Homo’s om mij heen

Ik heb een aantal homo’s in mijn vrienden- en kennissenkring. Er zijn er ook enkelen overleden. Van sommigen was die geaardheid min of meer algemeen bekend. Er kunnen er natuurlijk ook zijn van wie ik het niet weet. Van sommigen vermoed ik het, meer of minder sterk, en het kan zijn dat het daarbij blijft.

Aan sommigen merk je iets bijzonders, bijvoorbeeld een hoog stemgeluid, aan anderen niet. Een was er, min of meer gelukkig, getrouwd.  – Ik bedoel (dat moet je er tegenwoordig bij zeggen) als man met een vrouw. – Een ander heeft, al lang geleden, zijn verhaal in romanvorm beschreven. Weer een ander beschrijft in een soort persoonlijke column dat hij zichzelf vroeger als homo beleefde, hoe hij daar nu tegenaan kijkt, hoe hij veranderde en vervolgens trouwde.

Begaafd

Het zijn mensen die een algemeen gerespecteerde plek in de samenleving innemen. Meer dan een was, of is, docent. Een was ouderling in een gereformeerde (vrijgemaakte) kerk. Verscheidene van hen hebben kwaliteiten die vaak met hun geaardheid in verband worden gebracht (ook door mij), zoals een bijzondere gevoeligheid voor mensen, pedagogische bekwaamheid en artistieke begaafdheid. Kortom, zij hebben allemaal ook allerlei andere ‘geaardheden’.

Wie het soort mensen over wie ik het nu heb niet heeft herkend kan aan de publiek bekende Antoine Bodar denken om te begrijpen wat ik bedoel.

Het zal duidelijk zijn dat ik deze mensen groot respect toedraag en sommigen warme gevoelens.

Toetssteen

Dit is allemaal nogal privé, en ik zou geen behoefte hebben om het onderwerp in het openbaar te bespreken als de publieke discussie erover niet in alle heftigheid op me af kwam.

Aan de ene kant is het voor homo’s, mee door de houding van de omgeving, nog steeds moeilijk om uit de kast te komen. Aan de andere kant geldt het als een toetssteen voor je aanvaardbaarheid of je enthousiast genoeg voorstander van het homohuwelijk bent, en in de reclame gaan we steeds meer erotiek tussen mensen van hetzelfde geslacht zien.

 Het is een gevoelig onderwerp, want het raakt ons in het diepst van ons wezen, in de letterlijke zin, in het diepst van ons lichaam. Ik kan me er wel iets bij voorstellen dat een man, net als ik ben, getroffen kan worden door de charme en warmte, de aura en uitstraling die er van een andere man uitgaat. Aan de andere kant: als ik mezelf probeer voor te stellen hoe het zou zijn om homoseksuele gemeenschap te hebben, komen er gevoelens van walging bij mij op.

Verscheurd

In het contact met iemand van wie ik weet dat hij homo is, heb ik, ergens op de achtergrond, wel eens  last van dubbele gevoelens: respect en genegenheid aan de ene kant en negatievere gevoelens aan de andere kant. Maar die laatste zet ik aan de kant, uit vriendschap en op z’n minst menselijkheid; met een groot woord: naastenliefde. Ik wil gewoon met ze omgaan.

Bovendien heb ik een speciaal soort bewondering voor ze. Ik kan mezelf niet helemaal verplaatsen in hoe een homo erotiek en seksualiteit voelt, maar degenen die ik ken moeten zich verscheurd voelen. Ik begrijp dat het niet past om ze met mensen in een rolstoel te vergelijken. Het is geen ziekte of handicap, maar een zijn.

Onmenselijk

“Je mag het wel zijn, maar je mag het niet doen” – zo wordt een traditionele opvatting wel onder woorden gebracht, door mensen die van die opvatting afstand nemen, met een mengeling van ironie en bitterheid. Dat kan niet, zeggen ze. Dat kun je zo niet scheiden.

Ik voel me niet bekwaam om daarover te discussiëren. Maar ik wil wel iets zeggen over de opvatting, die ook in de kerk doorsijpelt, dat je homo’s het recht op seksuele gemeenschap volgens hun eigen voorkeur niet mag ontzeggen. Dat zou onmenselijk zijn. Je kunt ze toch niet veroordelen tot levenslang, in onthouding en eenzaamheid?

Hetero’s

Op dit punt wil ik opkomen voor ongetrouwde hetero’s. Die leven toch in wezen in dezelfde verscheurdheid? Voor de duidelijkheid: ik bedoel degenen die in de overtuiging leven dat seksuele gemeenschap voorbehouden is aan het huwelijk. Al weer: dat moet je er tegenwoordig duidelijk bij zeggen, maar ik ken er genoeg. En ze zijn heus niet allemaal uit vrije wil alleen gebleven.

Ik ben zelf pas op latere leeftijd getrouwd, dus ik heb ervaring. En ik ben vaak genoeg in aanraking gekomen met hun worsteling in stilte, terwijl ze hoogstaande mensen waren en zijn, gewaardeerde krachten op hun werk in de gemeente en in de samenleving, waardevol in de omgang, prettig om mee samen te zijn. Hetero zijn is ook een zijn. “Je mag het wel zijn, maar je mag het niet doen” – daar liggen zij ook wakker van.

En dan worden beide groepen ook nog eens door hun omgeving, in plaats van gesteund, meewarig aangekeken.

Monument

Ik vind dat ze een monument verdienen, de vele homo’s en de naar verhouding minder vele hetero’s die ongetrouwd zijn en ook zo leven; meer dan velen die een monument gekregen hebben. En ik vind het bitter jammer dat in het spraakgebruik over homo’s het verschil tussen homofilie en homoseksualiteit, in de zin van: het ‘zijn’ en het ‘doen’ is weggevallen. Want ik wil degenen die met deze barst leven, in ere houden. Een monument zouden ze niet willen – dan koester ik dat maar bij mezelf in stilte voor ze.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *