Kan het slavernijboek dan nu eindelijk dicht?

slavernij-monumentDe herdenking is voorbij, de datum van de afschaffing 150 jaar geleden verstreken. Het was verschrikkelijk, toen. Maar het is wel lang geleden. Onze voorouders waren daders, de voorouders van anderen waren slachtoffers. We hebben schuld beleden. Kunnen we dan nu weer met een schone lei verder? En feestelijk 200 jaar koninkrijk gaan vieren?

Overheersend in de publiciteit was wel het afgrijzen over de wreedheden die toen zijn begaan. Met geen pen te beschrijven. Zwarten werden als beesten in schepen gestouwd, blanken hebben zich als beesten gedragen.

Enige nuchterheid is wel op z’n plaats. De historicus Jan Dirk Snel vraagt daarom. Niet wij zijn de daders, maar andere mensen, die vroeger leefden. Zij waren overtuigd van de argumenten die de slavernij rechtvaardigden. Inclusief de Bijbelse argumenten die zij aanvoerden. Latere pleidooien voor de afschaffing van de slavernij vonden zij op z’n best onrealistisch. We moeten aan de ene kant de historische afstand recht doen, zegt Snel, om ons aan de andere kant ook betrokken te voelen.

In de schuldbelijdenissen rond de herdenking zitten onzuivere elementen. Eigenlijk spreekt er een gevoel van morele superioriteit uit. Wij meten onze voorouders met onze morele maatstaven en zetten hen dan als misdadigers weg. Wij zouden zoiets nooit gedaan hebben. Niet omdat wij in een andere tijd leven, maar omdat wij een beter moreel besef en moreel oordeel hebben. En onze beoordeling is geldig voor alle tijden, ongeacht de tijd waarin die wordt geveld. Het morele niveau dat wij bereikt hebben wordt niet meer overtroffen.

 Ritueel

In deze schuldbelijdenis ontbreekt iets wezenlijks: het contact met de slachtoffers, degenen bij wie wij in het krijt staan. We zijn bezig met onszelf, onze eigen kijk op de geschiedenis, onze schuldgevoelens.

Voor een echte schuldbelijdenis neem je contact op met degene die je onrecht hebt aangedaan. Je wilt weten hoe die zich voelt, hoe gekwetst en hoe boos. Waar heeft de ander behoefte aan? Daar wil je dan op ingaan. Je wilt graag de verhoudingen herstellen. Je vraagt de ander om vergeving, en als die daar positief op reageert, kun je weer met een schone lei verder. In vrede. Eventueel zelfs samen met die ander.

Maar die ander leeft al lang niet meer. Zijn we opgelucht dat president Desi Bouterse van Suriname een verzoenende toon heeft aangeslagen? De nazaten van de slaven leven nu in heel andere omstandigheden, of het nu in Amsterdam en Rotterdam is of in Suriname en de Caribische eilanden in het koninkrijk. Zij hebben andere behoeften, kijken anders tegen ons aan en hebben andere verwachtingen van ons. Plat gezegd: wat kopen zij voor onze excuses, onze morele zuiverheid en goede bedoelingen?

Het hoeft ons dan ook niet te verbazen als ‘we’ over vijftig jaar weer door hetzelfde ritueel heengaan. Of ook al veel eerder. Want dat wij een tweehonderdjarig koninkrijk zijn mét overzeese rijksdelen met zwarte inwoners, heeft veel met het slavernijverleden te maken.

Gewetensonderzoek

Maar er is meer, en dat valt misschien buiten het terrein van de historicus. We staan ook, samen met de mensen van alle tijden, oog in oog met God en zijn Woord. Zijn wet is niet tijdgebonden. Die houdt ons en hen een spiegel voor. In het licht daarvan kunnen we wel commentaar leveren op hun handelen, zoals we dat ook doen met tijdgenoten. Maar dan met de erkenning dat wij familie zijn van die schandalige voorouders en medemensen. Ons treft ook blaam. De erfzonde zit ons net zo goed in de genen.

Dan gaat het er niet alleen maar om dat er nu nog steeds slavernij bestaat en dat wij daar nu iets aan moeten doen. Onze mogelijkheden daartoe zijn beperkt, en daarmee ook onze verantwoordelijkheid.

Maar voor welke gedragspatronen en sociale conventies van ons zouden onze nazaten over 150 jaar terecht hun neus dichtknijpen? Ik heb daar wel ideeën over. Die lui uit de 21ste eeuw spanden nog net zo samen met de rijken en machtigen in ontwikkelingslanden om de weerlozen daar uit te buiten als hun voorouders. Niet meer fysiek, maar economisch. Net zo onrechtvaardig. Die lui uit de 21ste eeuw hadden nauwelijks benul meer van het huwelijk; alleen bij pedofilie trokken ze een streep. Ze voerden een halfhartige strijd tegen drugs; dronken worden vonden ze een normaal onderdeel van een vrolijk leven.

Het zijn maar suggesties. Het komt aan op gewetensonderzoek. Wij zijn nog niet klaar met onszelf. Heer, heb medelijden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *