De toonhoogte van Professor Trimp. In memoriam

Het woord ‘toonhoogte’ kwam nogal eens terug in de colleges van Prof. Trimp. Een preek was niet goed als je de toonhoogte van de tekst niet trof. En in de inleiding van een preek moest je ‘toonhoogte kiezen’.

Op preekcollege maakte hij dat zelf waar. Prof. Trimp gaf altijd, na de proefpreek van de student en de bespreking daarvan, een eigen preekschets. Dat was niet minder dat een compacte preek. Wij zagen als studenten dan niet alleen maar hoe het eigenlijk moest. Wij voelden ons zoals je je als hoorder in de kerk zou willen voelen: getroost en bemoedigd, boven je dagelijkse besognes en gedachten uit getild.

Colleges

Niet alleen zijn preken, ook al zijn colleges hadden dat niveau. Hij gaf college zoals hij preekte. Dat begon al bij de voorbereiding. Je moet je preken uitschrijven, zei hij, anders ga je freewheelen. Dan verlies je niveau en val je in herhaling. En schrijven is schrappen. Die benadering was herkenbaar in de colleges. Hij maakte aantekeningen die hij niet letterlijk voorlas, maar wel volgde.

Hij droeg zijn colleges langzaam voor, niet op dicteersnelheid maar toch in die richting. Het waren echte ‘lectures’, lezingen. Die hadden niveau, niet alleen inhoudelijk maar ook in structuur, dictie en zeggingskracht. Ze waren nooit academisch in de ongunstige zin: dor, redeneerderig, of zich verliezend in details. De rode draad was altijd goed te volgen.

Niveau had hij ook in het debat met anderen, of het nu op college was en hij de visie van andere theologen besprak, of in discussies in de pers. Hij kleineerde niemand. Ook als hij iemands mening faliekant afwees en daarbij emotie liet doorklinken, bleef hij hoffelijk.

God bij de mensen

De diepste bron van die houding en presentatie was het wonder: God spreekt tot mensen, Hij wil met mensen leven. Dat niveau moet je aanhouden als je preekt, als je spreekt als ambtsdrager, in de kerk.

Daarom hield hij vast aan de benaming ‘ambtelijke vakken’ voor het vak dat hij doceerde. Dat is niet maar een kwestie van een ‘normatief uitgangspunt’. Hij deed de mens recht als niet alleen ontvanger van de boodschap, maar ook degene die reageert. Meteen aan het begin van zijn professoraat verdiepte hij zich in de cliëntgecentreerde gesprekstherapie van Carl Rogers, die in die tijd ingang vond in het pastoraat. In die zin deed hij het specifieke vak dat hij doceerde recht en verdiende hij de titel ‘praktisch theoloog’. Maar het moest geen menselijk onderonsje worden. Communicatie, het fascinerende fenomeen dat een rage was, kreeg zijn aandacht, maar hij doorzag het gebrek aan aandacht voor wat er gecommuniceerd wordt. Hij bleef aandacht vragen voor de communicatie van God met mensen. Zijn boek ‘Klank en weerklank’, waarin hij meer dan in zijn traditie gebruikelijk aandacht heeft voor de geloofsbeleving, legt daarvan getuigenis af.

Bijbel

Datzelfde geldt voor zijn talrijke bijdragen over het Schriftgezag, waarvan er een aantal gebundeld zijn in ‘Betwist Schriftgezag’. In zijn opkomen voor dat gezag was niets formeels. Daardoor kon hij open staan voor ontwikkelingen op dit gebied in de generatie van zijn leerlingen. Zijn beschouwingen zijn altijd doorgloeid van het besef: de Schrift is het spreken van God zelf.

De hoge God is, in Christus, bij mensen komen wonen. Dat was voor hem de diepe werkelijkheid van de betrouwbaarheid van de Schrift. Hij keerde zich tegen elke vermenselijking van de Schrift waarmee het horen van de levende stem van God te kort wordt gedaan. Maar hij benadrukte ook de trouw van God waarmee Hij, herkenbaar, de geschiedenis door met zijn volk meegaat. Dat klinkt door in zijn bespreking van de theologie van Karl Barth in zijn proefschrift.

Vanwege die eerbied voor het spreken van God was Trimp ook exegeet. Hij behandelde in zijn preekcolleges een zo groot mogelijke variatie aan soorten Bijbelpassages. ‘De volledige raad van God’ moest verkondigd worden.

Verfrissend

Van daaruit heeft hij een enorme variatie aan onderwerpen behandeld. Dat had voor een deel te maken met de verscheidenheid van vakken in zijn leeropdracht. Hij kwam op voor zorgvuldige vormgeving van de liturgie. Daaruit kwam het boek ‘De gemeente en haar liturgie’ voort. Hij zag ‘gemeenteopbouw’ opkomen als theologisch vak, zag het belang ervan en bereidde de introductie ervan in Kampen voor. Hij stimuleerde het denken over het diaconaat met een verscheidenheid aan bijdragen.

Wij als zijn eerste studenten (vanaf 1970) ervoeren die inzet, direct vanaf het begin, als een verfrissing. De kerkstrijd van de jaren zestig was nog maar pas achter de rug, een tijd van veel discussie rond een beperkt aantal thema’s, in kringetjes ronddraaiend. Prof. Trimp begon aan een heel nieuw programma, dat van zijn leeropdracht, zonder achterom te kijken. Er was veel te doen, God wilde heel veel doen aan zijn kerk, wij hadden een hoge roeping! Trimp schreef ook over de kerk, maar dat uitgekauwd lijkende onderwerp werd in zijn belichting nieuw: Gods kerk, de bruid van Christus!

Dogmatiek

Trimp kwam als dogmaticus op de leerstoel van de ambtelijke vakken en verloochende die oorspronkelijke discipline niet. Ook zijn dogmatische werk zette hij op vanuit de exegese van Bijbelgedeelten, in plaats van Bijbelteksten als bewijsplaatsen aan te voeren: ook hier moest de levende stem van God doorklinken.

In zijn onderwijs over de catechismuspreek kwamen deze lijnen samen. Hij leerde hij zijn studenten de catechismuspreek op te zetten vanuit een Bijbelgedeelte; je moest niet maar de catechismus uitleggen, maar ook dan het Woord verkondigen. Maar hij gaf ook doorkijkjes door de dogmatische thema’s die in een catechismuszondag aan de orde waren.

Allround

Zijn kerkhistorische kennis en feeling kwam uit als hij theologische thema’s in een historisch kader plaatste. Hij liet je theologen ontmoeten en hun betogen analyseren en begrijpen als mensen. Zo kon hij ze ook relativeren. Humor en kwinkslag doken bij hem telkens midden in het bloedserieuze theologische bedrijf op.

Zijn beheersing van de materie als allround theoloog kwam uit in de evenwichtige manier waarop hij dogmatische, exegetische en diaconiologische (‘ambtelijke vakken’) gezichtspunten, ieder op het juiste moment, wist in te brengen en met elkaar te verbinden.

En in zijn vaardigheid om het uit te leggen. Zijn stijlbeheersing hielp hem daarbij. Het kwam altijd bij de mensen terecht. Zonder aan toonhoogte te verliezen. God is verbazend bij ons.

 Trimp was een instrument om dat besef aan te wakkeren.

12-3-2012

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

mushroom coffee