Metropoolpark. Nog een bericht uit Zuid-Afrika

De stad! Waar het bruist. Uit het station kom je direct in de drukte van wat wel het centrum van Johannesburg lijkt te zijn. Langs opengebroken trottoirs, soms dan maar gevaarlijk over de rijbaan – het verkeer staat hier toch bijna stil in de files. Hier staat het stampvol taxibusjes. Ik geniet meteen. Hier is het volle leven, dat ik niet ervaar in de buitenwijk van Pretoria en op de campus die eigenlijk buiten KwaMhlanga ligt.

Ik steek de Wolmaransstraat over. Die naam herinner ik me van Den Haag; daar heb je de Afrikaanderbuurt.

Johannesburg1Er is een park, dat Joubert Park blijkt te heten. Lopend naar de ingang kom ik langs een stalletje met zonnehoeden. Ik pas er een en ik denk dat ik er straks een zal kopen.

Schaken

De zon staat al laag tussen de hoge, zij het meest niet al te nieuwe kantoorgebouwen. Er is nogal wat schaduw en het is niet al te warm, net lekker. Er zitten mannen van nog geen twintig tot beneden de veertig te schaken aan tafeltjes met bankjes die daar speciaal voor gerangschikt lijken te zijn. Dit duo speelt driftig, snel achter elkaar klinkt de klap van het stuk op het bord onmiddellijk gevolgd door de klap op de klok, want ja, die hebben ze ook allemaal ernaast staan. Eén duo loopt om de beurt te sjouwen met monsterstukken op de tegels.

Geluk

Er zitten mensen op muurtjes, anderen liggen of zitten in het gras. Meest mannen, maar ook vrouwen. Moeders met een klein kind. Een kussend paartje. Ook hier is het vol mensen. Het is een vrolijke boel. Ik zie geeJohannesburg5n armoede. Typen in alle maten van M tot XXL, zowel in hoogte als in omvang. Sommige dames, in dezelfde leeftijdsgroepen, elegant – vrouwen en mannen van de middenklasse herken je vooral aan een tas die wat gekost heeft. De meeste mensen zijn gewoon gekleed, niemand schaamt zich voor haar of zijn lichaamsbouw, hoe ook afwijkend van klassieke idealen. Waarom zou je jezelf of je omstandigheden hoge eisen stellen? Bij dit weer en deze temperatuur hoef je je nergens voor in te spannen om in ieder geval nú niet ongelukkig te zijn en dat is genoeg geluk.

Tijd

Mensen krioelen, maar niemand heeft last van de drukte. Ze lopen elkaar niet in de weg, ze hebben de tijd. Ook wie harder vooruit wil dan slenterend drentelende dames zeulend met grote boodschappentassen, heeft niet echt haast. Tweetallen lopen langzamer dan eenlingen, grotere groepen staan stil op hoeken en alle plekken die daarop lijken. Niemand botst tegen een ander op, niemand raakt geïrriteerd. Mensen zijn hier met elkaar, onder elkaar, niet gehinderd door individualisme.

Misleiding

Voor je denkt dat hier een wereldse zorgeloosheid heerst: ergens bij een muurtje op de tweesprong van een pad staat een keurig geklede man – blauwe broek met vouw, wit overhemd, stropdas – met een microfoon te schreeuwen: “We lezen vandaag Matteüs 7 de verzen zoveel en 1 Korinte zoveel! Ziet toe dat niemand u misleide! Er is heel wat misleiding!” Niemand ergert zich, niemand maakt zich uit de voeten of komt belangstellend dichterbij, iedereen mag er gewoon zijn, inclusief hij.

Kleur

Alle mensen zijn zwart. Tenminste, ik ben de enige blanke. Er zijn wel net zo veel verschillende typen zwarten als tussen Portugal en de Oeral blanken. Er zijn er ook van gemengd ras, ‘kleurlingen’. Geen gemiddelden maar zwarte vrouwen met sluik haar, blanke vrouwen maar toch niet helemaal, vrouwen en mannen met rood haar en een daar niet bij passende huidskleur, figuren die trekken van verschillende rassen vertonen in uiteenlopende mengvormen. Misschien waren er een paar albino’s bij: blanker dan blank, echt wit. In ieder geval zag ik typen die het vast niet makkelijk hebben met hun plek in de samenleving. Hier horen zij er net zo goed bij.

Zonnehoed

Eigenlijk wilde ik gaan kijken naar de andere campus van Mukhanyo, die hier dichtbij is, maar ik ben het precieze adres vergeten, het kantoor is toch al dicht, en ik ga heerlijk op in de sfeer van nergens naar toe hoeven, alleen genieten. Foto’s maken hoeft ook al Johannesburg3niet, want ik kon ‘thuis’ m’n camera niet vinden. ‘Thuis’ maar opschrijven dan, als het uitkomt, dat is misschien wel zo sprekend.

Ik ga terug en koop een zonnehoed met een brede rand en een gazen opstaand gedeelte. Praktisch voor Kenia straks, en wie weet, zal mijn gezin straks met tegenzin toegeven dat er tóch een zonnehoofddeksel kan bestaan dat mij niet slecht staat.

Smoes

Zonder het mij bewust te zijn val ik als blanke met mijn schoudertas op. Er zijn geen opdringerige bedelaars of opzichtige zwervers, maar mannen bieden zich aan als toeristische gids. Of: “Bent u misschien verdwaald? Nee? Weet u het zeker?” Ze willen geld om, zeggen ze, wat te kunnen eten. Natuurlijk wimpel ik dat zo veel mogelijk af, maar op het laatste stukje naar het station, met allerlei trappen en verkeer op verschillende niveaus, laat ik dank zij mijn prima humeur warempel zo’n man wat aan mij verdienen. Nog zo’n mooie smoes: “Het is hier gevaarlijk, weet u.” Ja, daar heb ik aan gedacht, daar is Johannesburg berucht om, maar wie zou hier midden tussen de mensen iets durven uit te halen? Best mogelijk dat de misdaad zich op andere plekken in de stad afspeelt.

Trein

De rit per ‘Gautrain’ van Pretoria naar Johannesburg duurt een uur. Daar had ik niet op gerekend, maar het is geen bezwaar: op de heenweg mooie vergezichten, op de terugweg de tijd om mensensoorten wat langduriger en aandachtiger te bekijken. Warempel, nog een of twee blanken. Die hadden vast iets beters te doen dan flaneren in het park.

Er mag nog heel wat verandering nodig zijn voordat het hier Nieuw Jeruzalem wordt, maar dit stukje stad vertoont heel wat tinten waar wij die toekomstige metropool veel te weinig mee inkleuren.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *