De ene kerk en de wolven

Eén kerk – zeker! Eén algemene, christelijke enzovoort kerk. Nog maar vijftien jaar geleden (toen ik deputaat Kerkelijke Eenheid binnen de GKv was) hadden we alleen de kleine oecumene in het vizier, maar inmiddels zijn er ook gesprekken met de PKN, en spreekt een theoloog met wie we verwantschap voelen, Bram van de Beek, over eenheid met de Rooms-katholieke kerk. Veel jongeren snappen niets van waar mijn generatie zich druk over maakte. Terwijl het oecumenisch streven in kerkelijke structuren moeizaam verloopt, ervaren velen in de praktijk de kerkgrenzen al lang niet meer zo. Goed, laten we het over die éne kerk hebben!

Vorige keer had ik het over de geschiedenis. Eén kerk is gewoon, maar dat is nog geen reden om dat te idealiseren, zagen we toen. Nu ga ik terug naar het Nieuwe Testament.

Onduidelijke grenzen

Ook toen was er één christelijke kerk. Niet dat er niet de ervaring van de pijn van een scheuring was: de scheuring van de – als het zo even mag zeggen – joodse kerk. Een scheuring die toch nodig was vanwege de vrijheid in Christus. De noodzaak, de blijdschap en het verdriet zijn allemaal door Paulus doorleefd en gearticuleerd.

Maar er is één christelijke kerk. Een kerk die duidelijk onderscheiden is van zijn omgeving, van ‘degenen die buiten zijn’. Wel zijn er ook daarbinnen spanningen. Trouwens, hoe de grens tussen binnen en buiten precies loopt is niet altijd even duidelijk. Men kent elkaar, er is betrokkenheid op elkaar – al moet daar ook telkens op worden aangedrongen. Maar er is geen adressenboekje en ledenadministratie zoals wij die kennen.

Als je de waarschuwingen tegen verkeerde opvattingen en de verkondigers daarvan leest, is het niet altijd duidelijk in hoeverre die mensen zich binnen de kerk bevinden. De ontkenners van de opstanding in 1 Korinthe 15 zijn binnen de gemeente. In Galaten en Kolossenzen lijkt het gevaar van buitenaf te komen. Maar het dringt wel binnen.

Geen afscheiding

Van buiten of van binnen – dat is misschien niet zo belangrijk om te weten. Als Paulus afscheid neemt van de oudsten, waarschuwt hij voor dreigend oecumene9gevaar door mensen van buiten en van binnen: “Ik weet dat er na mijn vertrek woeste wolven bij u zullen binnendringen, die de kudde niet zullen ontzien. Uit uw eigen kring zullen mensen voortkomen die de waarheid verdraaien om de leerlingen voor zich te winnen” (Handelingen 20: 29 en 30).

Toch is er nooit sprake van een afscheiding. Ook niet van een opwekking daartoe. Er is wel een oproep om afstand te nemen van bepaalde mensen, maar dat zijn dan enkelingen (2 Thessalonicenzen 3: 6). Er is sprake van kerkelijke tucht, in de meest heftige bewoordingen (1 Korinthe 5: 1-13). Maar de mogelijkheid van een ‘reformatie’, een ‘hervorming’ in de zin van een organisatorische afsplitsing komt zelfs niet binnen het blikveld.

Er zijn conflicten. In 1 Johannes is sprake van een uiteengaan, en in 3 Johannes dreigt er een scheuring aan te komen. Maar zelfs de loochening van de opstanding in 1 Korinthe 15 leidt nog niet tot aanwijzingen in de richting van een breuk. Wel heel fel zijn de oordelen over bepaalde praktijken in sommige gemeenten in Openbaring 2 en 3. Toch blijft het beeld van één kerk overeind.

Calvijn

Wat betekent dat voor vandaag? De geschiedenis kan niet ongedaan gemaakt worden. Zelfs rooms-katholieken zullen niet allemaal ontkennen dat de Reformatie van de zestiende eeuw ook goede dingen heeft gebracht. En de Theologische Universiteit in Kampen, die voortkwam uit de Afscheiding in de negentiende eeuw en een nieuw vervolg kreeg – naast de oude – midden twintigste, is voor de theologie van onschatbare waarde geweest. Ik spreek nu vanuit mijn eigen kerkelijke plek; anderen, elders dichtbij en ver weg, prijzen vergelijkbare achtergronden.

Maar de geschiedenis gaat ook verder. Eén kerk is, voor de toekomst, niet uitgesloten – een protestantse, in Nederland, of, breder, een oecumenische.

Veel geciteerd zijn de woorden van Calvijn over de kerk in Korinthe, naar aanleiding van tendensen naar verder gaande reformatie en afscheiding in zijn tijd. Er waren vele misstanden in die gemeente, maar de apostel blijft die als kerk van Christus beschouwen. Je kunt die uitspraak van Calvijn, met het oog op andere omstandigheden dan de zijne, ook omdraaien: de kerk van Korinthe bleef de christelijke kerk daar, maar intussen waren daar vele misstanden. Het schijnt dat die gemeente zich gevoegd heeft naar Paulus’ brieven. Wat zou er gebeurd zijn als ze dat niet had gedaan? De kerkgeschiedenis is niet statisch, en de manier waarop de Bijbel erop toe te passen is, evenmin.

Urgentie

De waarschuwingen in het Nieuwe Testament blijven staan. Er zullen telkens opnieuw wolven komen, van buiten en van binnen. De oproep tot waakzaamheid blijft. We moeten ons door de idealistische storm die nu door de kerken gaat, geen zand in de ogen laten blazen.

Een echte hang naar oecumene zal niet alleen de deuren zo veel mogelijk open willen zetten, muren neerhalen en een grootste gemene deler vinden. Wat zou het goed zijn voor het oecumenisch proces als we ook met elkaar onder ogen zien waar vandaag de gevaren dreigen. Dat hoeft niet hetzelfde te zijn als het te berde brengen van onderlinge verschillen, dat de slechte reputatie heeft alleen maar remmend te werken. Benader het eens anders: het kan het besef van urgentie versterken om schouder aan schouder te staan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *