Het begrip ‘secularisatie’ drukt het verhaal van de kerk

Over secularisatie heb ik hier nu en dan al wel een opmerking gemaakt, maar ik vat mijn bedenkingen bij het concept nog een keer samen. Aanleiding daarvoor is dat een predikant onlangs in het Nederlands Dagblad er bezwaar tegen maakte dat iemand als Herman Paul secularisatie een ‘verhaal’ noemt. Deze dominee vond dat je het verschijnsel daarmee te weinig serieus neemt.

Wie secularisatie een ‘Digibron1verhaal’ noemt, dingt daarmee nog niet af op de ernst van de feiten. Hij ontkent of bagatelliseert niet de cijfers van ontkerkelijking en de afnemende invloed van het christendom in samenleving en politiek. Maar ‘feiten’ staan niet op zichzelf. In de geschiedenis niet, maar ook breder in de wetenschap in het algemeen niet. Zodra wij feiten gaan benoemen en met elkaar in verband brengen, hebben wij daar onze motieven en bedoelingen voor. Het zijn dan niet meer feiten zonder meer. In die zin ontstaat er een verhaal.

Er zijn serieuze redenen voor de kerk om het secularisatieverhaal waar ze vertrouwd mee is en dat ze zelf ook vertelt, te herzien.

Secularisatieverhalen beginnen altijd in een situatie waarin de kerk veel macht en invloed had. Of dat nu de jaren vlak na de Tweede Wereldoorlog zijn of de Middeleeuwen. Maar we moeten bedenken dat het evangelie kwam in een ‘seculaire’ wereld. Een wereld die ondanks alle mogelijke godsdienstigheid niet haar Schepper, de Vader van Jezus Christus kende. En dat was in de verdorven praktijk volop te merken. Sterker: het ‘verhaal’ van het evangelie spreekt ons altijd aan als mensen met een wereldse inslag.

Secularisatieverhalen hebben voor de kerk een donkere klank, een klank van neergang. Het klassieke model van ‘opgaan, blinken en verzinken’ speelt daarin een rol. Maar bovendien hebben christelijke predikers doorlopend secularisatieverhalen in verband gebracht met wat de Bijbel zegt over de laatste dagen, waarin de liefde zal verkillen enzovoort. Daarin ligt de suggestie dat die profetieën nu meer dan vroeger van toepassing zijn. Groen van Prinsterer, schrijvend in de negentiende eeuw, na de Franse Revolutie, vermoedde al dat Christus ‘nu’ spoedig terug zou komen. De Bijbel geeft echter geen aanleiding om te suggereren dat de verwachting van de wederkomst van Christus in onze eigen tijd actueler zou zijn dan in welke voorafgaande eeuw ook. Omgekeerd was voor de eerste christenen – achteraf gezien – de wederkomst nog minstens twintig eeuwen ver weg, en dat kan nu nog zo zijn.

Daar komt bij dat het verhaal van Groen van Prinsterer en van ons vandaag zich sterk concentreert op Nederland, of op Europa, of op de westerse wereld. Vandaag kunnen wij veel beter wereldwijd kijken en dat schept een verplichting. Werelddelen die wij vroeger bekeken met een koloniale blik en nu nog steeds de Derde Wereld noemen, gaan ons voor in de verbreiding en opbloei van het geloof. Prachtige feiten, die ook opgemerkt en verteld willen worden!

Verder zoeken secularisatieverhalen te veel naar oorzaken. Alsof we, als we die zouden aanpakken, de gevolgen misschien zouden kunnen terugdraaien. Het wetenschappelijk causaal model wordt hier te veel opgerekt. Maar in het evangelie klinkt de stem van God. Die roept ons, die spreekt ons aan. Ontwikkelingen in het verleden kunnen we niet terugdraaien, maar die stem is nog even helder.

Tenslotte wordt vaak gezegd dat in een geseculariseerde wereld de christenen maar wat bescheidener moeten zijn in hun spreken en hun aspiraties. Maar juist in een donkere wereld vraagt het evangelie om vrijmoedige verklanking. Christus is Heer, niet minder dan vroeger. Hij heeft macht in hemel en op aarde en oefent die ook uit. Op zijn eigen manier. Het licht schijnt en doden worden tot leven geroepen. Die vrijmoedigheid heeft me getroffen bij de verkondigers in India. Zij hebben veel minder middelen dan wij, theologisch en materieel, en hun wereld is veel meer ‘seculier’ en vijandig, maar zij worden niet gehinderd door de ballast van ons westerse secularisatiegevoel.

Ik pleit er niet voor om in plaats van pessimistische betogen een optimistisch verhaal te gaan vertellen. De Bijbel geeft aanleiding om met twee woorden te spreken en twee tendensen in de geschiedenis te onderscheiden. Het evangelie vindt aan de ene kant heel veel ongeloof, tegenstand en verwerping. Maar waar het ontkiemt, draagt het tot wel honderdvoudig vrucht. En de gelijkenis van de zaaier laat ook doorklinken dat onze statistieken daarbij niet zo relevant zijn. Die vrucht is niet altijd spectaculair naar de maatstaven van aardse geschiedschrijving, sociologie of nieuwsvoorziening. Maar laten we evengoed dat verhaal van de vrucht fris vertellen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *