Kruiwagen met kikkers

Wij geloven dat de kerk één is. Daar kun je mooie preken over maken. Maar soms lijkt het net een kruiwagen met kikkers. Zeker nu. Luuk en Inge kunnen er zo uit springen. En dan zegt niemand meer dat ze ‘de’ kerk verlaten en dat er buiten de kerk geen zaligheid is. Zelfs over de ‘droefheid’ om hun onttrekking, die vroeger altijd in de kanselafkondiging meeklonk, hoor je weinig meer. Ook niet over zorg over hun verdere weg. Hun wordt het beste gewenst, zoals de zegen van de Heer. Er zijn zo veel kerken! En als ze dan, misschien na hun verhuizing, naar een kerk op zoek gaan –dan wensen we ze toe dat ze een kerk vinden waar ze zich thuis voelen.

Soms kun je het je ook wel voorstellen, als je weet wat ze in de kerk hebben meegemaakt. Je zegt dat natuurlijk niet al te hard; het zou anderen op ideeën kunnen brengen. Eigenlijk betreur je het wel dat je ze ziet weggaan, maar daar kun je verder weinig mee. Je wilt niet dat er nog meer mensen weggaan, maar hoe hou je ze erbij? Waar kun je aan appelleren? En waarom zou die ander naar jou luisteren?

Ik vertrek

Luuk en Inge zeggen ook niet: Kom ga met ons en doe als wij! Dat was wel de houding van de reformatoren. De eeuwen door was het dilemma: óf reformatie, óf scheurmakerij. Nu hoor je meer: ik zeg niks verkeerds van jullie als kerk, maar ik zie het vanuit mijn eigen persoonlijke overtuiging, of thuisgevoel, hier niet meer zitten. Het ga jullie goed, de zegen van de Heer – maar ik vertrek.

Omgekeerd worden Marc en Eva, die uit een andere kerk komen en zich bij jouw kerk aanmelden, hartelijk welkom geheten. Natuurlijk, je bent open en gastvrij; en bovendien: je vindt dat zij een goede keus doen, die van geestelijk inzicht heeft! Intussen is ‘waar je je thuis voelt’ een criterium geworden dat bovenaan staat.

Bezwaarmaker

Er zijn zo veel kerken! Lang niet iedereen vindt dat een probleem. En iemand die dat als excuus gebruikt om z’n eigen gang te gaan, maakt die verdeeldheid in feite nog groter: z’n eigen richting wordt een kerkje in het klein, dat van z’n eigen hart.

Maar ín de kruiwagen springen de kikkers ook allerlei kanten op. Een notoire bezwaarmaker zegt: als dit-of-dat, of als dit-of-dat niet, dan onttrek ik me aan de kerk! Het riekt naar chantage. Ik vraag me dan altijd af: hoe diep zou bij die persoon het geloof zitten? Ik voel zelfs de neiging opkomen om te zeggen: O nee, dat geloof ik niet, daarvoor zit jouw geloof veel te diep, daar heb ik vertrouwen in!

In grote kerken leeft traditioneel een soort voldoening dat allerlei verschillende richtingen in haar boezem verenigd zijn. Maar binnen die ene kerk leven richtingen leven langs elkaar heen. Synodes komen liefst tot compromissen die dat langs-elkaar-heen-leven zo weinig mogelijk verstoren. Als je in je eigen kleine kerk voldaan bent dat je daar wél één van opvatting en van ziel bent, blijkt dat je je vergist.

Soos

‘Wij kiezen voor eenheid’ is de titel van een boek met bijdragen van voorgangers uit allerlei kerken. Ik vind dat nogal parmantig klinken. Geen misverstand: ik ben een warm voorstander van oecumenisch streven en lid geweest van het Deputaatschap Kerkelijke Eenheid van de GKv. Je weet dan hoe weerbarstig het is, zoals het klappen van de Gereformeerde Theologische Universiteit laat zien. Die voorgangers weten ook wel  dat een vereniging van twee kerken leidt tot drie: aan beide kanten gaat een deel niet mee.

Misschien dat de grootste bijdrage tot kerkelijke eenheid wel geleverd wordt door gemeenteleden die weinig van oecumenische contacten weten maar zich met hart en ziel inzetten voor de kerk waar ze zelf lid van zijn, van bijbelgespreksgroep tot soos. Want waar de soos is, daar verzamelen zich de kikkers.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *