Hoe vast staat het Schriftgezag voor ons?

‘Schriftgezag’ – dat is de lakmoesproef van een nog steeds duidelijk te onderscheiden deel van de christenen, in Nederland en daarbuiten. Gereformeerden, confessionelen, behoudende christenen, orthodoxe protestanten, hoe je ze verder ook maar aanduidt. Ook de evangelischen, die het woord ‘Bijbelgetrouw’ gebruiken.  Geloof je in het Schriftgezag? Dat is het ‘sjibbolet’, kun je onder  Bijbelvaste christenen zeggen. Er zijn wel veel verschillen onder ons, zeggen ook de Vrijgemaakten, de GKv, maar wezenlijk is toch dat we nog altijd één zijn in de aanvaarding van het Schriftgezag.

Dat is al lang een onderscheidend en fundamenteel kenmerk. De Reformatie kritiseerde de aangroeisels en de woekering van de traditie in de kerk. Alleen de Bijbel heeft gezag; de kerk heeft alleen gezag voorzover ze de Bijbel naspreekt.

Sinds de Verlichting kwam er een ander front bij. De Schriftkritiek benaderde de Bijbel als een bundel menselijke geschriften met alle tekortkomingen en beperkingen van dien. Wij kunnen met ons voortgeschreden en wetenschappelijk inzicht veel beter zeggen wat christendom is.

Marsmuziek

Maar zoals alle veelgebruikte woorden kan ook het woord Schriftgezag slijten. ‘De Bijbel van kaft tot kaft!’, zeggen veel belijders, vooral in Amerika, op strijdbare toon. In de praktijk zijn dat dan vaak ‘fundamentalisten’ in de oorspronkelijke betekenis van het woord. Ze hebben een aantal ‘fundamentals’, fundamentele Bijbelse waarheden, tegen de modernistische Schriftkritiek in stelling gebracht. Ze hebben een nogal rationele opvatting van de Schrift. De Bijbel leert ons een aantal waarheden, die we met ons verstand moeten oppakken en gelovig aannemen.

De strijd gaat gepaard met bijpassende marsmuziek en strijdkreten. De strijders klinken zelfbewust, ook wel parmantig. Ze pareren de tegenwerpingen van de vijand – die in strijdmethoden niet voor ze onderdoet – met stoere argumenten. Zo, die zit!

Patstelling

Gereformeerden in Nederland hebben een andere stijl. Zij erkennen de botsing tussen wat de Bijbel zegt en de dagelijkse ervaring en de cultuur waar we in leven. Zij zijn er ook van onder de indruk dat de Bijbel vaak verkeerd is gebruikt, met beschamende gevolgen. Zij zien het belang van de hermeneutiek, de kunst om de Bijbel goed te interpreteren, en hoe moeilijk het is om dat te doen zonder je eigen opvattingen erin in te lezen. Maar ze houden eraan vast dat je uiteindelijk toch moet geloven. In hete debatten zoals over de kinderdoop, de vrouw in het ambt en homoseksualiteit, komt het er toch op aan dat je je standpunt moet kunnen onderbouwen vanuit de Schrift.

In de praktijk leidt dat tot discussies over de interpretatie van een meestal beperkt aantal Bijbelteksten. Inclusief hun reikwijdte: is dat tijdgebonden en cultuurbetrokken, of geldt het ook nog voor vandaag? Die discussies kunnen eindeloos heen en weer golven. Er is een patstelling. Dat wordt dan soms ook erkend. De Bijbel geeft geen duidelijk uitsluitsel – dan zijn verschillen in opvatting legitiem. In de praktijk doe je dan onvermijdelijk wel een keus: je doet het wel of je doet het niet.

Word je nou blij van dit Schriftgezag? Ik niet. Het woord suggereert vooral opgelegde regels, waar je je aan moet houden. Dit moet je geloven; dit moet je doen. (Totdat je tot je opluchting ontdekt dat je het anders kunt interpreteren.) Ik kan me levendig voorstellen dat mensen met geloofsmoeiten hier weinig door aangetrokken worden.

Licht dat straalt

Misschien moeten we het woord Schriftgezag opnieuw glans geven, door het in z’n context te plaatsen.

We belijden niet alleen dat de Schrift gezag heeft, maar ook dat ze duidelijk is. Dat betekent niet maar dat ze goed te begrijpen is. De Schrift is helder, klaar, zij verspreidt licht. – Zo heeft Prof. Trimp in zijn afscheidscollege betoogd. – Dat is het licht waardoor wij kunnen en moeten leven. Ik word al blijer!

En verder: de Schrift is geïnspireerd. Door de Heilige Geest, de Geest van God. Zij is het woord van God. In die pregnante zin is het de héílige Schrift.

Schoenen uit

Dat is cruciaal. Dat is altijd centraal geweest. Omdat het het woord van God is, is het eindeloos verschillend van dat van mensen. Daar vloeien al die andere stellingen uit voort. Het woord van God geeft licht, het geeft leven; dat kunnen mensen niet. De Bijbel heeft goddelijk gezag; dat heeft absolute voorrang op alle menselijk gezag.

Het is het woord dat God spreekt. Misschien concentreren wij ons soms zo op het woord, dat we de Spreker niet genoeg in het oog houden.

‘Het gezag van de Schrift’ is niet alleen maar een dogma. Het is: je door de Schrift laten gezeggen. Het is een spiritualiteit van ontzag. Schoenen uit. Op de knieën, het hoofd gebogen tot de grond. God, die geweldige, heilige God, spreekt tegen mij, tegen ons!

De heilige Geest

Het gezag van de Schrift kunnen we niet alleen maar met ons verstand beamen. En het is niet alleen maar een veilig bastion, van waaruit we pijlen kunnen afschieten op roomsen, modernisten en dergelijke lieden. Het is te laat als we over een vraag die wij zelf stellen theologisch het voor en tegen willen afwegen en ‘kijken wat de Bijbel erover zegt’ – en dan bepaalde Bijbelteksten in stelling brengen.

We hebben de Schrift niet in onze zak. Hoe weet je eigenlijk dat de Bijbel het woord van God is? Door de heilige Geest. (Theologisch: het ‘getuigenis van de heilige Geest’). Dat is geen apart signaal buiten de Bijbel om. De Geest werkt door het woord. Al lezend word ik door hem overtuigd.

Daarom is het ook een zaak van gebed. Het woord is wel duidelijk, het licht is wel helder, maar ik vang het niet op als de Geest niet in mij werkt.

Lange adem

En daarom is ‘het gezag van de Schrift’ een spiritualiteit van lange adem, van levenslang. Het is een voorrecht om al bij je moeder op schoot de Bijbelverhalen gehoord te hebben en God te hebben leren kennen. Toen je nog niets afwist van theologische debatten, sprak God al tegen je door zijn woord en Geest, oefende hij zijn gezag over je uit. Je raakte diep van hem onder de indruk. En je werd blij. Je ging van hem houden. Je aanvaardde, kinderlijk, zijn Vaderlijk gezag.

Het is zaak dat we die houding levenslang volhouden. Lezen, elke dag, met diezelfde eerbiedige houding. En oppassen met selecteren, en alleen maar losse stukjes met kant-en-klare toepassingen consumeren. Het hele verhaal, van de schepping tot de laatste dag. Anders glijden we onder het Schriftgezag uit.

Het Schriftgezag is niet alleen maar een uitgangspunt dat we als gereformeerden, als vrijgemaakten, zonder meer met elkaar delen. De enige mogelijkheid is dat we het levenslang blijven beoefenen. Met de erkenning dat we ook hierin niet volmaakt worden. Zegt iemand wel eens: “Dit zegt de Schrift, het is duidelijk, dit zegt God zelf, ik kan er niet onderuit, maar wat heb ik er een moeite mee om het te accepteren”?

Schriftgezag, dat blijft ons dagelijks huiswerk, tot de laatste dag.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *