Twee dienende kerken

Twee kerken. De ene in een dorp, in een traditionele samenleving. De andere in Amsterdam, in het hart van de moderne geseculariseerde cultuur. Beide werden onlangs gepresenteerd door een voorganger. De laatste door Stefan Paas in een interview, de eerste door Matthijs (M.J.) Schuurman op zijn weblog. Beide staan midden in de weerbarstigheid van kerk en geloof in de wereld van nu. Ze zoeken mensen en proberen ze bij de kerk te betrekken met een praktische inzet waarvan ik onder de indruk ben. Tegelijkertijd is hun aanpak niet puur pragmatisch, maar gebaseerd op een visie op wat de kerk is en moet zijn. Contact met beide auteurs op sociale media triggerde mij om er wat breder over te schrijven.

Amsterdam

De Via Nova-gemeente heeft te maken met mensen die creatief zijtwee kerken 1n en al kiezend hun identiteit samenstellen. Mensen die binnenkomen moeten zich welkom voelen. Ze krijgen de tijd en de ruimte voordat ze beslissen om deelnemer te worden. Het is een gespreks- en geloofsgemeenschap. Als mensen zich willen aansluiten, wordt een belofte van ze gevraagd; het is niet vrijblijvend, je moet je committeren. Je bent betrokken bij het geheim, bij God en Christus, brood en wijn, bij een grote traditie. Spiritualiteit kun je niet in je eentje doen, het is teamsport. Er zijn verschillen, er zijn rafelranden, je ontkomt niet aan conflicten. Dat is in de kerkgeschiedenis altijd zo geweest en dat is onvermijdelijk. Maar je hebt met elkaar hoop op het heil dat uit de toekomst komt.

Ons dorp

Schuurman is predikant in een ‘volkskerk’. Dat is die kerk niet alleen, hij neemt het ook voor dit kerkmodel op. Als christenen ergens komen te wonen is dat niet voor niets. Christus kwam ook onder de mensen wonen. De kerk moet onder de mensen present zijn, betrokken zijn bij hun leven, ze serieus nemen, ieder in hun eigen unieke levensgeschiedenis. Pastoraat is dan ook een belangrijk kenmerk. “Ingangen zijn er via de belangrijke momenten op de levensloop: bij geboorte, bij het aangaan of verbreken van een relatie, bij verjaardagen en jubilea die gevierd worden, bij verliezen die geleden worden.” Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen actieve en niet-actieve leden. Het gaat er niet om mensen bij de kerk te betrekken, maar om ze goede geestelijke zorg te geven. Dat is haar verantwoordelijkheid naar God toe.

Allergisch

Het is duidelijk dat beide kerkmodellen heel verschillend zijn. Het stuk van Schuurman is zelfs een kritische reactie op Paas, die in zijn boek ‘Vreemdelingen en priesters’ weinig moet hebben van de volkskerk.

Toch zijn er ook overeenkomsten. Beide modellen vertonen de trekken van een ‘praktijktheorie’, een methode binnen de praktische theologie. Traditioneel werd de leer over de kerk besproken binnen de dogmatiek. Dat stempelde de discussie. Deze beide modellen staan dicht bij de praktijk, ze worden in de praktijk uitgewerkt en lijken ook in relatie met de praktijk ontwikkeld. Misschien kun je daarom zeggen dat ze elkaar niet uitsluiten: beide passen wel bij hun eigen situatie, niet bij de andere.

Die aansluiting bij de praktijk geeft beide modellen extra zeggingskracht. Het is niet alleen maar theorie. Amsterdam mikt op mensen die niet tot de ‘volkskerk’ behoorden en zich er ook niet thuis zouden voelen. En Schuurmans kerk treft niet de klassieke gereformeerde kritiek op de volkskerk dat velen er alleen maar in het ledenregister staan zonder dat de kerk naar ze omkijkt.

Beide modellen kennen de mensen in hun situatie, nemen hen serieus en proberen hen tegemoet te komen. Ze stellen zich dienstbaar op. Daarmee komen ze tegemoet aan mensen in onze cultuur. Wat dat betreft is het verschil in context ook weer niet zo groot. Mensen zijn allergisch voor het opgeheven vingertje en voor de nog na-ijlende reputatie van de kerk dat ze over het leven van mensen wil heersen. Intussen geven beide er blijk van dat het ze niet om pure medemenselijkheid gaat. Ik denk dat ook de mensen in hun kerk proeven dat de liefde van Christus hen dringt, meer dank zij hun optreden dan alleen door hun woorden.

Claim

Maar hier beginnen voor mij ook de vragen. Als je God en mensen wilt dienen, en wel als kerk, gaat het er dan niet om dat je mensen bij God brengt? Eerst God bij de mensen, door middel van het evangelie, maar dan ook mensen bij God? Dat je mensen met God verzoent, ze vraagt om zich met God te laten verzoenen (2 Kor. 5: 20)? Moeten ze niet gered worden? Gered van het komende oordeel (1 Tess. 1: 10)? Inderdaad, het gaat niet om de kerk, hoe belangrijk die ook is. Maar hier ligt wel de dienst van de kerk.

Je wilt beginnen met een relatie te leggen. Dat vraagt in onze tijd al heel veel. Maar is het wel genoeg dat mensen bij God ‘betrokken’ raken? Is er niet meer nodig: geloof, namelijk in het evangelie van de verzoening door Christus; overgave met huid en haar; gehoorzaamheid? Dat laatste woord is al helemaal vreemd in het cultuurklimaat van vandaag, ook in het evangelisatieklimaat, maar geloof is toch een kwestie van gehoorzaamheid aan een Heer die een claim legt op ons leven.

Winnen

Niet dat alle contacten van de kerk met mensen daarover zouden moeten gaan. Laat staan direct het eerste contact. Er is veel om de kern heen, wat uit de bron voortvloeit. De daad, diaconaal, in allerlei vormen, is vanouds vaak een van de eerste uitingen van de kerk geweest waardoor mensen getrokken werden. Maar de kerk zou toch tekortschieten als ze in de ‘benadering’ bleef steken, of in het tonen van meeleven op markante momenten in de levensloop. Ze moet eerlijk en duidelijk zijn over waar het haar om gaat. “Voor allen ben ik alles geweest”, ja, maar met het doel “om in elk geval enigen te winnen” (1 Kor. 9: 22) – mensen die daadwerkelijk aan Christus verbonden raken.

En dan zullen er zeker nog veel beginnersverschijnselen zijn. Veel overblijvend onbegrip, kwaad, verwarring. Maar Jezus ís al wel Heer. Dat het evangelie is wel een krachtig motief om op te roepen tot geloof, bekering, heiliging van het hele leven (en niet alleen kerkgang of spiritualiteit). De focus is niet het commitment van mensen op zichzelf, maar het ‘commitment’ van de Heer en het appel dat daarvan uitgaat. Dat is zelfs op een bepaalde manier dringend. Wie van ver moet komen hoeft nooit te wanhopen, maar nú is wel de tijd.

Of zouden deze elementen uit de klassieke christelijke leer niet meer toepasbaar zijn in de omstandigheden van mensen vandaag in de steden en dorpen van Nederland?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *