Wat moeten we met de moslims in Nederland?

Wat moeten we aan met al die moslims in Nederland? Heeft Wilders niet een punt? Gewone mensen voelen een gevaar. Ook veel christenen hebben sympathie voor zijn ideeën over de islam. Of in ieder geval begrip. Is de islam niet een valse godsdienst? Die uit is op heerschappij, desnoods met geweld, en christenen vervolgt? Is het niet meer dan een godsdienst: een ideologie? Moet ‘de islamisering’ in Nederland niet worden tegengegaan?

Wat is de islam eigenlijk? Het antwoord is: dat weten wij niet. Wat is een echte moslim? Is dat de terrorist die een zelfmoordaanslag pleegt, uitroepend “Allah is groot”? Of zijn het de Aboutalebs en Marcouch’s en de moslims die schande spreken van de aanvallen op christenen?

Er is een enorme verscheidenheid onder moslims. En zelfs individuele moslims kunnen wij moeilijk peilen. Zullen de moslims echt nastreven om hier de macht te grijpen, zoals ze soms zeggen, hoe moeilijk dat ook zal zijn? En de vrouwen, die hoofddoeken dragen en het heel goed doen in het onderwijs en de samenleving – passen zij zich aan met behoud van traditionele dracht of zullen zij als echtgenotes schouder aan schouder met radicale mannen staan?

Gezagsbron

Maar er is nog iets diepers: wij kunnen nooit weten wat de islam is zoals we weten wat het christendom is. Wij zijn christen. Wij weten waar ons geloof op gebaseerd is: of dat op de Bijbel is, of dat de kerk het hoogste leergezag heeft, of ons eigen geweten. Eenzelfde fundamentele kennis over de islam hebben we niet. Wij kunnen niet het gezag van de Koran en de Hadith en van een ayatollah of een groep mullah’s tegen elkaar afwegen. Religie heeft haar eigen gezagsbronnen en die hebben we voor ons christelijk geloof wel, voor de islam niet.

We kunnen wel constateren dat de Koran het gebed, het vasten in de maand ramadan en de hadj naar Mekka voorschrijft en dat moslims over het algemeen die regels erkennen en zich eraan houden. Maar wij kunnen niet op goede gronden beweren dat een moslim die zijn gebed op bepaalde uren wel eens overslaat omdat dat beter uitkomt, geen goede moslim is.

We weten ook of we moeten proberen anderen tot het christelijk geloof te brengen, en zo ja, wat daarvoor geëigende middelen zijn, en of daarbij geweld geoorloofd is. Voor de islam kunnen we die keuzes niet maken. We nemen wel waar dat de islam in het verleden uit was op overheersing en dat in veel landen nog praktiseert, maar we kunnen niet zeggen dat moslims in Nederland die dat niet doen geen echte moslims zijn.

Communicatie

Het is gebruikelijk om aan te nemen dat er een aantal basisregels zijn voor de communicatie en de omgang tussen aanhangers van verschillende godsdiensten. De wens begunstigt de gedachte: wat zou het mooi zijn als we het althans eens konden zijn over de manier waarop we met elkaar praten! Als we nou eens allemaal geweld afzweren en open met elkaar in dialoog gaan! Als we maar allemaal de democratie aanvaarden. Maar voor zulke principes brengen we altijd religieuze motieven mee, en daarin verschillen we.

Is er dan een onoverbrugbare kloof? Die conclusie lijkt voor de hand te liggen. Maar het tegendeel is waar. Een overtuigd christen kan open met een moslim in gesprek gaan.

In wezen hebben we niet met ‘de islam’ te maken. Als christenen hebben we met medemensen te maken, die, net als wij, Christus nodig hebben. Hoe ze ook hun eigen godsdienst beleven; dat maakt daarvoor in principe niet uit.

En dan hoeft het gesprek niet speciaal over godsdienst te gaan. En als we proberen duidelijk te maken dat Jezus de zoon van God is, gaat het er niet om het debat te winnen.

Samenleven

We proberen de liefde van God bij de ander te brengen. En dan kan het gaan over de positie van de vrouw, over eten en vasten, over hoe je met elkaar omgaat in de samenleving. We zullen oog hebben voor de moeilijke positie van de immigrant, en misschien kunnen we hem of haar praktisch de helpende hand bieden: bij het invullen van formulieren of bij het vormen van een groep van moeders voor kinderopvang. Zo laat je de liefde van Christus zien in de praktijk.

En we zijn niet bang. Politiek gaan we het overheersingstreven van een minderheid tegen, en komen we op voor dezelfde vrijheid voor christenen in islamitische landen die moslims bij ons ook genieten. Maar als het moet, zijn we bereid om, zij aan zij met die broeders en zusters, voor onze Heer te lijden. Angst en afkeer sturen ons niet. Daardoor staan wij stevig.

En intussen moet het volgens mij mogelijk zijn om samen te leven. Ik als christen ben ertoe bereid.

27-1-2011

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *