Eensgezindheid en conflict in de kerk

De een is de hand, de ander de voet, en we hebben elkaar allemaal nodig. De Bijbel leert het ons – Paulus, in 1 Korinte 12, en nog eens samengevat in Romeinen 12. En we horen het de kinderen zingen, op de basisschool, in een zaaltje bij de kerk. Daar groeien ze mee op.

Het is een rode draad in het onderwijs van de apostel. De gemeente waar het zo goed gaat, Filippi, bindt hij op het hart toch vooral eensgezind te zijn, en later spitst hij dat nog eens toe op bepaalde personen die blijkbaar een extra duwtje nodig hadden. Het is de inzet van de aansporingen in de algemene Efezebrief: bewaar de eenheid! En daarvoor is nodig dat je bescheiden bent tegenover elkaar, verdraagzaam en vergevingsgezind. Het is een refrein tot in wel vier, vijf brieven toe.

Er is ook een tegengestelde lijn in de kerkgeschiedenis: de lijn van het conflict. Tot ergernis van velen in en buiten de kerk – en verlegenheid binnen, en spot van buiten. Elkaar verketteren, wordt het vaak genoemd. Er zijn zo veel kerken, en allemaal claimen ze dat ze de waarheid hebben! Er is een Inquisitie geweest met excessen, er zijn godsdienstoorlogen gevoerd.

‘Vervloekt’

Ook deze lijn loopt door tot vandaag. De wonden van de strijd in de jaren 60 tussen de Vrijgemaakten zijn nog niet helemaal geheeld. Ik behoor tot een generatie die die nog zelf heeft meegemaakt. Men zag zichzelf geroepen tot strijd tegen dwaling, bijvoorbeeld over het leven direct na het sterven.

Ook dat is een Bijbelse lijn. De discussies gaan gewoonlijk over de inhoud, maar ik wil het nu hebben over het verschijnsel conflict zelf. Het beruchte woord ‘anathema’ van het Concilie van Trente in de zestiende eeuw (“Vervloekt is hij die zegt dat…”) komt rechtstreeks uit Galaten 1. Er is geen ander evangelie; wie zoiets brengt, vervloekt is hij! Het even beruchte Heidelbergse Catechismusantwoord over de mis als ‘vervloekte afgoderij’ klinkt als een antithetische echo van Trente.

Er zijn meer lang niet malse woorden van dezelfde Paulus. “Verwijder wie kwaad doet uit uw midden” (1 Korinte 5, een citaat uit het Oude Testament; NV51: “Doet, wie niet deugt, uit uw midden weg”). Elders draagt hij de gemeente op “u niet in te laten met broeders of zusters die hun werk verwaarlozen…” (2 Tessalonicenzen 3; later in het hoofdstuk wat milder). Ook Johannes, de ‘apostel der liefde’, spreekt in zijn eerste brief harde woorden. Het is allemaal in de lijn van de Heer Jezus zelf, die bijvoorbeeld meer dan eens waarschuwde dat er ooit mensen tegen hun verwachting in te horen zullen krijgen: “Ik heb jullie nooit gekend”.

Poort

Tussen deze twee uitersten, de eenheid en de breuk, is er in het Nieuwe Testament een reeks van spanningen in allerlei gradaties. De theologie heeft de laatste eeuwen veel gespeurd naar (vermeende) spanningen binnen de canon zelf. Die tussen Paulus en Jakobus, over de verhouding tussen geloof en werken, is daarvan de bekendste. Maar als je gelooft in de eenheid van de boodschap van de Bijbel en zijn schrijvers, blijft er nog een heel terrein van spanningen en conflicten over.

De kerk leeft in de spanning tussen eenheid en scheiding. Weliswaar kun je aanvoeren dat er hier geen tegenstelling hoeft te zijn. Vaak wordt gewezen op K. Schilder, die sterk polemiseerde, maar op wiens graf staat: “Opdat zij allen een zijn”. En we zien in Paulus en Johannes zelf al beide uitersten. Dat ook dat op Jezus zelf teruggaat, doet de deur dicht.

Is de kerk  ‘katholiek’ genoeg om beide uitersten uit de Bijbel in zich op te nemen en recht te doen? Dat kerkgemeenschappen onderling verschillen en ieder hun eenzijdigheid vertonen is een vertrouwd verschijnsel. Voor de een is de ingang van het koninkrijk een nauwe poort waar maar weinig mensen door komen en dan nog met moeite, voor de ander is diezelfde ingang een oneindige vlakte. De theologische discussie over ‘exclusiviteit’ en ‘inclusiviteit’ van de kerk en haar boodschap bereikt geen helderheid.

Conflictmanagement

Maar ook door de tijd heen zijn er verschillen. Het lijkt wel alsof elke periode in de kerkgeschiedenis zijn eigen voorkeur heeft voor een bepaald model. De tijd van de godsdienstoorlogen in Europa werd gevolgd door een tijd dat men al die strijd beu was en verdraagzaamheid het principe werd dat alle andere principes in de schaduw stelde.

Het model van ‘de sterken en de zwakken’ (1 Korinte 8 en 9 Romeinen 14) was tussen de jaren 60 en nu bijzonder geliefd in christelijke kring, zo is mijn indruk. Ook in de bredere samenleving, waar ‘conflicthantering’ of ‘conflictmanagement’ een vak op zichzelf geworden is, leeft de droom dat conflicten in principe oplosbaar moeten zijn, als je ze maar goed aanpakt; een stukje maakbaarheidsdenken.

Ook in de GKv lijkt er, na de kerkstrijd van de jaren 60, weer een tendens te zijn om het accent te leggen op de eenheid in plaats van op de verschillen. Ik meen die merkwaardig weerspiegeld te zien in de overgang van J. naar B. Kamphuis, vader en zoon, achtereenvolgens hoogleraar dogmatiek in Kampen.

Hoe doen we, echt ‘katholiek’, recht aan de spanning tussen het zoeken naar eenheid en het accepteren van noodzakelijke scheiding?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *