Te gast in de kerk

Van jongs af aan voelde ik me thuis in de kerk. Met mijn ouders mee groeide ik er in. Op school leerde ik de psalmen en gezangen die we in de kerk zongen. En de Bijbel werd gepreekt.

Er kwamen veranderingen in de kerkdienst, maar dat deden we met elkaar, daar maakten we als kerk met elkaar afspraken over, en die bespraken we op gemeentevergaderingen.

Het werd anders toen we, als gezin, in India naar de kerk gingen. Daar zongen ze andere liederen, al kwamen enkele ons bekend voor. Liederen met een heel beperkte inhoud, die cirkelden om God en de verloste ziel, veel smaller dan de psalmen. Nog steeds werd de Bijbel gepreekt, zij het soms smal, ‘exemplarisch’, over Bijbelheiligen die we moesten navolgen. Maar zelfs werd in middagdiensten de Heidelbergse Catechismus gebruikt.

OntspannenIMG_7085

Vooral met de liederen had ik op de duur moeite. Geestelijke armoede vond ik het, en ook wat de vorm en de muziek betreft was het peil soms bedroevend. Toen ik zelf bij de leiding van de kerk betrokken werd kon ik meewerken aan verandering. Maar wat de liederen betreft was er weinig aan te doen. De kerkgangers konden maar een beperkt repertoire meezingen.

De gemeente roeide met de riemen die ze had. Mensen deden hun best om er iets van te maken, er was eerbied voor God en een sfeer van verlangen om de aanwezigen te leiden in het leven met Hem.

Er was ook een open, gastvrije sfeer. Ik leerde me in de kerk, al was het heel anders dan thuis, te gast voelen, welkom. Zo doen ze het hier, dacht ik. Sommige dingen zou ik graag anders willen, en ik had genoeg ideeën hoe en waarom, maar het was grotendeels niet mijn zaak. Ik leerde mijn tenen minder te krommen, me te ontspannen, en het te nemen zoals het was. Ik voelde me vrij om een lied niet mee te zingen. Het is hun lied, hun eredienst, en niemand nam me mijn houding kwalijk. ’s Lands wijs, ’s lands eer. Regelmatig deelde ik zondags na afloop met Saskia, die net zo kritisch kon zijn als ik, wat we wél goed en fijn gevonden hadden in de kerk.

Verantwoordelijkheid

Terug in Nederland heb ik die les verder in praktijk gebracht. We kwamen in een grote gemeente terecht. In de jaren dat we weggeweest waren, waren allerlei veranderingen in de liturgie en verder in het kerkelijk leven doorgegaan, en dat proces gaat ook nu verder. Oppervlakkige liederen deden hun intrede, wat inhoud, dichterlijke vorm en muzikale kwaliteit betreft. Nogal wat kerkleden hadden daar een voorkeur voor. Vrijwillige armoede vond ik dat, want wij hebben geweldig veel rijkdom op dit gebied ter beschikking. En soms heb ik ook wel het idee dat het er meer om gaat dat mensen centraal moeten staan met hun performance dan de eer van God. Maar goed, dat werd van dominees en organisten vroeger ook al wel gezegd.

Als ik in een gemeente ergens in het land voorga in de dienst (vrijwel elke zondag een paar keer), zijn er allerlei wensen, vooral met kerst, en ik wil er graag over met de betrokkenen praten en tot een gezamenlijke vorm komen. Maar steeds vaker heb ik liever dat de plaatselijke kerk de verantwoordelijkheid daarvoor op zich neemt, net zoals wanneer ik in India preekte. Als ik na de Schriftlezing en de preek zelf een bijpassend lied kan kiezen ben ik tevreden.

Zo doen ze het hier. Ik ben hier te gast. Het is het huis van God, niet van mij. Natuurlijk speelt mee dat ik niet meer mee leiding geef zoals in de tijd dat ik als predikant in de gemeente stond. Maar ook als kerkganger zit ik anders in de kerk.

Het is waar, ik voel me soms minder thuis, het is minder eigen. Maar een open, gastvrije sfeer maakt veel goed. Als de Heer maar centraal staat in de hele dienst, dan kan ik ook, op mijn manier, voluit kerkganger zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *