Marginale kerk, houd moed!

Emotioneel – dat waren veel reacties op het boek ‘Marginaal en missionair’, zo schrijft de auteur, Wim Dekker, in een nabeschouwing. Begrijpelijk, want hij schrijft niet alleen met visie, maar ook op een persoonlijke toon.

In zijn biografische notities proef je hoe hij is opgegroeid en gevormd in een hervormde kerkelijke wereld. Dat hij uit de Gereformeerde Bond stamt, beluister je in zijn wat bekommerde toon. Tegelijkertijd is hij doordrenkt van de volkskerkgedachte. Weliswaar is zijn evaluatie dat wij in Nederland het christendom destijds als een jas om ons heen gekregen hebben, en dat, nu die uitgaat, de heiden weer tevoorschijn komt. Maar tegelijkertijd zegt hij – en ik vind dat tegenstrijdig – dat de kerstening in het verleden tot in de uithoeken van ons volksleven is doorgedrongen. Hij ondersteunt zijn betoog met namen als Hoedemaker en Van Ruler.

Gereformeerd

Laat ik daar ook persoonlijk op in mogen gaan. Ik ben opgegroeid en gevormd met een gereformeerde kerkbeschouwing. Die kent Dekker ook en die doet hij wat losjes af, zonder het debat aan te gaan. Een visie die anders is dan die van de – hervormde – ‘Gereformeerde Bond’.

Gereformeerden wisten zich sinds de negentiende eeuw een minderheid. Ik behoorde tot een minderheid toen mijn ouders voor ons voor gereformeerd onderwijs kozen, in de politieke organisatie en verder in wat eerder negatief een ‘zuil’ heette en nu positiever het ‘maatschappelijk middenveld’.

Maar dat niet alleen. Die kerkvisie werd voortdurend gevormd door Bijbellezen en -studie. Al in het Oude Testament waren de gelovigen uiteindelijk een ‘rest’ binnen Israel. Jezus werd gekruisigd. Christenen waren een minderheid in het Jeruzalem en het Romeinse rijk van Handelingen en evenzo in de brieven en Openbaring. De eerste brief van Petrus is geadresseerd aan een marginale kerk in een wereldse omgeving.

Marginaal en opgestaan

Dekker heeft zeker oog voor de lijdende kerk in de Bijbel. En hij verbindt dat gegeven met het kruis van Christus. Alleen zet hij, in navolging van H. Berkhof, kruis en opstanding naast elkaar: in negatieve ervaringen beleven we het kruis, in positieve de opstanding. Maar de opstanding komt ná het kruis. Het is: dóór lijden tót overwinning. Als christenen zijn we midden in het lijden meer dan overwinnaars. Midden in de aanvechting, de zwakheid, de secularisatie, de leger wordende kerk.

Daarom, ook al betreuren we de secularisatie, we hoeven ons door de bekommernis daarom niet zo naar beneden te laten zuigen. De Heer heeft het ons voorzegd: Jullie zullen het zwaar te verduren krijgen in de wereld, maar houd moed: Ik heb de wereld overwonnen. Lijden in gemeenschap met onze Heer is een eer voor ons. De oproep die we te horen krijgen is opgewekt en opwekkend: Houd vast aan wat u hebt! Wie volhardt tot het einde…

Die opgewektheid is een krachtiger voedingsbodem om, juist als minderheid, vanuit een hoek waar de slagen vallen, missionair te zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *