Moet de kerk vernieuwen?

Zijn de Vrijgemaakte kerken ten dode opgeschreven? David Heek gooide een knuppel in het hoenderhok in een interview in het ND. Er ontspon zich een levendige discussie.

Dat is niet uniek. Geluiden dat het roer om moet in de kerk zijn telkens weer te horen in allerlei kerkelijke kring. Ik maak een paar opmerkingen van enige afstand.

1.  Argumenten voor de stelling dat het radicaal anders moet en dat het al bijna of helemaal te laat is, zijn bijvoorbeeld: De kerken lopen leeg. De kerk spreekt de jeugd niet aan. De kerk mist de aansluiting bij de moderne tijd. Kerkdiensten zijn saai en voorspelbaar. Het is een dooie boel in de kerk.

Dat zijn de negatieve argumenten. Er worden positieve tegenover gezet. De kerk moet de wereld in! De kerk moet de jeugd weer aanspreken! De kerk moet het hart weer raken! De Geest moet weer gaan waaien door de kerk! Vernieuwing is nodig. Er moet ruimte zijn, of komen, voor experiment.

Retoriek doet de rest. De wereld verandert in een koortsachtig tempo. Secularisatie, postmodernisme, kerkverlating – het aantal kreten kan gemakkelijk aangevuld worden. De kerk leeft nog in de Middeleeuwen! In een agrarisch patroon! De kerk is dood. Mensen zitten er alleen maar om bevestigd te worden in hun eigen gelijk.

Dat brengt me tot een eerste opmerking. Het is goed om de retoriek af te pellen en dan te kijken wat er overblijft aan uitspraken die hout snijden.

2.  Al dit soort geluiden zijn allerminst nieuw. Ze doen vaak denken aan J.C. Hoekendijk, die rond de jaren 1960 schreef. Structuren hebben het gedaan. Liefst een structuurloze kerk, een los netwerk van kleine groepen her en der in de samenleving. Nog ouder, uit de eerste helft van de twintigste eeuw, zijn constateringen dat kerk en arbeidersklasse elkaar niet weten te vinden, en suggesties tot ‘gemeenteopbouw’ om daar wat aan te doen. Daar is veel literatuur over. Sociologen hebben bijvoorbeeld duidelijk gemaakt dat Hoekendijk niet concreet wordt over die nieuwe kleine groepen. En dat een structuurloze kerk een illusie is.

Vandaar een tweede opmerking: laten de discussiedeelnemers eens wat literatuur uit het verleden bespreken in plaats van de indruk te wekken helemaal opnieuw te willen beginnen.

3.  Dat geldt ook voor daadwerkelijke experimenten uit het meer recente verleden. Zoals bijvoorbeeld de jeugdkerk: daar werd veel van verwacht, maar ze heeft het maar kort uitgehouden. Liturgische experimenten is ook geen lang leven beschoren.

Daarmee is niet gezegd dat alles bij het oude is gebleven. De taal van de preek is veranderd. De liturgie is verlevendigd. Liturgische studie heeft tot meer aandacht voor vormgeving en tot meer stijlbesef geleid. Er wordt meer gedaan aan het creëren van een warm welkom. Het evangelisatie-ideaal, lang marginaal geweest, heeft geleidelijk aan meer wortel geschoten in vele gemeenten. Kerken zijn meer gedifferentieerd, naar gelang van samenstelling en omgeving: er zijn ‘jonge’ kerken met een heel andere sfeer dan meer traditionele gemeenten.

Vandaar mijn derde opmerking. Laten de sprekers veranderingen en experimenten uit de laatste tien of twintig jaar bij de kop nemen en uitleggen waarom sommige wel beklijfden en andere niet. Op zich is dat weliswaar niet voldoende argument om iets wel of niet te bepleiten of na te streven. Maar laten ze evalueren. Nogmaals: ze zijn niet de eersten.

4.  Dan een persoonlijke ontboezeming. De roepers wekken niet altijd de indruk midden in de gemeente te staan. Bij Heek is dat duidelijk. Wie meent dat een kerk ten dode opgeschreven is moet er geen dominee worden. Ik zie wel veel geestelijk leven in de gemeente. Het is veelal niet spectaculair. Het wordt vaak doorgegeven in de gezinnen. Recent onderzoek toont aan dat voor het persoonlijk geestelijk leven het meest daar de basis wordt gelegd.

Ik wil niet ontkennen dat er veel ontbreekt. Ik heb er al vaak voor gepleit om met twee woorden te spreken. Er is kaf en koren. Er is onkruid en tarwe. Er is zaad dat verloren gaat en zaad dat vrucht draagt. Eenzijdige oordelen doen de werkelijkheid geen recht.

5.  Het is gemakkelijk om te roepen, het is moeilijker om te doen. Een motor in z’n vrijloop gaat makkelijk gieren; ingeschakeld toont hij zijn vermogen. Laten zij die daadwerkelijk proberen de kerk te veranderen, verslag doen van hun ervaringen. Dat is veel overtuigender.

Mocht een en ander afstandelijk klinken, in m’n preken werk ik zelf aan wat ik hier bepleit. In de Geest probeer ik zijn woord over te brengen: levend, levendig, aanschouwelijk, op de hoorder af. Het werkt.

23-12-2010

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

mushroom coffee