Eén kerk – en “Wie overwint…”

Stel nu eens dat wij, leden van een kleine gereformeerde kerk, bij een grote, brede kerk zouden horen. Zoiets als de Protestantse Kerk (PKN). Dat zou toch kunnen. Voor de Afscheiding van 1834 hoorden we allemaal bij de éne hervormde kerk (of gereformeerd, of protestants, hoe je het ook noemt). Dat was de officiële kerk, erkend door de staat en met nauwe banden met die staat. Een volkskerk.

Het zou weer kunnen, al zijn de omstandigheden veranderd. Er waait een oecumenische wind, en de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) staan open in de samenleving. Terwijl de ‘kleine oecumene’, tussen gereformeerde kerken, niet meer dan kleine stappen vooruit maakt, zijn er nu gesprekken met de PKN. En er is zelfs sympathie voor de nieuwe paus. Zou het niet ontroerend zijn? Iets van de verwerkelijking van Jezus’ gebed: “Laat hen allen één zijn, Vader”?

Vervolgd

Zoals het vroeger in Nederland was, bleef het eeuwenlang in veel Europese landen, en is het soms nog. Eén kerk, vaak de Lutherse, ook wel de Oosters-orthodoxe of de Rooms-katholieke, die door de staat wordt begunstigd maar waar die staat dan ook een flinke vinger in de pap heeft. Een kerk met een brede rand van mensen aan wie je in de praktijk nauwelijks kunt merken dat ze kerklid zijn en zelfs dat ze christen zijn.

Stel je dat voor. Je wordt in die ene kerk niet vervolgd, zoals in Nederland in de negentiende eeuw is gebeurd, of door kerkelijke maatregelen buiten spel gezet. Er is geen acute reden om je af te scheiden. Je voegt je niet bij een vrije groep, zoals baptisten of evangelischen. Of – zoals onder het communisme – je staat als kerk wel onder druk, maar je afscheiden is geen optie, dat is verboden.

Verschillen

Stel je voor dat we tot zo’n grote, éne kerk behoorden. Ik durf wel te voorspellen wat er zou gebeuren. Daar heb je geen glazen bol voor nodig, je hoeft alleen maar rond te kijken in verleden en heden. Binnen die ene, grote kerk zouden er verschillen zijn, kleine maar ook grote verschillen. Zoals die zich nu binnen die ene kleine GKv ook al weer aan het ontwikkelen zijn. Die zouden leiden tot verschillende bladen. Sommige dominees zouden in sommige kerken niet meer op de preekstoel worden gewenst.

Er zouden modaliteiten ontstaan. Zoals ze er zijn sinds jaar en dag in de Hervormde en nu de Protestantse Kerk. Ze zouden eigen vergaderingen houden met eigen principes, groepsgevoel en sfeer. Die vergaderingen zouden belegd worden door eigen organisaties. Ze zouden min of meer langs elkaar heen gaan leven.

Formules

Of je zou gaan klagen dat je in de zondagse kerkdiensten niet meer geestelijk gevoed wordt. Je zou, met anderen die datzelfde gevoel hebben, op een avond nog eens apart samenkomen. Je zou een conventikel vormen.

Je zou verlegen zijn met de ‘rand’. Je zou veel kritiek op ze hebben, maar toch ook vinden dat je er eigenlijk iets aan moet doen. Maar je zou geen oplossing vinden.

Je zou proberen om voor dat alles theologische formules te vinden voor de leer over de kerk, die de praktijk rechtvaardigen of althans verklaren.

Of is dat te cynisch? Laten we naar de Bijbel gaan. Dat kan rechtstreeks. De brieven in het Nieuwe Testament zijn gericht tot zo’n éne kerk. Die was toen nog wel niet groot, maar in de kiem deden dezelfde verschijnselen al voor. In ieder geval spreken ze er op in.

“U dwaalt!”

Span u in om de eenheid te bewaren!, dringt Paulus keer op keer aan. Jullie zijn leden van één lichaam. Je hebt één Heer. Je zit aan één tafel. Wees daarom bescheiden en acht de ander belangrijker dan jezelf. “Aanvaard elkaars gezag” (“Weest elkander onderdanig”). “Wij, de sterken, moeten de zwakken in hun kwetsbaarheid helpen en niet ons eigen belang dienen”.

Hij zegt ook andere dingen. “Op gezag van onze Heer Jezus Christus dragen wij u op u niet in te laten met broeders of zusters die hun werk verwaarlozen en niet leven volgens de traditie die wij hebben doorgegeven”. “Verwijder wie kwaad doet uit uw midden”. “Hoe kunnen sommigen van u (…) zeggen dat de doden niet zullen opstaan?” “Galaten, u hebt uw verstand verloren!” Zoals Jezus zelf, over hetzelfde onderwerp, tegen een groep zei: “U dwaalt vreselijk!”

Tussen de uitersten zijn er alle mogelijke nuances. Dit is genoeg om te laten zien dat het Nieuwe Testament ‘verschillen’ in de kerk heel verschillend taxeert. En er op heel verschillende manieren op in spreekt. Het lijkt me niet te veel gezegd dat wij dat ook zouden moeten doen.

Visitatie

En dan komt nog één keer de Heer zelf, in zijn heerlijkheid, op visitatie, op inspectie, in de (plaatselijke) kerken, in Openbaring 2 en 3.

Hij ziet grote verschillen tussen die gemeenten onderling. Hij prijst en hij maakt verwijten. Hij neemt geen blad voor de mond. Hij ziet ook grote verschillen binnen een en dezelfde kerk. En hij verbindt daar ook consequenties aan. Hij spreekt dreigende woorden aan het adres van sommigen, anderen spreekt hij geruststellend en bemoedigend toe. Dat verschil, dat horen we tot op het eind van het boek toe.

Tenslotte, aan het eind van die zeven brieven, zegt hij tegen geen enkele gemeente, en tegen geen enkele persoon of groep, ongeconditioneerd: Jij komt er wel! Hij zegt ook nergens: jij gaat onherroepelijk verloren.

In elke brief zegt hij, tegen het eind: “Wie overwint…”, en dan volgt er een belofte. Voor iedereen is er een wenkend perspectief. Lokkend, oproepend om daar dan ook op af te gaan.

Beleid

Wat dat ‘overwinnen’ inhoudt, daar gaat de rest van het boek Openbaring over. Het valt niet samen met scheidslijnen die wij op dit moment in onze kerkelijke situatie zien, maar het heeft wel alles met onze verschillen te maken.

Het gaat niet over kerkpolitiek, over een kerkmodel, of over een kerkelijk program van actie. Het heeft wel alles te maken met wat wij in de kerk doen of niet doen.

Het heeft alles te maken met het beleid in de kerk, met wat de leiding, een kerkenraad, een predikant, doet of zegt, of nalaat te doen of te zeggen.

Persoonlijk

Maar het richt zich uiteindelijk tot ieder persoonlijk. En het gaat niet alleen over zijn of haar kerklidmaatschap, of mening, of opstelling in de kerk – al heeft het daar ook alles mee te maken. Het gaat over het hele christelijk leven van ieder van ons. Belijdenis en levensstijl.

De Heer, in zijn heerlijkheid, spreekt! Zijn stem is machtiger, voller dan de onze is of ooit zal zijn. Wij kunnen alleen maar eerbiedig luisteren, en die stem als gezaghebbend aanvaarden. Die gaat aan alle onderling gesprek en discussie vooraf. Het is aan ons om dat woord van Hem dan ook ter harte te nemen en in de kerk zo getrouw mogelijk te vertolken en toe te passen. Diezelfde stem zal uiteindelijk ieder van ons oordelen. Of we het erbij hebben laten zitten, of dat we overwonnen hebben.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *