Open, niet gretig

Wie had dat gedacht! De Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKv) gaan, als een van de kleine kerken, op uitnodiging praten met de Protestantse Kerk Nederland (PKN). Het is nog niet zo lang geleden dat de PKN vooral het gezicht had van een modaliteitenkerk, waarin alle stromingen van links tot rechts, van orthodox gereformeerd tot vrijzinnig, een plaats hadden. En de GKv, was dat niet die kerk waar ze het over bijna niets anders hadden dan over de ware kerk en dat iedereen zich daar bij moest voegen omdat daarbuiten geen zaligheid is?

Er is veel veranderd. Toch waren enkele reacties in de kring van de GKv enthousiast. Niet alleen op Twitter, maar ook in het Nederlands Dagblad. We moeten de uitnodiging maar gauw aannemen, schreef ds. Henk Folkers, want de Afscheiding heeft ons niet gebracht wat we ervan verwacht hadden. Als we de Geloofsbelijdenis van Nicea hoog moeten houden, zei ds. Matthijs Haak, dan betekent dat dat we moeten beseffen dat Jezus de Zoon van God is en wij dus niet.

Des te opvallender is de motivering die de Deputaten voor Kerkelijke Eenheid van de GKv gaven voor het aannemen van de uitnodiging. Het viel binnen de opdracht die de Generale Synode ze gegeven had. Er worden dus geen ‘kerkpolitieke’ overwegingen aangevoerd.

In de genen

Als je goed kijkt, en niet alleen naar de buitenkant van de kerk in een bepaalde periode, dan zit het in de genen van de GKv om zich ‘katholiek’ (‘algemeen’) op te stellen. In de Acte van Afscheiding in 1834 spraken de gereformeerden al uit dat ze bereid waren tot contact met allen die op de grondslag van dezelfde belijdenis stonden. De Acte van Vrijmaking in 1944 trok diezelfde lijn door. “Opdat zij allen één zijn” – die woorden uit Jezus’ hogepriesterlijk gebed staan op het graf van Klaas Schilder, voorman van de Vrijmaking.

We kunnen nog verder teruggaan. Ook de Reformatie in de zestiende eeuw heeft niet gebracht wat men er oorspronkelijk mee bedoeld had. De reformatoren waren er niet op uit om een nieuwe kerk te stichten. In al deze gevallen werden leiders uit de kerk gezet, geëxcommuniceerd, toen ze de belijdenis en prediking van het Woord van God weer oppakten en voortzetten. Nu dat niet meer zo is, is gesprek mogelijk.

De kerk is één, zegt de belijdenis. Katholiek, algemeen. Ook al ziet ze er soms níet uit, nietig en vervolgd, ze is één in hetzelfde geloof (Nederlandse Geloofsbelijdenis, art. 27). Eén in Christus. En daarom wil ze ook één zijn. Ze wil die eenheid beoefenen. Vanuit dat verlangen zal ze het gesprek aangaan.

Vermoeidheid

Een open gesprek – graag! Maar al te gretig op de uitnodiging ingaan kan ook een teken van zwakheid zijn. De kerk wil, als het goed is, niet alleen maar een uiterlijke, organisatorische samensmelting. Omdat ze moe zou zijn en teleurgesteld over de geringe opbrengst van haar inspanningen in het verleden. Vermoeidheid en machteloosheid zijn geen veelbelovende uitgangspunten voor een goed gesprek. De uitkomst is dan voorspelbaar: een hotelkerk; een kerk waarin onder de paraplu van een holle formule iedere stroming z’n eigen ding blijft doen. Lege eenheid en katholiciteit, zonder apostoliciteit, dat wil zeggen, zonder je in te zetten voor datgene waar het de apostelen om ging.

Bij een open gesprek hoort dat je jezelf kunt relativeren. Dat we oog hebben voor menselijke, al te menselijke factoren, die het kerkelijk leven verstoren – van de verschillende kanten, in conflict en in verslapping, in grote en kleine kerken. Alleen Christus mag de lijn aangeven. Om Hem moet het gaan.

Inspanning

Maar dat betekent niet dat wij mensen, en ons handelen, niet zo veel betekenen. Omgekeerd: omdat het om Christus gaat, daarom willen we één zijn met Hem, Hem volgen en ons voor Hem inspannen. Met elkaar, met al degenen die Hem volgen.

Meer dan in het verleden lijkt het erop dat de GKv, wanneer ze het gesprek met de PKN aangaan, daar datzelfde verlangen zullen ontmoeten.

Het is realistisch om er rekening mee te houden dat het gesprek een moeizaam en langdurig proces zal worden. Het proces van de ‘kleine oecumene’, tussen de behoudende gereformeerde kerken, laat dat duidelijk genoeg zien. Evenals trouwens dat van de ‘grotere’, tussen hervormden en gereformeerden, dat tot de PKN (en nog wat meer) heeft geleid.

Het gesprek tussen GKv en Christelijke gereformeerden (CGK) leidde, landelijk, tot een  tot een inhoudelijk document, waarin de accentverschillen tussen beide in een evenwichtige synthese werden samengebracht. Dat heeft op verschillende plaatsen de eenheid bevorderd. Er groeide onderling vertrouwen. Dat is echte oecumene. Er zijn meer voorbeelden in de geschiedenis die het geloof dat het kan, ondersteunen.

12-2-2013

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *