Lokichoggio, de tweede keer

Het is ‘mooi weer’ in Lokichoggio: veel bewolking tot nu toe en de laatste dagen forse plensbuien, zodat het niet te heet is – rond de 30 graden terwijl het anders wel 36 of meer kan zijn. De kikkers genieten hoorbaar, de muggen merkbaar ook.

Door een vergissing was er voor mij geen vlucht vanuit Nairobi geboekt, zodat ik op een reservelijst (‘standby-list’) kwam. Maar het ging goed en ik mocht, net als vorige keer op de terugreis, naast piloot Christiaan Haak zitten, zoon van mijn studiegenoot Kees Haak, emeritus-missioloog in Kampen. We hebben honderduit gepraat en weinig over koetjes en kalfjes.

Zwart

Het was hier direct weer vertrouwd: de rust, het simpele, eentonige maar voldoende eten (meegenomen chillisaus en tabasco helpen) zonder toetje en de thee in melk zonder koekje. Als ik een paar pondjes kwijtraak is dat mooi meegenomen. Alleen neem ik een eventueel volgende keer wel all-in oploskoffie mee (al heb ik die vorige keer niet gemist).

De studenten (25) zijn deze keer allemaal uit Zuid-Soedan. Dat ontneemt me de mogelijkheid om ze te onderscheiden op basis van hun huidskleur: allemaal helemaal zwart.

Lachen

Het is een sterke lichting. De meesten presbyteriaans, behoorlijke bijbelkennis (in hun context), intelligente vragen, en ze kunnen preken. ‘Expository preaching’, de tekst langsgaan en puntsgewijs uitleggen en toepassen. Omdat ik een paar bijbelboeken met ze moet bespreken, kan ik mooi de link naar de prediking leggen. Wat ik ze op dit gebied wil bijbrengen zijn voornamelijk typisch gereformeerde elementen: de achtergrond en context meenemen, er een eenheid van maken, en je verplaatsen in de situatie en beleving van de hoorder. Een eenzijdig moreel accent probeer ik te corrigeren met behulp van ‘onze’ praktijk, die overigens een tegenovergestelde eenzijdigheid kent. Ze hebben studiezin en blijven bij de les: niet alleen blijven ze me aankijken, ook lachen ze op het juiste moment. Toen ik ze de uitverkiezingsleer had uitgelegd, zei er een precies na m’n laatste zin: ‘Amen’. Ik was sprakeloos.

Ook deze keer kan ik ze moeilijk verstaan, maar het is niet zo erg als vorige keer. Hun Engels is beter.

Muziek

Ze zingen een paar liederen uit een traditionele Engelse bundel. Als tegenwicht tegen de individuele liederen leer ik ze ‘The church’s one foundation’, en als psalmbewerking ‘Jesus shall reign where’r the sun…’ Maar ik laat ze ook per taalgroep (stam) hun eigen christelijke liederen zingen. Er is een grote groep Anuak. Vervolgens heeft één Dinka gezongen. Leve de variatie in de muziek van christenen wereldwijd! Volgende keer zijn de Nuer aan de beurt.

Ongeluk

Het printen van de handouts heeft wel wat voeten in de aarde. De secretaresse, Tabitha, is met zwangerschapsverlof. Veel erger nog: juist gistermiddag heeft de vrouw van de ‘directeur’, ds. David Wat, een verkeersongeluk gehad, achterop een motor zittend, tussen twee elkaar tegemoet rijdende vrachtwagens in. Volgende week zal hij wel naar huis gaan, zo’n 400 kilometer rijden. Hij had me pas voor het telefoontje een video’tje van z’n zoontje (met moeder) laten zien, jongste van zes kinderen, 3 jaar.

Voor de publiciteit van MERF Nederland heb ik wat foto’s beloofd, maar het is niet makkelijk om nieuwe onderwerpen te bedenken na de serie van vorige keer. Daarom link ik daar nu naar (album 1 van 5 op Facebook): https://www.facebook.com/piet.houtman/media_set?set=a.1058766197500521.1073741831.100001014514451&type=3

Vorige keer heb ik hier trouwens ook geblogd. Hier mijn eerste bericht van toen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *