Vrouw, visioen en ambt

In de discussie over vrouw en ambt blijven bepaalde Bijbelgedeelten ten onrechte buiten beschouwing. Daardoor ontstaat er bijziendheid voor andere.

We zijn op weg naar de bruiloft van het Lam (Openbaring 19). Het Lam is Christus; de bruid is zijn kerk, dat zijn wij. Dat relativeert ons ambt, en helemaal het regeeraspect daarin. Christus is onze ambtsdrager, Hij oefent het tot het eind toe voor ons uit, en aan ons. Het is aan ons om naar Hem te luisteren en ons door Hem te laten leiden. Aan ons, mannen en vrouwen – wat dat betreft, in Christus, zijn we gelijk (zoals het veel aangehaalde Galaten 3: 28 zegt).

Gender-identiteit

Niemand zal zeggen dat de bruid daardoor minder is, dat haar tekort wordt gedaan. Hij zelf al helemaal niet. Hij doet zijn bruid juist stralen. Daar heeft Hij zichzelfvrouw&ambt voor gegeven. Hebben wij er soms moeite mee Hem ons hoofd te noemen en ons aan zijn leiding toe te vertrouwen?

Hier staan wel twee seksuele of gender-identiteiten voor ons: het Lam en zijn bruid, man en vrouw. Helder onderscheiden, onverwisselbaar. Met verschillende posities. Dat onderscheid is niet alleen maar een ‘scheppingsordening’ – een wat statisch klinkend woord. Laat staan dat het cultureel beperkt zou zijn. Het blijft tot het eind, tot in de herschepping, de vervulling. Dan is ook die elementaire tweeheid vervuld.

Bevalling

Laten we nu ook kijken naar het eerdere vrouw-man-moment in hetzelfde visioen, hoofdstuk 12. De vrouw met haar hemelse tooi is zwanger. Eva, zij die leven geeft; het volk, de stad van God, het Sion van psalmen en profeten (met haar kinderen; ooit ontrouw als bij Hosea); en tenslotte Maria – we zien en horen haar in barensnood, in haar uiterste kwetsbaarheid en machteloosheid, de weeën, schreeuwend van pijn. Meteen is dit haar grootste moment: ze brengt haar kind ter wereld, een zoon, die binnen de kortste keren onaantastbaar hoog verheven is, in hemelse regeringskringen.

Die episode uit de film werpt een ongedacht licht op die passage die wij zo moeilijk vinden, het slot van 1 Timoteüs 2. ‘Ze zal worden gered doordat ze kinderen baart’ (misschien te sterk vertaald; NV51: ‘kinderen ter wereld brengende’). Wij horen er al gauw in: nou vooruit, ze wordt dan wel gered, maar vanuit de kinderkamer. Een achterkamer. Zoals wij spreken van het aanrecht. Het ideaalbeeld van onze cultuur is de zelfbewuste en lifestyle najagende carrièrevrouw op de cover van de MarieClaire. Als ze kinderen wil, laat ze er dan een geschikt moment in haar carrière voor uitzoeken. Het mag buiten een aantal weken zwangerschapsverlof geen rol spelen; laat ze ze maar ergens onderbrengen.

Topvrouw

Maar verlost worden is het hoogste wat een mens kan bereiken. En in de optocht door de poort van Gods koninkrijk is er geen onderscheid: de vrouw en moeder gaat mee voorop. Stel je voor: boven de kerkenraadsbank, of bij de domineesportretten in de consistorie, een foto van een vrouw in het kraambed met haar pasgeboren baby. Ze kan de moeder van die dominee zijn. Of de vrouw van die ouderling, of misschien zijn dochter. Een vrouw met een kind aan de borst kan misschien ook nog wel. Het hoeft niet zo realistisch als in Openbaring 12; dat reserveren we dan voor de Bijbelstudie. Ik ga zowaar iets positiefs zien in die ontelbare ‘madonna’s met kind’ waar je als toerist niet omheen kunt. Eva, zij die leven geeft, is een topvrouw, of de topvrouw.

Om misverstand te voorkomen: het gaat hier niet over uitzonderingen en individuele gevallen. Ongetrouwd (en dus kinderloos) zijn is prima (1 Korinthe 7). En er zijn meer dan genoeg gelovige gemeenschappen waar vrouwen leiding moeten geven omdat de mannen ontbreken.

Discriminatie

Maar elk concurrentiedenken is uit den boze. De vrouw wordt niet achtergesteld als ze geen predikant of ouderling kan zijn, net zomin als de vader wanneer hij niet zo’n intieme fysieke relatie met de kinderen kan hebben als de moeder. De man-vrouwverhouding is veel te subtiel voor een evenwichtsconstructie en scheve ogen. Elk principe dat uitgaat van: de vrouw moet dezelfde positie kunnen hebben als de man, leidt tot problemen. Zoals: is positieve discriminatie gerechtvaardigd en wenselijk? Moet er een quotum komen en zo ja welk? En als ze eenmaal binnen is: moet ze een van ‘de boys’ worden of juist haar vrouwelijkheid laten gelden? En hoe zit het met het glazen plafond? Allerlei problemen waar het feminisme niet uitkomt. In voetbal, zwemmen en schaatsen zijn we sinds mensenheugenis veel reëler.

Hoe dankbaar we ook gebruik maken van mogelijkheden die onze cultuur ook aan vrouwen biedt, tegelijkertijd is meer reserve op z’n plaats, meer vreemdelingschap. In onze verlegenheid met teksten van de apostelen is het Bijbelvervullende slotvisioen een heldere horizon.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *