R.K. Laxman en de vrije pers in India

Bij het overlijden van R.K. Laxman, Indiaas cartoonist: dit schreef ik over hem in 2007.

R.K. Laxman is een levend monument in India, althans krantenlezend India. Al vijftig jaar tekent hij cartoons, meestal dagelijks. Met alles steekt hij goedmoedig, maar trefzeker de draak. Regeringspersonen en hoge ambtenaren doen gewichtig, maar weten vaak Laxman Rogue Nation Crisisniet waar ze het over hebben. Ze gaan rollebollend met elkaar over straat en lopen om de haverklap over van de ene partij naar de andere. Ze genieten ervan hun status uitgedrukt te zien in het aantal auto’s met zwaailichten dat hen op reis begeleidt en waar het hele verkeer voor wordt stilgelegd. Ze bezoeken rampgebieden door er per helikopter overheen te vliegen. Ze doen altijd dezelfde verkiezingsbeloften en begrijpen niet dat de bevolking nooit tevreden is. Straatventers en andere arme sloebers, zittend op het trottoir, lezen de economische groei af aan de aalmoezen die ze krijgen, en maken zich vrolijk over de prijsstijgingen van gas en elektriciteit, die zij zich toch niet kunnen veroorloven.

Mensenhandel

Laxman is een monument van de persvrijheid in India. De Indiase democratie kent vele zwakheden, maar de vrije pers is een van haar sterkste eigenschappen. Alles kan gezegd worden; alle misstanden kunnen aan de kaak gesteld worden.

En dat zijn er heel wat. Het kastenstelsel is nog steeds levend. Veel meisjes worden geaborteerd. Veel kinderen moeten werken. Onderwijs voor alle kinderen is nog steeds een ver weg liggend ideaal. Er wordt gehandeld in mensen, vooral kinderen. Minderheden worden verwaarloosd. Als er geweld tegen ze wordt gebruikt, kijkt de politie werkeloos toe. Opstandelingen plegen aanslagen. Het platteland wordt onvoldoende ontwikkeld. Geruineerde boeren plegen zelfmoord. Voor het milieu is onvoldoende aandacht. De wegen zitten vol gaten en kuilen.

De kritiek richLaxman2t zich natuurlijk met name op de overheid: de centrale regering in Delhi, de politici in de deelstaten en de autoriteiten ter plaatse. Zij doen altijd te weinig aan de problemen. Ze geven zich over aan partijpolitiek, waardoor ze aan hun eigenlijke werk niet toekomen. Ze zijn corrupt, of misbruiken op legale manier de staatsinkomsten voor persoonlijke voorrechten: luxe woningen op goede stand, dure auto’s, reizen naar het buitenland en verkwistende vieringen. Of ze doen althans te weinig om de corruptie aan te pakken. Er zijn er nogal wat die een crimineel verleden hebben of althans een proces aan hun broek hebben wegens een misdrijf.

Kiezersgunst

Die kritiek is vaak wel wat makkelijk. De overheid moet rekening houden met alle mogelijke invloedrijke en vaak tegenstrijdige krachten in de samenleving. Dat geldt natuurlijk niet alleen in India. In Nederland lukte het ook lange tijd niet om de prijzen van medicijnen of de tarieven van notarissen naar beneden te krijgen. Maar in India geldt de overheid bij uitstek als zwak temidden van belangengroepen, ook als ze zich inspant voor een goed beleid. Er zijn nu eenmaal weinig algemeen erkende waarden, of zelfs gedeelde waarden, waarvoor mensen bereid zijn hun prive- of groepsbelang op de tweede plaats te zetten. Wil de overheid de landbouw hervormen, dan vindt ze de grondbezitters tegenover zich, en de industrie claimt prioriteit. Het basisonderwijs is bedroevend, maar het hoger onderwijs vindt zichzelf de motor van de economie. Hogere kasten letten met argusogen op dat hun gevestigde posities niet worden aangetast.

En als de overheid daar noodgedwongen rekening mee houdt, dan komt dat ze weer op de kritiek te staan dat ze teveel uit is op de kiezersgunst: ze bedrijft ‘vote bank’-politiek.

Het is waar dat er ook positieve verhalen in de pers verschijnen over succesvol beleid. Maar de tendens is toch om vooral te kritiseren. De pers lijkt het niet tot haar taak te rekenen om realistische oplossingsrichtingen te wijzen. Er is geen traditie van een positieve houding tegenover autoriteiten, met begrip voor hun moeilijkheden, voorbede, en een burgermentaliteit om eigen verantwoordelijkheid te beseffen, te nemen, en bij anderen te stimuleren. De eerste brief van de apostel Petrus behoort hier niet tot het cultuurgoed.

Waakhond

Maar goed, in een democratie heeft de pers een waakhondfunctie, en de Indiase pers vervult die functie veelszins met toewijding en integriteit. Ze verdient daarvoor respect en waardering, en ook de trots van het publiek is verdiend. De pers is een macht in de samenleving, gevreesd door politici.

Behalve integriteit zijn er echter ook andere factoren werkzaam die karakterisLaxman1tiek zijn voor de Indiase cultuur. De bekende diplomaat en schrijver Pavan K. Varma wijst ze aan in zijn boek Being Indian. Indiers zijn geneigd om te buigen voor mensen met macht en succes. Toen Indira Gandhi in de jaren zeventig de noodtoestand uitriep en de pers aan banden legde, ging de pers veel verder in haar onderdanigheid dan ze verplicht was. Mw. Gandhi had macht! Maar als iemand op z’n retour is, laat men hem even hard vallen.

Verder zullen zij die de hooggeplaatsten heftig aanvallen vanwege hun zwakheden, hun genieten, misbruiken en verkwisten van de macht, zelf, als ze de kans krijgen, zich net zo gedragen. Alleen, dat valt buiten het bereik van de pers als beroepsgroep.

In de inleiding tot de vele deeltjes heruitgaven van zijn cartoons in boekvorm zegt Laxman met ingehouden ironie dat het hem is opgevallen hoezeer zijn prenten door de jaren en de decennia heen actueel zijn gebleven. Er verandert weinig.

Een ding zal de pers niet doen: op de man spelen. Alle gedrag van politici kan op de korrel genomen worden. Maar acties als die gericht op de haarstijl van minister-president Balkenende en zijn Harry-Potter-achtig voorkomen zijn in India not done. De figuren in Laxmans cartoons zijn herkenbaar als typen; niet als personen.

Laxman1

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *