Het is weer tijd voor de wet van God

rails-300x176We moeten niet zo met de wet aankomen, hoor ik telkens van alle kanten. De wet schrikt mensen af. In de kerk en er buiten. Het is niet wervend. Pas op voor wetticisme. Laat God zien als gevend, gunnend.

De waarschuwing is begrijpelijk als reactie, want wetticisme leeft. De reactie komt voort uit een liefhebbend hart en pastorale motieven. Veel mensen gaan onder lasten gebukt.

Maar het wordt nu toch wel eens tijd om het voor de wet op te nemen. Niet de wet zoals mensen die vaak aanvoelen en hanteren, maar de wet van God, zoals Hij die bedoelt; zoals Hij zelf is. Want die wet komt uit het liefhebbende, pastorale hart van God.

Opnieuw beginnen

Het is de wet van de vrijheid. De Tien Geboden zijn eigenlijk de decaloog, de tien woorden. Het is de grondwet van het verbond. Die begint met een preambule, het evangelie van de bevrijding: Ik ben God, uw bevrijder! En het eerste gebod is in feite overkoepelend: geloof in Mij!

De overige geboden vloeien daaruit voort. Onze God gunt ons een dag vrijaf. Hij gunt ons opvoeding en onderwijs, veiligheid en bescherming, betrouwbare relaties.

Zeker in het Nieuwe Testament hebben we overvloedig reden om de wet in het licht van de vrijheid  te zien. We zijn bevrijd, Christus heeft de wet voor ons vervuld. Nu, na zijn dood en opstanding, mogen wij met een nieuw leven beginnen. We mogen bij God komen, we mogen Hem dienen. De Geest is gekomen, we mogen nu door Hem leven.

Opgewekt en beslist

Tot de meest geliefde woorden uit het Nieuwe Testament behoren woorden in een gebodsvorm. Kom naar Mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan. Vraag en er zal je gegeven worden. Wees altijd verheugd. Wees over niets bezorgd.

Typisch nieuwtestamentisch is de Paulus oproep tot een nieuw leven in brief aan de Efeziërs: opgewekt en beslist. De tijd van het oude leven is voorbij, het is nu tijd om opnieuw te beginnen! Diezelfde toon horen we in Kolossenzen en in 1 Petrus 4.

En nu de tegenwerpingen. Worden zwakke, zondige mensen zo niet opgejaagd? Nee. Mensen kunnen drammen, maar God dramt niet. De oproepen in Efeze klinken na zo’n vijftien jaar bekering nog net zo fris en opgewekt als in het begin. Het geheim is de genade, de vergeving, die voor altijd en eeuwig is.

Verbaasd

De blijvende zonde doet ons zuchten en verlangen naar verlossing, zegt de Nederlandse Geloofsbelijdenis Paulus in Romeinen 7 na. Maar die maakt ons ook des te meer blij verbaasd dat we toch verder mogen! (Voor wie niet direct overtuigd is, verwijs ik naar Romeinen 6 en 8.)

We zijn allemaal onder de indruk van de biografie van Luther, maar we moeten niet blijven hangen in zijn dialectiek tussen wet en evangelie. Calvijn en (in zijn spoor) de Heidelbergse Catechismus helpen ons daar bovenuit: de wet overtuigt ons niet alleen van zonde maar wijst ons het spoor van het nieuwe leven.

Kaarsje

Het mag dan barmhartig lijken, en ook oprecht zo bedoeld zijn, om de wet wat naar de achtergrond te schuiven. Maar intussen doe je dan af aan het evangelie. Hoeveel Christus voor ons tot stand heeft gebracht op Golgota, en brengt door zijn Geest. Hoe stralend de vernieuwing is die Hij tot stand brengt, vanaf toen tot in de onafzienbare toekomst. Je dimt het licht tot een nostalgisch kaarsje van een lievige God die het goed bedoelt en geen vlieg kwaad doet, maar ons ook niet verder helpt.

De wet neemt ons aan de hand naar het koninkrijk van God en helpt ons voorkomen dat we onderweg een Fyra worden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *