Het Schriftgezag is geen bezweringsformule

In theologische debatten in gereformeerde kring valt vroeg of laat het woord Schriftgezag. Een voorbeeld is de discussie over schepping en evolutie. Dat gaat dan zo: de partij met opvatting A verwijt die met opvatting B: jij doet tekort aan het gezag van de Schrift! Daartegenover zegt B tegen A: ik blijf het Schriftgezag hoog houden! Ik heb dan wel een andere opvatting, ik lees de Schrift anders (of zoiets), maar heb het lef niet om aan mijn Schriftuurlijke trouw te twijfelen!schriftgezag-8

Zo valt nu bij verdedigers van de openstelling van de ambten voor vrouwen de verzekering te beluisteren: weliswaar lezen wij nu de Schrift anders dan voorgaande generaties, en ook anders dan ‘jullie’, maar gelukkig zijn we in de belijdenis van het Schriftgezag nog steeds één. Is dat wel een vruchtbare methode van discussiëren?

Verscheurend

Die sleutelpositie heeft het leerstuk van het Schriftgezag niet altijd gehad. Tevoren, vanaf de eerste eeuwen van de kerkgeschiedenis, waren andere dogma’s toetssteen van rechtzinnigheid, zoals de leer over de drie-enige God en over Christus als echt God en echt mens. De bron van de kerk is weliswaar te vinden in de boeken van de Bijbel. Maar pas in de Reformatie kristalliseerde de Schriftleer uit tot een zelfstandig leerstuk. En, zoals zo vaak, was dat geen axioma waarvan de gespreksdeelnemers konden uitgaan. Het begon met bezwaren tegen de traditie en het gezag van de kerk. Die bezwaren moesten beargumenteerd worden. In het verscheurende debat van die tijd werd het ‘sola scriptura’ in stelling werd gebracht en verdedigd. Ook toen al was dat niet het enige centrale leerstuk in discussie; de rechtvaardiging stond minstens zo centraal: ‘sola fide’, ‘sola gratia’.

Rode vlag

Vandaag lijkt het Schriftgezag een sjibbolet geworden; iets wat als een rode vlag gehesen kan worden en een slagboom kan doen dalen. Als je een punt in discussie in gereformeerde kring herleidt tot het Schriftgezag, zeg je in feite tegen je gesprekspartner dat hij zich buiten de grenzen van het gesprek plaatst. Je reduceert het punt in kwestie tot een zwart-wittegenstelling. Het Schriftgezag wordt van een belijdenis tot een bezweringsformule. De emoties lopen hoog op, een gesprek wordt onmogelijk.

Maar zo functioneert een dogma niet. De leer van de kerk is echt een léér; die wil verkondigd worden en onderwezen, uiteengezet, in prediking en catechese. Zodat die kan functioneren in het denken en leven van mensen.

Lege huls

Het Schriftgezag is niet het ene leerstuk dat in feite alles al zegt. Een fundament is niet het hele gebouw en je kunt er niet het hele gebouw uit afleiden. De Schriftleer is een van de vele leerstukken. Als je het vooropzet, is het de opmaat naar de inhoud van de Schrift. Want het gezag van de Schrift is het gezag van haar inhoud. Zonder die inhoud is dit dogma een lege huls.

A pair of hands scanning and turning the pages of the Bible.

Als je het gezag van de Schrift belijdt, dan zeg je daarmee dat je jezelf religieus verplicht acht om je door de Schrift te laten gezeggen. Dat je dat aan God verplicht bent. En dat iedereen dat zou moeten doen. In alles, in leer en leven.

Vallen en opstaan

Je door de Schrift laten gezeggen, dat gaat diep. Dat betekent een leven lang lezen en luisteren, op je laten inwerken, overdenken; toepassen, geduldig zoeken, soms met vallen en opstaan, hoe je dat het beste kunt doen. Het is een al doende groeien in wijsheid, die de Geest wil geven. Je trouw aan de Schrift, je buigen onder het Schriftgezag, dat ligt niet besloten in een belijdenisformule of een verklaring van een paar zinnen; het is een religieuze levenspraktijk.

Onderbuik

Het is beter om te focussen op het punt in discussie. Hoe is de aarde ontstaan; of hoe kijk je tegen de schepping aan? Is het goed om vrouwen in een kerkelijk ambt toe te laten? In het debat kun je dan laten doorklinken hoezeer de Schrift bezit van je heeft genomen. Dat wordt dan meer dan een betoog gelardeerd met Schriftbewijs in de vorm van vele bijbelteksten en een uitleg daarvan. Je hele wezen spreekt mee, tot en met wat je je religieuze onderbuik zou kunnen noemen: hoe jij op jouw plaats de wereld om je heen beleeft. Hoe je de verhouding tussen mannen en vrouwen beleeft. In het licht van het spreken van God zoals je daar voortdurend naar hebt geluisterd en dat je heeft gevormd.

Dan kun je overtuigd spreken én evengoed naar de ander luisteren. Je kunt een gesprek voeren, dat een debat kan zijn maar tegelijk diep is. Je kunt, al naar gelang het momentum, rustig argumenteren, verschillende gezichtspunten onder ogen zien en afwegen, of verontwaardigd zijn.

Ik hoop dat we zo met elkaar spreken over, in deze tijd, ‘M/V en ambt’. En dan ook weer over iets anders.

Lees ook: Hoe vast staat het Schriftgezag voor ons?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *