Doem en licht over Wenen

Wenen geldt als hart van cultuur, maar het is vergane glorie. De Kärntnerstrasse straalt als eindeloze winkelstraat met een even onafzienbare rij terrasjes hetzelfde consumentenmaterialisme uit als alle moderne wereldstadcentra. De kleding van de krioelende massa doet de woorden Konditorei en Sachertorte ordinair klinken. De brede Ringstrasse met de protserige bouwstijl aan weerszijden doet nauwelijks moeite om daar tegenwicht aan te bieden.

Wenen is nostalgie. Eenmaal per jaar zwelgen we voor de tv, nog wat landerig van de doorwaakte nieuwjaarsnacht, in de decadente schittering van de Musikvereinssaal, waar in het verguldsel en de kroonluchters, de kleding, muziek en dans het Weens Congres nog naglanst.

Dat de stad tot tweemaal toe het bastion van verzet was van het christelijke westen tegen de oprukkende Turken is te lang geleden om ons nog te herinneren. Het Congres had de kans om het symbool te worden van de redding van Europa uit de vuisten van Napoleon. In plaats daarvan werd het, onder leiding van de ijdele en arrogante Von Metternich, een wuft event, waar de reactionaire zelfgenoegzaamheid vanaf straalde. Vorstelijke glorie was al gedoemd te vergaan, in dans zonder beweging.

Grote broek

Mozart en Beethoven werden opgevolgd door het amusement van de wals, waarop ze overigens zelf gepreludeerd hadden. De opera kreeg concurrentie van de operette. Er kwam intussen geen eind aan de conservatieve heerschappij van de keizer. Zijn residentie voelde niet dat hij een te grote broek aan had, politiek en militair, en negeerde het verlangen van arbeiders en randnaties om zichzelf te kunnen zijn. De Weners vermaakten zich in koffiehuizen en in het Prater met z’n half zuidelijke klimaat. Tot op vandaag stelt de wereld zich keizerin Sisi (Sissi) liever als romantisch voor dan dat ze zich haar herinnert als ziekelijk.

Apocalyps

Wenen was voorbestemd om de stad van het fin de siècle te worden. Schubert en Hugo Wolff 1375123897NP1010325overleden aan syfilis – romantische zielen hadden zich graag verbeeld dat het tbc was. Mahlers Weltschmerz domineerde. Klimt en Jugendstil stonden voor ontbinding. Nieuwe experimenten als atonale muziek en expressionisme gingen over de hoofden van het grote publiek heen. Snobs en plebs gingen zich heftig aan elkaar ergeren.

De ondergangsstemming is voer voor cultuurcritici en vermoeide intellectuelen, de Spenglers en Verbrugges van deze wereld. De stad valt onder het oordeel. Is dat al niet bezegeld door de Eerste Wereldoorlog, die uitbrak in een buitengebied van dit rijk? De crisistheoloog Karl Barth had dat kunnen beamen, en ook vele anderen gebruiken het woord er het woord apocalyps voor. Horen we zich dat niet onverbiddelijk voltrekken in Ravels La Valse?

Pasen

Maar als nu het oordeel niet het einde is, als het na Goede Vrijdag Pasen is geworden en op het oordeel over de metropool in de echte Apocalyps het visioen van een nieuwe volgt?

Dan is er een toekomst van goud, juwelen en kristal. Alleen zijn die niet meer geconcentreerd in adellijke villa’s en kunstpaleizen en glanzen ze zonder kunstlicht. Ze zijn verspreid over de hele stad. Ze fonkelen in het daglicht, niet alleen onder bepaalde hoeken maar in een eindeloze gloed.

Het water van de Donau is er niet vuil grijs of bruin zoals nu. De rivier is ook niet alleen maar mooi blauw door de weerspiegeling van de lucht. Ze schittert in datzelfde licht, zachter dan het zonlicht, niet alleen op bepaalde uren van de dag maar altijd door.

Omhelzing

Bij die rivier is er de Ringstrasse. De gebouwen weerspiegelen een zelfbewustzijn dat vrij is van trots. Ze dienen niet meer de gewelddadige onderdrukking van een verwarde samenleving of de beheersing van een innerlijke chaos. Het zijn monumenten van een onbedreigde vrede. Ze herinneren wel aan het verleden, aan eeuwen geschiedenis, maar zonder heimwee. Bebouwing en rivier, mens en natuur hebben elkaar gevonden in een altijd nieuwe omhelzing.

Langs de rivier en aan weerszijden van de Ringstrasse staan bomen, niet een enkele rij maar als een heel park. Daar lopen en zitten mensen. Niet alleen de bevoorrechten die hier in de omgeving zijn opgegroeid of die de stijgende woonlasten aankunnen, maar mensen van heinde en ver. Het is er vol geroezemoes, gelach en stemmen. Er zijn geen gebogen figuren meer, geen krukken en rolstoelen. Niemand is haastig en gespannen op weg, bang om ergens te laat te komen of om nagekeken te worden. Rijpe, gegroefde gezichten glanzen. Jonge mannen en vrouwen stralen uit dat ze een heel leven hebben gekregen. Ze ademen vrij en ontspannen de gezonde, zuivere lucht in.

Gloed

Noord en zuid zijn hier samengekomen. Zuid is niet meer arm en leert noord de kunst van het loslatend genieten. Omgekeerd heeft zuid het geheim geleerd, dat deze eindeloze rust pas heeft kunnen volgen op een leven van moeite, lijden en tranen.

De mannen van Carel van Mander hoeven geen verre reizen meer te maken. De zuidelijke gloed hebben ze voor ogen als een weerkaatsing van hun innerlijk. Vivaldi en Bach zijn tot een eenheid versmolten. Alle kunst is eredienst; sterker nog, alle humaniteit is eredienst. Er is niet alleen geen aparte geestelijke muziek meer, ook een Stephansdom is overbodig geworden. Een Brahms klinkt onder de handen van een Riccardo Muti zonnig, en een Willy Boskovsky dirigeert Schuberts Deutsche Tänze. Freud is bescheiden, niemand heeft hem meer nodig als Messias om naar op te kijken voor zijn of haar verlossing.

 Glimlach

Hoe duidelijk de stad ook herkenbaar is als Wenen, ze heet anders. Ook de rivier heeft een nieuwe naam gekregen. Als je de mensen die namen hoort uitspreken versta je ze niet direct, maar het ziet er uit als een glimlach.

Die stad doemt op achter het Wenen van nu. Als je goed kijkt kun je die er al doorheen zien schemeren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *