Rechtop in Japan

We zijn ontzet door de ramp in Japan. Indringend komen de beelden bij ons binnen. Wat moeten we ermee? We voelen ons machteloos.

We willen graag iets doen. Dat leidt telkens weer tot een grote inzamelingsactie. Maar Japan is zelf een rijk land, en het pakt de hulpverlening goed georganiseerd aan.

Zo zijn wij: we willen graag iets doen. Dat zit diep in onze cultuur; het zit in onze genen. Maar kunnen we iets doen? Laten we even stilstaan, of zitten, en nadenken. Misschien dat de veertigdagentijd en het vasten, waar nu zoveel christenen zich op concentreren, ons bij die houding kan helpen.

De vraag: “Waarom…?” knaagt telkens weer als het menselijk lijden ons aangrijpt, in het groot of in het klein. De vraag kwam op bij de tsunami in 2004, en bij de aardbeving in Haïti in 2010. Hebben we daar ook over doorgedacht? Hebben we daar ook een antwoord op gevonden? Of hebben we ons neergelegd bij de gedachte dat je geen antwoord krijgt?

Majesteit

Onze christelijke voorouders wisten wel meer te zeggen. Zij hoorden in zulke rampen de voetstappen van de komende Christus.

De diepe bodem van hun gedachten was de overtuiging dat God alles regeert. Die belijdenis is sindsdien wel meer aangevochten. Sommigen zeggen: zo’n ramp komt niet van God, maar van de duivel. Anderen zeggen: God is niet almachtig; Hij lijdt zelf ook, Hij lijdt met de mensen mee.

Die woorden van onze voorouders, over de voetstappen van de komende Heer, horen we niet of nauwelijks meer. Onze geloofsgedachten worden doorkruist door menselijke gevoelens, van medelijden.

Wij zijn empatisch. We leven mee en voelen mee. Dat is goed, dat is voluit christelijk. En toch, als we daarbij blijven staan, als we ons daaraan overgeven, dan bestaat het risico dat ons humaan meegevoel overgaat in stilzwijgende kritiek op God. We schrikken ervoor terug om die uit te spreken. Maar we komen wel met een mond vol tanden te staan tegenover degenen die er ongeremd in gaan met die kritiek.

Misschien moeten wij op dit punt verder komen. Misschien moeten we teruggrijpen op dat besef van Gods majesteit, waarbij wij maar kleine en zelfs nietige mensen zijn.

Het is waar: wij kunnen God niet begrijpen. Wij kunnen niet over zijn schouder meekijken in het boek van zijn beleid. In die zin krijgen we geen antwoord dat ons zal bevredigen.

Richt je op!

Maar Hij heeft wel meer gezegd over waar Hij mee bezig is. En daarmee heeft Hij ons hoop gegeven. Er is, merkwaardig genoeg, één passage waarin Jezus spreekt over de verwoestende kracht van het water: “Op aarde zullen de volken sidderen van angst voor het gebulder en het geweld van de zee” (Lukas 21 vers 25). En juist in dat verband heeft Hij gezegd: “Wanneer dat alles staat te gebeuren, richt je dan op en hef je hoofd, want jullie verlossing is nabij!” (vers 28).

Daar denken wij niet zo snel aan voor de tv. Toch zijn er ook in Japan christenen die dat geloven en naar Hem uitzien.

Percentsgewijs zijn het er maar weinig. Maar getallen zeggen niet alles. Het evangelie is ook daar Gods reddende kracht.

Laat ik nog een Bijbelgedeelte mogen aanhalen, uit Hebreeën 12. “Nu heeft hij deze belofte gedaan: ‘Nog eenmaal zal ik de aarde doen beven, en met de aarde ook de hemel.’ Met dat ‘nog eenmaal’ wordt bedoeld dat wat geschapen is, wankelt en verdwijnt, zodat alleen blijft wat onwankelbaar is.”

Wat onze broeders en zusters in Japan geloven, het rijk van God waar zij op hopen, is onwankelbaar. We hebben goede grond om te bidden, dat vele Japanners, die nu zo ontredderd zijn, met hen mee daar naar binnen zullen gaan. De poorten staan immers wijd open!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *