Gewone kerk

De dominee van Overmeer zal wel nooit meer een beroep krijgen. Van zijn huidige catechisanten heeft hij de ouders ook al gedoopt. Hij verlangt ook niet naar iets anders. Hij schat zichzelf niet te hoog in en hij is min of meer vergroeid met zijn gemeente.

Zijn gemeente waardeert hem, al zullen ze dat zelden tegen anderen zeggen. Zijn voordracht is eentonig en zijn taalgebruik beperkt, maar zijn preken hebben altijd inhoud. Hij bezoekt zijn gemeenteleden die in de stad in het ziekenhuis liggen, komt langs als een van de kinderen geslaagd is voor een examen en weet in een huis van rouw en op een begrafenis in alle eenvoud de juiste woorden te zeggen. En de mensen voelen dat hij het meent.

Stinkbom

Veel van zijn vroegere catechisanten zijn in de loop van de tijd vertrokken voor studie of werk. Van tijd tot tijd zie je ze terug, een zondag bij hun ouders, en laatst op een reünie ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van het kerkgebouw; ook degenen die in hun huidige woonplaats zelden of nooit meer naar de kerk gaan. Ze zijn zich niet zo bewust dat veel van wat ze destijds op catechisatie geleerd hebben is blijven hangen. Sommigen vertellen nog wel eens met smaak van die stinkbom, die ene keer. Maar de sfeer is ze wel bijgebleven: God regeert over alles, en Hij houdt van je, je kunt je aan Hem toevertrouwen. Je kijkt dan ook tegen Hem op, je leest in de Bijbel en je bidt tot Hem. De kerk is belangrijk. Veel van degenen die zijn gaan studeren en vertrokken zijn, hanteren nu in hun werk zonder gewetensprobleem de evolutietheorie, maar die sfeer is gebleven, ook in hun opgroeiende gezin.gewone kerk 1

Kort verslag

Diezelfde sfeer als in de kerk heerste thuis ook. Lang niet in ieder gezin even sterk, maar wel bij een kern, die de meerderheid vormde, met wie je op een vaste avond een keer in de veertien dagen bijbelstudie deed en die je altijd weer zag als er in de kerk iets te doen was. Er zijn ook een paar gemeenteleden die daar niet aan meedoen, maar die wel, toen het kerkgebouw gerestaureerd moest worden, avond aan avond op het werk te vinden waren.

Bij iedereen in de gemeente komt van tijd tot tijd een ouderling op bezoek. In ieder geval een keer per jaar. Vroeger kwamen ze altijd met z’n tweeën. De gesprekken zijn soms wat formeel en lijken wel eens wat op die van het jaar ervoor, maar over langere tijd zie je toch echte begeleiding. Van wat er op de kerkenraad besproken wordt komt een kort verslag in het plaatselijk kerkblaadje, maar het onderling overleg over bepaalde pastorale problemen in de gemeente, ook (in algemene termen) op de regionale vergadering van een achttal kerken, vindt plaats in stilte.

Spelletjes

De gemeente is niet groot, maar ondanks het vertrekoverschot blijft ze vrij stabiel, vooral door geboorten. Af en toe is er iemand van buiten de kerkgemeenschap lid geworden, meestal door gemengde verkering, een enkele keer door een pleegkind dat is blijven hangen.

Managers en collega’s kennen de leden van de gemeente als betrouwbare werkers, die ook maandags helder op hun werk verschijnen en respect hebben voor anderen. Niet dat iedereen ze even graag mag; ook in deze bedrijven worden onfrisse spelletjes gespeeld. Ze vinden de kerk waar deze medewerker naar toe gaat ouderwets, maar dat hij niet met alles meepraat en meelacht en af en toe wat ze noemen een ‘opgeheven vingertje’ vertoont hebben ze geaccepteerd.

Maatje

Verscheidene gemeenteleden doen vrijwilligerswerk. Zo bezoeken sommigen bejaarden die aan huis gebonden zijn. Anderen zijn actief als overblijfmoeder of in de medezeggenschapsraad van de basisschool. Weer iemand anders is maatje van een asielzoeker uit het centrum dat al weer een jaar of twintig aan de rand van Overmeer gevestigd is. Dat iemand van hen in de gemeenteraad zat is al weer even geleden, maar de besturen van verschillende instellingen weten hen te vinden als er een vacature is.

Deze gemeente komt niet in het nieuws. Alleen van het jubileum van het kerkgebouw stond een foto met bijschrift in de regionale krant. Dat de dominee aan de beurt was voor een paar meditaties in het provinciale kerkblad is al weer een poosje geleden.

Discipelschap

De kerkelijke en theologische pers heeft (zonder namen te noemen) niet veel waardering voor kerken als die van Overmeer. Schrijvers stellen dat die gemeente niet met haar tijd meegaat, dat ze het evangelie in oude zakken verpakt. Dat ze introvert is en niet missionair, of dat de eredienst de jeugd te weinig aanspreekt. Ze vinden dat ze meer naar buiten zou moeten treden in de samenleving. De laatste tijd dringen ze aan op een discipelschapsprogramma. Een enkele keer klinkt zelfs de insinuatie dat de mensen van zo’n gemeente alleen hoorders van het woord zijn en geen daders.

Je zult geen protest horen vanuit Overmeer. En het zou parmantig van me zijn als ik dacht dat ik nodig een goed woordje voor ze moest doen. Maar als Paulus of een andere apostel ze een brief geschreven had, of ze waren opgenomen in de kerkenlijst van Openbaring 2 en 3, dan hadden toch heel andere geluiden geklonken. In Overmeer werken sterke krachten tegen secularisatie en ontkerkelijking. Hier worden discipelen gekweekt. Kan en moet deze kerk nog veel leren? Goed, daar is ze ook volop mee bezig. Hier is de zuurdesem van het Koninkrijk aan het werk. Op de dag van de oogst zal blijken wat er in de kerk van Overmeer werkelijk aan de gang was.

Lees ook op dit blog: De zwijgende meerderheid 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *