Visioen van kerkelijke eenheid

Over twintig jaar zijn wij – de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKv) – allemaal PKN. Dat is niet mijn voorspelling; die is ooit uitgesproken door een PKN-predikant.

Het is een scenario. Die dominee had geen glazen bol, ik heb die ook niet, niemand. Maar het scenario lijkt me wel realistisch genoeg (afgedacht van de termijn) om eens te doordenken. Wat zou er dan gebeuren?

Ik ga nu niet beredeneren waarom ik het visioen realistisch vind, welke aanwijzingen ik ervoor zie. Dat zou een onderwerp apart zijn. Ik ga ook niet zeggen wat ik ervan zou vinden; dat zou opnieuw een onderwerp op zichzelf zijn. Ik probeer alleen een toekomstplaatje te schetsen. Daarbij maak ik gebruik van wat in verleden en heden, in Nederland en daarbuiten, al praktijk is geworden.

Stempel

In het begin zou er niet veel veranderen. De GKv zouden een aparte modaliteit binnen de PKN blijven – met hun eigen kerkdiensten, hun eigen klimaat in prediking en theologie, en ook verder: hun eigen nestgeur. Daar zouden duidelijke afspraken over gemaakt worden; met het bijltje van zo’n eenwordingsproces is in de oecumene wel vaker gehakt. Zo zou ook ‘Kampen’ als aparte theologische opleiding met een eigen signatuur blijven bestaan; wel zou er meer uitwisseling komen van studenten, later ook van docenten, en samenwerking in onderzoeksprogramma’s.

Hetzelfde geldt van de gereformeerde scholen. – Op dit punt kan ik makkelijk overschakelen op de tegenwoordige tijd. – Binnen vrijgemaakte kring kiest lang niet iedereen voor deze onderwijsinstituten, en omgekeerd blijft er toestroom van ‘buitenaf’. De ChristenUnie verandert nauwelijks en voor het Nederlands Dagblad geldt hetzelfde. Verschuivingen daar hebben al plaatsgehad. Vrijgemaakten blijven actief in breder christelijke organisaties en zetten er hun eigen stempel op, meer of minder sterk, naast de andere stempels.

Ook binnen de Protestantse Kerk zou de vrijgemaakte modaliteit een markante plaats innemen, vergelijkbaar met die van de Gereformeerde Bond nu. Zij blijft alle vrijzinnigheid hartgrondig verwerpen; in de publieke discussie is de herhaling van een aantal trefwoorden, verbonden met wat namen, nog lang voldoende.

Uitlaatklep

Voor de vrijgemaakten blijft het Schriftgezag een aangelegen punt. Maar de interpretatie van de Bijbel, de hantering ervan in de huidige cultuur, en de toepassing op concrete situaties loopt steeds meer uiteen, zowel in de opvattingen erover als in de praktijk, zowel bij de Kamper hoogleraren als thuis bij de kerkgangers. Van de belijdenis geldt dat nog veel sterker: die is niet officieel afgedankt, maar van de kennis van de inhoud is weinig over, en je laat tegenstanders van de kinderdoop toch zeker in hun waarde? De verschillen worden dank zij het brede protestantse milieu steeds minder als pijnlijk ervaren. De ‘ene ware kerk-leer’ is in het rariteitenkabinet beland, bedekt met een laag stof, onbegrepen en onherkenbaar.

Kerkmuren en kerkgrenzen zijn niet meer zo lastig en gevoelig als tevoren. Vrijgemaakten die om de een of andere reden hun eigen kring te eng vinden, gaan naar een wat vager orthodoxe gemeente of naar een voormalig (synodaal) gereformeerde kerk (GKN), zonder dat er een verdrietige term als ‘onttrekking’ of zelfs ‘kerkverlating’ hoeft te vallen. Anderen, die juist verontrust waren over de ontwikkelingen in eigen kring, vinden een plek in een Gereformeerde Bondsgemeente. Het geeft niet als die in een naburige plaats wat verder weg ligt; ze waren toch al gewend met de auto naar de kerk te gaan. De spanningen die er voorheen in vrijgemaakte kring waren, in opvattingen en in levenspraktijk, vinden zo een uitlaatklep. Sommigen vinden het wel jammer dat ze elkaar minder vaak tegenkomen.

Ook binnen de vrijgemaakte modaliteit worden de verschillen groter. De vrijgemaakte gemeente in Westcity vertoont veel overeenkomsten met een kerk met een oecumenische traditie in Lutjedijk.

De Christelijke Gereformeerden hebben nog hun aantrekkingskracht, evenals de Nederlands Gereformeerden die eveneens in de PKN onderdak gevonden hebben. Een enkeling komt, soms via de SGP, bij de Gereformeerde Gemeenten terecht. Er gaan ook ex-vrijgemaakten naar ‘nergens’. Dat vinden hun ouders en familie verdrietig, maar in de statistieken valt het niet meer zo op.

Democratisch

De vrijgemaakten leveren, zij aan zij met de Bonders, een aanzienlijke bijdrage aan de brede kerk, zowel wat betreft deelname aan activiteiten als financieel. De andere PKN’ers weten dat op waarde te schatten. Als een vrijgemaakte in een kerkelijke vergadering of een theologische conferentie het woord neemt, gaan anderen onderuit zitten; ze weten bij voorbaat uit welke hoek de wind waait. Er vallen soms nog wel grote theologische woorden, maar de sfeer blijft beleefd en vriendelijk. In de protestantse ruimte weet men al lang hoe met pluraliteit om te gaan. De spanningen waarmee dat ooit gepaard ging, zijn geluwd. Het democratisch principe dat besluiten bij meerderheid van stemmen worden genomen is onomstreden.

Theologische verschillen zijn helemaal ver weg als men zich met elkaar bezint op missionair kerk-zijn of de relevantie van de boodschap in een geseculariseerde wereld. Of als men zich met elkaar als gemeente inzet voor een leefbare wijk of de opvang van vluchtelingen. Vooral dan blijkt duidelijk de coöperatieve sfeer.

Festivals

Het verschil tussen CDA en ChristenUnie, Nederlands Dagblad en Trouw, blijft bestaan. Het wordt geleidelijk meer een accentverschil, het wordt steeds moeilijker om het verschil in identiteit helder onder woorden te brengen.

Ook wat kerkdienststijl betreft is er een groot verschil in aanbod. Of je je aangetrokken voelt tot liturgisch jaar en responsoria of tot Opwekking en staand met de armen zwaaien, tot psalmzang met orgelbegeleiding of tot een jeugdband, je vindt wel een kerk van je gading. Andere groepen houden aparte samenkomsten in de week. Sommige voor Bijbelstudie, andere voor voorbede. Of conferenties voor geestelijke bloei of festivals voor de jeugd. Allemaal benadrukken ze hoe principieel of historisch gefundeerd, belangrijk of aantrekkelijk hun eigen geloofsbeleving en beoefening is, en dat ze graag open staan voor iedereen. In de praktijk trekken ze elk hun eigen publiek.

Soms komt bij een van de voormalige voorvechters van kerkelijke eenheid de ongemakkelijke twijfel op of dit nu wel is wat ze ooit bedoelden. Ze troosten zich met de gedachte dat er tenminste nog iets kerkelijks gebeurt waar mensen zich toe aangetrokken voelen en zich voor willen inzetten, en dat de Geest waait waarheen hij wil. En dat je natuurlijk niemand veroordeelt. De vraag of daarmee ook meer mensen vrijgesproken en gered worden, blijft buiten beeld.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *