Zwart-wit op Bevrijdingsdag

In de tijd van de Tweede Wereldoorlog en de bezetting waren mijn ouders begin twintig. Ik herdenk hen niet speciaal op 4 mei, want zij zijn blijven leven. Anders hadden ze elkaar niet leren kennen en had ik niet bestaan.

Mijn ouders dachten niet zwart-wit. Zij waren gelovige en verstandige mensen en behoorlijk hoog opgeleid. Maar ze dachten wel minder genuanceerd dan ik en mijn generatie. Dat had denk ik met de oorlog te maken. Ik vertelde mijn vader ooit dat ik ‘Reis door de nacht’ van Anne de Vries beter vond dan ‘Holland onder het hakenkruis’ van Piet Prins (Piet Jongeling). Het eerste is meer genuanceerd; er komt ook een goede Duitser in voor. Ja, zei mijn vader, zwart-wit 2maar Jongeling heeft in een concentratiekamp gezeten.

Conflictdenken

De Duitsers waren fout in de oorlog. Dat vinden ze zelf ook, de meesten tot vandaag toe. En ‘dus’ waren wij goed. Wij stonden althans aan de goede kant. Dat heb ik meegekregen op school en uit zoveel verhalen dat ik er uiteindelijk genoeg van kreeg. Verzetsstrijders waren onze helden. Wij zaten op een christelijk-nationale school en leerden vaderlandse liederen die nu niemand meer op de lippen zou willen nemen. Het nationaalsocialisme was fout. Daarna was het communisme fout. Wij, met de NAVO en Amerika, stonden pal voor onze westerse, democratische waarden.

Weliswaar zetten we na de bevrijding met elkaar de schouders onder de wederopbouw van herrijzend Nederland. Maar de zuilen bleven staan. En toen eind jaren zestig het conflictdenken van het neomarxisme zijn rechten opeiste tegenover het harmoniemodel en het neomarxisme de kop opstak, kreeg het van de nog levende herinnering aan de Hitlertijd wind in de zeilen.

Vrijmaking

Ook op religieus gebied dachten voorgaande generaties zwart-wit. Achteraf klinkt alom verbazing dat de gereformeerden tijdens de bezetting het nog opbrachten om een kerkelijk conflict uit te vechten, de Vrijmaking van 1944. Maar er is ook een parallel. Levensbeschouwelijke groepen bestreden elkaar, nog jaren daarna. Toen de drie delen ‘Vuur en vlam’ de strijd van de jaren zestig in de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt historisch beschreven, merkte dr. G.J. Schutte in een recensie op dat de strijdvaardige uitingswijzen in die tijd geen uitzondering waren maar heel de Nederlandse samenleving doortrokken.

Liefde

Sindsdien zijn we anders gaan denken, meer genuanceerd, en ons anders gaan uiten. In plaats van het zwart-wit dat nog De Jongs ‘Het koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog’ beheerst, kwamen grijstinten. We spreken nu wat denigrerend van ‘een Godwinnetje doen’. We accepteren het pluralisme in de samenleving, wijzen Wilders af en hopen ook de moslims, voor zover nog nodig, voor onze maatschappijvisie te winnen. We beseffen dat we in de kerk elkaar pijn hebben gedaan, en we vinden andere kerken niet meer zo afkeurenswaardig. We pleiten voor liefde. Onze strijdvaardige geschiedenis beschrijven we met nauwelijks besmuikte ironie, waaronder de schaamte wordt verstikt.

Bijbelse beelden

Het staat niet vast dat dat zo blijft. Als China de hegemonie van Amerika bedreigt en ISIS veld wint, zal zwart-witdenken onvermijdelijk weer meer gangbaar worden. Ook goedopgeleide en verstandige christenen zullen zich, parallel aan stijgende defensie-uitgaven, strijdbaar opstellen en bijbelse termen en beelden van de strijd tussen goed en kwaad vrijmoediger en frequenter hanteren.

Op 5 mei gedenk ik met veel respect mijn vader en moeder, die elk op hun eigen manier de Tweede Wereldoorlog doorgemaakt hebben en mij hebben geleerd en voorgeleefd om die tijd niet te vergeten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *