Boos op de overheid

Heb ik een VVD-benadering? Onlangs in een familiediscussie werd die conclusie geuit. Als mijn vader dat nog had mogen meemaken!

Destijds zagen wij het socialisme als het grootste van de twee kwaden. Omdat wij antirevolutionair waren – terwijl anderen die naam overboord gooiden, waren wij het. In het modieuze dilemma orde of conflict kozen socialisten voor het laatste, wij voor het eerste. Het was de tijd van het neomarxisme en de Koude Oorlog was nog actueel. Vrijheid was voor ons van belang; individuele vrijheid zou ook ons vrijheid laten om ons geloof uit te oefenen op alle terreinen van het leven. Alleen gerechtigheid was de taak van de overheid, barmhartigheid lag op het terrein van de kerk.

Links

Dat is veranderd. Min of meer geruisloos. Het GPV, zo kon je horen, haalde soms de PvdA links in. We hadden de verzorgingsstaat geaccepteerd en in de ChristenUnie maakte de ‘Psalmnorm’, ontleend aan Psalm 72 over de barmhartige Messias, opgang. De overheid was het schild voor de zwakken. Wij waren niet zozeer veranderd, denk ik, als wel opgeschoven in het politieke spectrum.

De liefde voor de gereformeerde politiek is de generaties doorgegaan, maar in dit opzicht lag tussen mijn vader en mij een kantelpunt. Hoe kan ik, nota bene in deze tijd, een VVD-tintje schuldhulpverlening 2vertoond hebben?

Schuldhulpverlening

Het gesprek ging over schuldhulpverlening. Het was juist in het nieuws dat in bepaalde gevallen mensen van zulke hulp werden uitgesloten.

Onder anderen mensen die in een echtscheiding zitten, een huurschuld hebben, een eigen woning bezitten of hun administratie niet op orde hebben, vallen buiten de boot.
Hulpverleners bij onder meer jeugdzorg, verslavingszorg, ggz en reclassering klagen dat hun cliënten nauwelijks toegang krijgen tot gemeentelijke schuldhulpverlening. Het is moeilijk om iemand te helpen, zeggen ze, als de financiële problemen niet eerst serieus worden aangepakt.
http://nos.nl/artikel/2035588-gemeente-doet-te-weinig-voor-mensen-met-schulden.html

Dat was toch een schande! Mensen in nood moesten geholpen worden. Deze VVD-overheid was er alleen maar voor de sterken, de mensen die zichzelf wel konden redden. Dat zag je op veel meer terreinen, zoals de studiefinanciering.

Verontwaardiging

De afgelopen weken was mijn Twitter-tijdlijn al volgelopen met verontwaardiging over de problemen met de pgb-uitbetalingen, terwijl ook bed, bad en brood een hele tijd trending topic waren geweest.

Ik voel daarin mee. Ik zie net zo goed de overheid als schild voor de zwakken, en vind het slordig dat de landelijke overheid een terrein als de jeugdzorg maar bij de gemeenten over de schutting heeft gegooid.

Toch heb ik te veel reserves om zonder meer mee te kunnen huilen met de verontwaardiging.

Aansprakelijk

Om te beginnen. Weliswaar ken ik echt wel de verhalen hoe mensen door tragische omstandigheden waar ze niets aan kunnen doen, in de schulden raken. Ze worden werkloos en kunnen hun hypotheeklasten niet meer betalen. Enzovoort. Maar het gaat me te ver om te doen alsof iedereen die schulden heeft vooral zielig is. Er is ook zoiets als onverantwoord met geld omgaan. Het NIBUD is er niet voor niets. Er is zoiets als door eigen schuld in de schuld geraken – het woord zegt het zal. En zelfs als je niet schuldig bent, kun je nog wel verantwoordelijk zijn. Ik heb het er in de goede tijd van genomen, ik heb die hypotheek afgesloten, ik heb mijn huwelijk niet kunnen redden. Ook als slachtoffer ben je altijd ook nog subject, zelf aansprakelijk.

Waarom zouden echtparen die uit elkaar gaan daar alle ruimte voor moeten krijgen? Kunnen financiële beperkingen niet een motief zijn om het nog maar een poosje met elkaar uit te houden en in ruzies een toontje lager te zingen? Ook een privépersoon kan z’n problemen niet bij instanties of de overheid over de schutting gooien. Je kunt wel zeggen: ‘Wat moest’, of ‘wat moet ik anders?’, maar dat blijft een retorische vraag, je kunt van niemand verwachten dat hij of zij die voor je beantwoordt.

Beroep doen

En dan nog iets. De overheid is geen geluksmachine, zeg ik minister-president Rutte na – ook al hangt daar bij mij geen liberale zelfredzaamheidsideologie aan. Je kunt wel een beroep doen op allerlei instanties, van vrijwilligersorganisaties en voedselbanken tot de overheid toe. Je kunt wel roepen: u hebt het toch beloofd? Of zelfs: ik heb er toch recht op, het staat toch in de wet? Je kunt je volksvertegenwoordigers inschakelen en politieke invloed proberen uit te oefenen. Je kunt je desnoods op de rechter beroepen.

cartoon Tom Janssen
cartoon Tom Janssen

Polsstok

Maar je zult het dan ook wel serieus moeten nemen als de overheid zegt: sorry, we hebben er geen geld meer voor. We hebben een enorme verzorgingsstaat opgetuigd, wat mogelijk was dank zij de groeiende welvaart sinds 1960, maar in 2008 kwam er echt een kink in de kabel. Onze polsstok is gewoon niet lang genoeg! Om nog maar te verzwijgen dat de overheid ooit zou kunnen zeggen: wij hebben u niets anders te bieden dan “blood and sweat, toil and tears” (Churchill, 1940). De overheid kan ook genoodzaakt zijn te zeggen: wij hebben ook andere prioriteiten, en die moeten op dit moment voorrang hebben. Hoe beroerd die overheid dat ook communicatief in het vat giet. De overheid is geen vadertje staat, die verantwoordelijk is om zijn kleine kinderen eten te geven.

De mogelijkheden van de overheid zijn beperkt. De overheid staat in dienst van God; ze is niet zelf God.

Hand ophouden

Gods middelen raken nooit uitgeput. Bij Hem kun je voor alles terecht. En… Hij geeft. Alles wat we hebben of kunnen krijgen, via welk kanaal ook, inclusief de overheid, komt van Hem. Hij heeft gegeven en wil nog steeds geven. Hij is eindeloos barmhartig.

De vraag is of we daarvan willen leven. Er wordt te veel boos geschreeuwd. Ik hoor kinderen stampvoeten. Ik hoor verwende klanten met een muntje hard op tafel tikken omdat de ober niet snel genoeg komt. Zo kom je niet bij God. Je mag heus wel roepen om gerechtigheid. Gods barmhartigheid en zijn gerechtigheid zijn één. Maar je roept als iemand die z’n plaats kent. Je kijkt naar Christus, die aan het kruis gehangen heeft voor al die gaven. Als je Hem kent, voel je het niet als een schande om zo nodig je hand op te houden. Vind je het niet vernederend als er van je verwacht wordt dat je dank-u-wel zegt – tegen God, en dan ook tegen mensen die gaven van Hem aan je doorgeven. En dat je geduld oefent.

Dat is niet links of rechts, maar christelijk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *