Eén kerk is nog geen eenheid

Er gaat een stevige oecumenische storm door Nederland. Het verslag van de Nationale Synode en een nieuw initiatief vanuit de Theologische Universiteit in Apeldoorn (voor academische opleiding) vielen bijna samen – nieuws uit respectievelijk de ‘grote’ en de ‘kleine’ oecumene.

Dat is toe te juichen. De Heer heeft immers voor ons gebeden dat wij allen een zouden zijn. En Paulus roept de gemeenten daar keer op keer toe op.

Gewoon

Dat er één kerk is, althans per land, is in ongeveer de helft van de kerkgeschiedenis gewoon. In het oosten was dat de landelijke ‘orthodoxe’ kerk, in het westen tot de Reformatie de ‘katholieke’. Daarna was er in protestantse landen een staatskerk. In Nederland was de gereformeerde, later hervormde kerk lange tijd de officiële kerk, waartoe je moest behoren als je in de samenleving mee wou tellen. Aparte groepen daarbuiten waren marginaal. Pas in de negentiende en twintigste eeuw ontstonden op grote schaal vrije kerken en groepen, en dat is ook in de Derde Wereld de praktijk geworden.

oecumene5In gereformeerd Nederland heeft de Nadere Reformatie niet uitgewerkt wat ze wilde. Er hebben zich conventikels gevormd: groepsvorming in de kerk, vaak verguisd, terecht bekritiseerd, maar wat hadden die mensen anders gekund? Misschien was het toch beter dan niets.

Geslepen

Wat betekent zo’n eenheid? Daarbinnen zijn er gewoonlijk grote verschillen. De PKN kent al jaar en dag richtingen, ‘modaliteiten’, van behoudend tot vrijzinnig, zowel plaatselijk als landelijk. Vaak zijn er in één plaats verschillende kerken naast elkaar. Langs elkaar heen. En tegenover elkaar: ze hebben fundamentele kritiek over en weer. Alleen de predikanten van de eigen richting komen op de kansel. Die figuur is officieel kerkrechtelijk ingekaderd als ‘buitengewone wijkgemeente’. Elke modaliteit heeft z’n eigen conferenties en toogdagen, z’n bladen en andere publicaties, z’n discours. In een enkel geval, met name bij de Gereformeerde Bond, zijn er zelfs eigen organisaties, zoals voor het jeugdwerk (de HGJB), evangelisatie (de IZB), de zending (de GZB) en andere.

Op de Generale Synode ontmoeten de afgevaardigden die tot verschillende richtingen behoren, elkaar. In de nette setting van een eigentijdse, gestroomlijnde conferentie geven ze ieder uiting aan hun visie. De formulering van een gemeenschappelijke visie op een heikel onderwerp stelt hoge diplomatieke eisen. Om de hete hangijzers lopen zulke documenten met een grote boog heen. In de recente familienota blijkt dat opnieuw. Geslepener nog: het blijkt – voor de kenner – juist uit wat er niet in staat. Prachtige woorden over het belang van familierelaties – maar wat een familie is, of die gevormd is rond een huwelijk van een man en een vrouw, blijft ongenoemd.

Alle kanten op

Over de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKv) bood het Nederlands Dagblad onlangs een breed artikel (9 november). Deze kleinere kerkgemeenschap staat midden in de storm, betrokken als ze is bij is bij zowel de ‘grote’ als aan de ‘kleine oecumene’. Maar stel dat zij zouden meegaan in een grote oecumene, dan zou slechts een klein deel van hen weer echt met ds. Huib Wilschut, die zijn plaats in de Gereformeerde Bond zocht, verenigd worden. De meesten zouden waarschijnlijk een eigen modaliteit blijven vormen, met ‘Kampen’ als theologisch bolwerk, zij het lang niet meer zo exclusief. De overigen zouden alle kanten op stuiven. Na een breuk als in de Vrijmaking, in de jaren 60 en met de ‘Nieuwe Vrijgemaakten’ vertonen ze wel een hechte eenheid, maar ook hier duikt het richtingenverschijnsel telkens op.

Nog wat kerkgeschiedenis

De Rooms-katholieke kerk ziet er anders uit. Verschillen in spiritualiteit worden beleefd in verschillende religieuze orden en congregaties, stromingen en bewegingen. De afstand tussen traditioneel en modern is er even groot, al valt dat vaak niet zo op.

In India, een voormalige kolonie en zendingsterrein, waar iedere buitenlandse kerk zijn eigen ‘filiaal’ stichtte, zijn de eerste oecumenische eenheidskerken ontstaan: de CSI en de CNI (Church of South- en of North-India). Maar daar binnen gaat elke oorspronkelijke kerk – de anglicaanse, methodistische, lutherse enzovoort – grotendeels gewoon zijn eigen gang, na een eeuw nog steeds.

Koepelkerk

Welke conclusie zullen we hieruit trekken? In ieder geval deze: het heeft weinig zin om met veel pathos uit te roepen: “Wij kiezen voor eenheid!” Je kunt wel verlangen naar eenheid en ernaar streven; maar zelfs wanneer je samen zou gaan in één grote kerk, is eenheid nog geen feit. Eenheid is niet maakbaar. Meestal leidt zulk streven tot een hotelkerk, een koepelkerk, of wat voor naam je eraan zou willen geven.

Dit nuchtere inzicht is overigens nog geen reden om aan eenheid te wanhopen, of om alle eenheidsstreven te relativeren. Een volgende keer wil ik er nog iets over zeggen aan de hand van het Nieuwe Testament, zonder oude stellingen te herhalen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *