan eens voorkomt in zijn passiemuziek. In Nederland is voor dit lied een andere melodie in gebruik, maar de Duitse kennen we van ‘O hoofd vol bloed en wonden’. Maar er is meer.

Het lied drukt Godsvertrouwen uit. Het geeft troost in beproeving. Het is pastoraal. Het is precies waar christenen in alle mogelijke omstandigheden behoefte aan hebben. God weet wat goed voor ons is. Daar kunnen we rust in vinden. Ook als we het moeilijk hebben.

Voorzienigheid

Het is een geloofsbeleving dat elke pastor in zijn werk tegenkomt. Deze spiritualiteit grijpt in hoofdzaak terug op één Zondag uit de Heidelbergse Catechismus: Zondag 10, over de Gods voorzienigheid. Het is hetzelfde gevoel dat uitgedrukt is in het eindeloos populaire ‘Footprints’. “U liep naast mij, maar in de tijd dat ik het moeilijk had zie ik maar één paar voetstappen!” “Mijn kind, toen heb ik jou gedragen”.

De theoloog Schleiermacher heeft gezegd dat dit het wezen van religie is: een ‘afhankelijkheidsgevoel zonder meer’ (‘Schlechthinniges Abhängigkeitsgefühl’). Daarmee sloot hij aan bij een oude stroming in het westerse christendom, het Piëtisme, dat bloeide in Bachs tijd.

Maar Schleiermacher heeft een het Piëtisme helpen ontsporen. Hij bedoelde wel het over het christelijk geloof te hebben, maar in feite is dit afhankelijkheidsgevoel bij hem een kenmerk van religie in het algemeen. Hij is de vader van de religiewetenschap geworden, die, anders dan de klassieke theologie, de religie van buitenaf als fenomeen benaderde.

Bij Schleiermacher is religie een gevoel, een beleving, een elementaire menselijke gesteldheid. Het is geen geloof dat antwoord is op openbaring. Gods openbaring in de Bijbel was in zijn tijd, juist onder de ontwikkelden tot wie hij zich richtte, al behoorlijk in diskrediet geraakt.

Gods plan

Wij weten niet wat Gods bedoeling is – zegt deze geloofsbeleving – met ons leven, met de beproeving die ons overkomt, met de ellende die op ons afkomt. Waarom?

Een andere lijn in de christelijke geloofsbeleving komt daarbij vaak tekort, ook als die zeker niet geloochend wordt.

Wij weten wél wat Gods bedoeling is. Zeker, niet in details, maar wel in grote lijnen. In Christus gaat Hij een weg met ons en werkt Hij aan ons leven. Daar is de Bijbel vol van en geloof is, daar op te letten, dat vast te houden en het daar veel over te hebben.

Ik zal me inzetten

Er is nog een andere eenzijdigheid in deze geloofsbeleving. Het woord overgave staat er hoog in aangeschreven. Je moet het overgeven. Hoe vroom dat ook is, het neigt tot berusting en tot een zekere passiviteit. Voorzienigheidsgeloof, los van de intieme omgang met Gods openbaring, kan zelfs tot een soort fatalisme leiden. Gods voorzienigheid verschilt niet zo duidelijk van een noodlot.

De Psalmen geven juist volop uiting aan een actieve houding. Juist in zware beproevingen doet de zanger een gelofte: als U mij verlost, zal ik U loven, ik zal U eren, in uw heiligdom, samen met uw volk! Ik zal het pad van uw geboden lopen!

Dat hoor je zelden of nooit in gezangen. Daarom houd ik van het lied ‘Neem mijn leven, laat het, Heer, / toegewijd zijn aan uw eer’. Niet vanwege het lied op zichzelf, maar omdat het in de gezangenbundel zo uniek is.

Een richtsnoer voor ons gevoel

Veel christenen vinden in gezangen meer gevoel dan in psalmen. Daar zijn allerlei verklaringen voor. De muziekstijl speelt een rol. Of is de emotie die in psalmen is uitgedrukt – en die is vaak heftig, als het om de inhoud gaat – misschien minder dierbaar?

Laat Gods Woord de fakkel zijn die onze geloofsbeleving verlicht, ons hart verwarmt en ons lied verfrist. En laten we dan niet te gauw tevreden zijn.

30-8-2012

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *