Visie voor Vrijgemaakten

Het boek Vrijgemaakte vreemdelingen verscheen in 2007. In onze snelle tijd geldt zo’n boek dan al weer als vrij oud, niet meer zo actueel. Maar ik vind, nu ik het opnieuw ter hand neem, dat het veel stof tot nadenken geeft die we nog lang niet voldoende hebben benut.

Het boek is een monument als het gaat om: ‘waar staan we nu’ als Vrijgemaakte kerken. Er is aardig wat kerkhistorisch onderzoek in samengebracht. Dat wordt vervolgens verwerkt met het oog op de actualiteit. En de evaluatie is evenwichtig. Vooral om die laatste reden vind ik het boek geschikt als verzamelpunt voor allen die, hoezeer ook met reserves en kritiek en mogelijk pijn vanuit het verleden, vandaag als Vrijgemaakten verder willen, of moeten. Daar reken ik mezelf toe.

Het is niet voldoende om te erkennen dat onze Vrijgemaakte erfenis z’n sterke en z’n zwakke kanten heeft. Ook niet als we die concreet benoemen. De vraag is: hoe nu verder?

In het verleden, zo geeft dit boek aan, werden nogal eens met veel elan visies verkondigd die eenzijdig als de enig juiste, gereformeerde, werden neergezet. Vaandels werden geheven en door velen gevolgd, en wie niet volgde was niet goed of in ieder geval niet sterk gereformeerd. Het elan was mooi, het exclusivisme veel minder. Dat kan nu ook weer gebeuren, zegt het boek, bijvoorbeeld rond ‘Christus centraal’ of ‘aandacht voor het werk van de Geest’: zulke vaandels kunnen tot nieuwe groepsvorming en polarisatie leiden (p. 199). Maar over het algemeen is er toch een reactie: het hoeft allemaal niet meer zo nodig, we hoeven niet meer zo strijdbaar te zijn; ‘leiderschap is niet meer van deze tijd’ is een kreet die ik nogal eens gehoord heb.

Ik wil niet pleiten voor leiderschap (een overigens weer zeer modieus begrip) of het ontwerpen en heffen van nieuwe vaandels. Maar zonder visie wordt het leven bloedeloos.

Op twee terreinen denk ik dat we een stap kunnen maken. Simpel gezegd: het heden en de toekomst.

Heden

Wat is onze positie als christenen in de wereld van vandaag? Wij verdelen kerk en wereld niet meer zo scherp in goeden en kwaden, degenen die voor en die tegen ons zijn. Tegelijkertijd moeten we de ‘strijd der geesten’ niet ontkennen of ervoor weglopen (vgl. in genoemd boek p. 184vv). Hier is een verdere doordenking op z’n plaats.

Wij werken en leven in deze wereld samen met ‘ongelovigen’. Ik denk dat we hier K. Schilders ‘Christus en cultuur’, dat nog steeds (ook in Vrijgemaakte vreemdelingen) als een monument geldt, moeten corrigeren. Cultuur is iets wat we gemeenschappelijk hebben en met elkaar doen: samen bouwen, samen leren en studeren, samen ons bezinnen op de problemen van de samenleving, samen beleid maken. Samen werken aan de economie; samen zorgen. Hoe kun je anders een buitenstaander voor Christus winnen, als je los van hem alleen met je eigen zuilgenoten samenwerkt?

Ik zette ‘ongelovigen’ tussen aanhalingstekens. Als je missionair in de wereld staat, beschouw je ze vaak ook als ‘nog-niet-gelovigen’. Er kunnen schapen van Christus bij zijn, en wij kunnen het instrument zijn om ze te verzamelen en binnen te brengen! God heeft de wereld niet losgelaten, maar in Christus liefgehad. Dat geldt vandaag nog. Het is aan ons om dat, in vertrouwen op Hem, in die gezamenlijke wereld in te brengen en te weerspiegelen.

Toekomst

Nu over de toekomst. Onze toekomstverwachting is donker gekleurd. Wij zien het christendom als opgaan, blinken en verzinken, en in die laatste fase zitten we nu. Dat beeld hebben we al sinds Groen van Prinsterer. In de tweede helft van de twintigste eeuw, die in het algemeen niet optimistisch was, heeft ook onder ons een doemdenken geheerst. Ook dat valt in Vrijgemaakte vreemdelingen te lezen (p. 23vv). Ik herinner me veel gehoord te hebben over het beest uit Openbaring 13 en Babylon uit Openbaring 17 en 18.

Ook op dit punt is heroriëntatie op z’n plaats. Ik kan maar kort een paar punten aanstippen. Wat de toepassing van Openbaring betreft: als je twintig eeuwen achter je hebt en je weet niet hoeveel er nog komen, is het hachelijk om te denken dat de profetie juist nu bezig is in vervulling te gaan. En de toepassing is ook wel erg versmald tot Nederland en de Europese cultuur.

En wat betreft het boek Openbaring zelf: het geeft aan hoe de beestmachten onherroepelijk te laat komen, en hoe voos Babylon is, vanaf het begin gedoemd om te vallen. Het geeft ook aan dat op het laatst nog altijd het Woord moet uitgaan, en dat het dan ook – in zekere mate – gehoor vindt (hoofdstuk 11). Samengevat met de karakteristiek van de Vrijgemaakte commentaar van nu: het boek is niet ‘apocalyptisch’, het is profetie.

Ik wil een en ander graag nog eens uitwerken, maar nu al wil ik vanuit deze visie leven.

 21-10-2010

Mees te Velde, Hans Werkman (red.), Vrijgemaakte vreemdelingen: Visies uit de vroege jaren van het gereformeerd-vrijgemaakte leven (1944-1960) op kerk, staat, maatschappij, cultuur, gezin. Barneveld: De Vuurbaak, 2007. 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

mushroom coffee