Ontwapenend psalmpje

Kom, ga mee, doe mee! Jij hoort er ook bij, het gaat jou ook aan. Je zult er nóóit spijt van krijgen. Dat is de toon van Psalm 100.Ps100

Missionair. Maar dan zonder de problemen die wij daarmee ervaren. De problemen die wij al van tevoren verwachten, nu we ons vreemdelingen zijn gaan voelen in ons vroeger christelijke land. Een lijst van problemen die zich in ons hoofd afspeelt: ze zullen niet luisteren. Ze zullen met tegenwerpingen komen. In de loop van generaties heeft zich een dikke korst van slechte ervaringen met de kerk gevormd. Ze zien je aankomen! Wij hebben boter op ons hoofd. En dan al dat lijden in de wereld, hoe kan God dat toelaten? We voelen ons in de verdediging gedrongen, de apologetiek. Wacht, we kunnen het uitleggen…! Maar, zeggen we dan ook vaak vanuit een zekere verlegenheid, misschien moeten we eerst maar eens met daden beginnen in plaats van met woorden.

Niets daarvan in Psalm 100. Die begint met die “absurde pretentie”, waar ik vorige keer over schreef: “Juich de HEER toe, heel de aarde…” Maar er is niets bij van dat dwingende en drammerige, waar veel mensen zo allergisch voor zijn en dat wij daarom ten koste van alles willen vermijden. Het is een oproep, en als iemand het als een gebod of zelfs een wet wil bestempelen zal de psalm dat niet ontkennen, maar er gewoon niet op ingaan. Het is een uitnodiging voor een feest, inclusief een feestje. Ga je mee, er is iets te vieren!

Iets te vieren

Er waren in Israël ook vreemdelingen. Niet alleen reizigers, maar ook niet-Israëlieten die er woonden. In de wet gaat het voortdurend over ze, en dat is niet alleen maar theorie. Er waren er heel wat die in Kanaän waren blijven wonen hoewel Israël ze eigenlijk in het begin – slik – had moeten uitroeien. Dat is nu helemaal niet meer aan de orde. In de loop van de tijd zullen er ook anderen bijgekomen zijn, zoals diplomaten en zakenmensen.

Er is iets te vieren. Vreugde. Jubelzang. Wie zou daar niet op z’n minst eens als gast, als genodigde, een kijkje willen komen nemen, en zich door de sfeer willen laten aansteken? Het is – ik schrijf dit vlak na de WK voetbal 2014 – ‘alegria’ op z’n Braziliaans, waar je des te meer van geniet omdat het gewone leven niet zo’n feest is. Uiteraard is dat hier ter ere van de God die hier in deze tempel resideert, Jahwe, de HEER.

Daar hoort dan natuurlijk ‘dienen’ bij. Hier bij de Jeruzalemmer tempel hebben we niet die cultureel bepaalde westerse afkeer daarvan, van de vrije Griek en ‘eigen meester, niemands knecht’ en de ‘ik-cultuur’ en zo. Sluit je aan bij de gemeenschap die deze God vereert.

Abracadabra

Je moet namelijk weten: “de HEER is God”. Het is waar, er zijn mensen die zeggen: dat zegt me niets. Sommigen zouden daar een boom over willen opzetten, een debat over de betekenis daarvan, al dan niet wetenschappelijk. Ze willen het tussen haakjes plaatsen of er vraagtekens bij zetten. Ze willen een rem zetten op dit feest en je ervan afhouden. Er zijn er ook die het zelf juist graag willen vieren maar betwijfelen of jij er wel geschikt voor bent. Ze zeggen: jij zult het niet begrijpen, het moet wel abracadabra voor je zijn, want als je nooit van God gehoord hebt kun je Hem niet kennen, er bestaat geen natuurlijke of aangeboren kennis van God. Maar dat is nu niet aan de orde, op dit moment nu jij uitgenodigd wordt, ‘geroepen’ wordt.

Er zijn er ook die er keihard tegenin gaan en iets zeggen als: Baäl is God, of Kamos; Milkom, of Bel. Vooruit, zo je wilt, het is vatbaar voor discussie. Maar geschikt is het er niet voor.

Dat je hier bent

“Hij heeft ons gemaakt.” Het gaat maar niet om een diepzinnig en al gauw speculatief onderzoek naar het ontstaan van het heelal, het leven en de mens. In de wereld rondom Baäl of hoe ze allemaal maar heten zijn er heel wat verhalen in omloop over hoe de wereld en de mensen zijn ontstaan, het ene nog vreemder dan het andere. De HEER is God, Hij heeft gedaan wat je van een echte God mag verwachten: Hij heeft ons gemaakt, zoals we hier nu bij elkaar zijn, met alles wat daaraan vooraf is gegaan en ertoe heeft geleid. Jij en ik en al die andere mensen om ons heen, op het punt om naar het feest te gaan of misschien in tweestrijd daarover. Burger en vreemdeling. Dat je hier bent en feest kunt vieren of vragen kunt stellen en twijfelen, dat is allemaal aan Hem te danken.

En niet wij. Wij staan niet op onszelf en dat zouden we ook nooit kunnen. Jouw verlangens en aarzelingen en tegenwerpingen zijn die van een mens die door God is gemaakt. Zonder Hem was dat er niet.

Geleid

“Hem behoren wij toe… zijn volk zijn wij, de kudde die Hij weidt.” Er zullen mensen zijn die hun wenkbrauwen fronsen als ze dit horen, en die denken dat de kring nu opeens nauwer getrokken wordt. Wij, Israël, zijn zijn volk, jij hoort daar helaas niet bij. Er zijn er zelfs die de opgeroepen kring met terugwerkende kracht tot het begin van de psalm nauwer trekken. En het is waar, er zijn verschillen. Niet alle mensen over de hele wereld zijn al in deze kring opgenomen. Maar jij bent nu hier en krijgt deze oproep, deze uitnodiging. Jij mag je aansluiten! De HEER is niet afwerend maar gastvrij.

En bedenk nu eens hoe je leven tot nu toe geweest is en hoe het nu is. Heb je niet het gevoel, vaak gehad en nu nog, dat je leven geleid werd? Dan mag je best weten dat dat het werk van de HEER is, ook voor jou! Hij is niet ver van ons af. Hij heeft je, met de mensen om je heen, overvloedig te eten gegeven en je daarmee blij gemaakt. Hij geeft aan iedereen leven en adem en al het andere, overal ter wereld, alle volken, de hele mensheid. In die zin zijn jullie, en worden jullie, ook door Hem geweid. Wat een geweldig goede en milde God, toch?

Hogepriester

“Kom zijn poorten binnen… Hef in zijn voorhoven een lofzang aan.” Natuurlijk, er zijn grenzen. Je begrijpt best dat we niet het binnenste heiligdom binnengaan. Dat doen wij zelf ook niet. De weg naar binnen gaat in stappen. Het is wel gepast als je voor je naar binnen gaat op z’n minst je handen wast. Later hoor je daar nog wel eens meer over, over reinheid en heiliging, over de besnijdenis en alles daar omheen, en – heel geheimzinnig – over een hogepriester die op een wonderlijke manier de toegang tot het binnenste heiligdom baant. Maar denk niet dat de HEER je hier niet hebben wil. Er zijn uitzonderingen, die de regel bevestigen. Het is nu het moment om te luisteren naar de muziek – misschien kun je het refrein al gauw meezeggen, en zingen: “Eeuwig duurt zijn trouw” – en mee naar binnen te gaan. Laat je meenemen en kom zelf mee, laat je opnemen in deze sfeer van vieren, van vrolijke muziek…

Hoor je wat ze zingen? Zal ik het even voor je vertalen? “De HEER is goed, zijn liefde duurt eeuwig…” Je moet weten, dit is niet alleen maar voor nu, een moment van feestvieren en van religieuze beleving. Het is waar, de werkelijkheid van elke dag is grauw genoeg. Maar de liefde van de HEER mag je meenemen! Hij geeft hier zijn zegen, en dat is inderdaad voor nu, voor jou, maar dan voor je hele leven. En ook voor je kinderen en je kleinkinderen. Enzovoort, het houdt nooit op. Vertel het ze maar!

Toon

Ik heb in het bovenstaande niet consequent de toon van de psalm volgehouden. Ik ben ook op mogelijke reserves en tegenwerpingen ingegaan. Daarom nu nog een keer: in deze psalm gebeurt dat niet. Ook christenen worden hier geroepen uit een sfeer van tobberigheid, van discussie of het misschien ook anders zou kunnen in de kerkdienst en misschien een volgende keer zou moeten, en van verdediging. Voor al die dingen is er een tijd, maar er is ook een tijd om dat allemaal achter je te laten. Nu zingen, het is nu feest!

 

Opmerking: Bij het ‘feestje’ in het begin dacht ik aan de maaltijd die aan het dank-, lof- of vredeoffer verbonden was. Zie Leviticus 7: 15 e.v. en Psalm 22: 23 e.v.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *