Een beetje nostalgie. Bericht uit Zuid-Afrika

Mukhanyo Theological College is groot geworden. Er loopt nu veel meer personeel rond. De principal, Brian deVries, is een druk baasje. Ik denk met nostalgie terug aan mijn eerste bezoek, nu zes jaar geleden, toen hij nog ongetrouwd was en de drie werkdagen hier (dinsdag-donderdag) overbleef. Toen gingen we samen naar de winkel en aten we samen, waarbij hij me liet kennismaken met enkele typische, hier veel gebruikte etenswaren, vooral graanproducten die je in melk of in je thee of koffie doopt. Nu kost het moeite hem te spreken te krijgen.

Hoera

Verscheidene docenten werken hier voor de helft van de tijd en hebben daarnaast een kleine gemeente, vandaar de beperkte lesdagen. Een flinke groep blanke docenten en andere personeelsleden rijden elke dag op en neer vanaf Pretoria, toch zeker een uur en een kwartier rijden. Zij zijn hier van acht tot vier. Ik heb hier een gastenverblijf en een werkplekje op kantoor, maar voor de lange weekends heb ik een veel ruimer appartement in Pretoria, hetzelfde als vijf jaar geleden – compleet met wifi. Het is in de wijk waar de beide VGKSA-zusterkerken zijn, waar de meeste Nederlandse emigranten van na de oorlog wonen. Daar zijn de grote stukken grond met de breed uitgebouwde huizen, bungalow-stijl, in een boomrijke wijk.

Hier in KwaMhlanga (bij de ‘hl’ laat je aan de zijkanten tussen je tong en je kiezen hoorbaar lucht ontsnappen) is het landschap kaler, het is warmer en de atmosfeer is droger. Ook in de meeste andere opzichten is dit gebied minder ontwikkeld. Wifiverbinding hebben we op de campus maar heel af en toe (als het plotseling komt roep ik hoera) en er zijn verder geen hotspots in de stad – die wij nauwelijks als stad zouden herkennen, het lijkt meer een uitgestrekt dorp.

Middenklasse

Niet dat de verhouding tussen blank en zwart hier in Zuid-Afrika zwart-wit is, sociaal gezien. In het restaurantje vlak bij m’n hotel voor het eerste weekend zit blank en zwart door elkaar te genieten van het leven. “Lekker plek, lekker mense”, zoals de zaak zelf (die verder vanzelfsprekend Engelstalig is) adverteert. Je zit er buiten, maar onder tentzeil, beschermd tegen de zon, met uitzicht op een bloeiende jacarandaboom. Uit buizen wolkt water, wat verkoelend werkt. Het terras is behoorlijk vol en het publiek voornamelijk jong. Het geroezemoes van stemmen is vrolijk en zo luid dat achtergrondmuziek overbodig is; die wordt pas laat in de avond aangezet. Zwart overheerst, overeenkomstig de bevolkingssamenstelling van deze wijk. Wat wel opvalt is dat groepjes óf blank óf zwart zijn, niet gemengd. Ook in de ‘mall’, het Hoog Catharijne-achtige winkelcentrum, zie je geen verschil in positie en kansen tussen blank en zwart. Met elkaar ben je middenklasse. Intussen sprak ik een gemeentelid die een tijd in Nederland heeft gewoond omdat hij zijn baan hier aan een zwarte moest afstaan.

Meerdere

Op de campus beginnen we woensdagsmorgens met een half uur kringgebed met het personeel. Die kring is gemengd en het bidden ook. Zwarte vrouwen mompelen wel heel zachtjes, onverstaanbaar, voor een deel in hun eigen taal. Het huishoudelijk personeel is zwart.

De conciërge, die hier overigens ook gestudeerd heeft, is een toonbeeld van gedienstigheid en is een beetje teleurgesteld dat ik bijna helemaal voor mezelf zorg. Aan de andere kant spreekt de student met dezelfde voornaam, een predikant van een jaar of vijfendertig schat ik, mij aan met de rust en het zelfvertrouwen van een gelijke en bijna meerdere.

Als docenten – blank en zwart zo’n beetje fifty-fifty – zijn we gelijk en trekken we samen op. Gedeelde cultuur verbindt. Dat geldt ook voor de jonge, pittige Zanele, de zwarte vrouwelijke ICT’er.

‘Extension’

Het ‘Theological College’ breidt zich voortdurend uit. Het bouwplan voor de uitbreiding van de campus hangt trots in de aula en naast het gebouw wordt er volop gewerkt. Daarnaast is het gereformeerde schooltje, gesteund door een stichting vanuit Nederland.

Maar het meeste werk is onzichtbaar: het ‘extension’-werk. Cursussen worden op dvd opgenomen en samen met een Study Guide, eigenlijk een compleet leerboek voor elk vak, verspreid over heel zuidelijk Afrika – zeg maar Zuid-Afrika en de aangrenzende landen. Studenten, meest predikanten zonder opleiding, studeren her en der in groepsverband onder leiding van een ‘facilitator’. Ze doen ook tentamens en examens. Tot nu toe alleen op ‘Diploma’- en ‘Certificate’-niveau. Nu is Mukhanyo ook geaccrediteerd voor het extension-programma BTh (bachelor in de theologie), maar het materiaal moet nog ontwikkeld worden. Hier krijg ik mijn bijdrage te leveren: een studiegids schrijven voor dogmatiek.

Bijbelse geschiedenis

Ik moet er zelf wat van maken. Ik ben ingeroosterd voor een blok van zeven uur per week historische stof van het Oude Testament, een lievelingsonderwerp van me. Maar de studenten hebben over een week of drie examen, hadden dit niet echt verwacht en klagen dat ze het er niet bij kunnen doen. We vinden een oplossing. Voor een (zwarte) docent die om gezondheidsredenen plotseling naar huis (Kenia) moest, val ik in met drie uur Pentateuch – stof die tot mijn verrassing niet valt onder het vak ‘historische literatuur van het Oude Testament’. Intussen vorm ik me, met behulp van al bestaande studiegidsen, een indruk van mijn werk straks vanuit huis, en het bad in de sfeer helpt daar zeker bij. Wat ook helpt is dat ik me intussen voorbereid op het doceren van ruwweg dezelfde stof in februari 2016 in Kenia, aan voornamelijk Zuid-Soedanese studenten (onder een heel ander instituut, de MERF). Dat wordt een krachttoer wat klimaat en  primitieve omstandigheden betreft.

Nederland van vroeger

De zondagen zijn een beetje thuiskomen. Ik kwam bij vergissing in ‘Maranata’ terecht, de ‘andere’ VGKSA in Pretoria. Daar ontmoette ik diverse oude bekenden en anderen met wie ik door de gemeenschappelijke Nederlandse achtergrond al gauw een band heb. De sfeer in de kerkdiensten en in het praatje bij de koffie is zoals in het Nederland van m’n tienerjaren – een ‘gemengde zegening’. Ik ontmoette ook Jopie van der Linden, tantezegger van onze kosteres in Barneveld. Vergis je niet: een boom van een vent. Overigens is die ontmoeting een verhaal apart.

Woensdagmorgen, 12 okt. ’15. Foto’s volgen op Facebook

Tweet:

Kan er de humor wel van inzien. Word aangeduid als ‘ds.’ (‘reverend’), doctor en soms zelfs professor. 3 dingen die ik niet ben.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *