Trots op de crisis

Die crisis, dat is nou echt iets voor ons! Dat past bij ons. We hadden heel veel opgebouwd met geleend geld, en nu blijkt dat geld niet betrouwbaar is. Dat wisten we wel, of in ieder geval hadden we het kunnen weten, de Heer heeft het duidelijk genoeg gezegd. Het blijkt ook dat mensen die het geld in handen hebben niet altijd betrouwbaar zijn. Dat hadden we ook geleerd: vertrouw niet op mensen. We dachten dat we alles zo goed in de hand hadden, goed geregeld. Tot op het laatste moment beschouwden wij ons als de sterke landen van Noord-Europa.

Nu valt die trots aan scherven. We leren onszelf opnieuw kennen, in onze kwetsbaarheid en afhankelijkheid. We leren ook de wereld met andere ogen te bekijken. We ontmoeten onze medemensen in andere delen van de wereld, we horen bij elkaar; de echt grote problemen, rond milieu en klimaat, haat en geweld, zijn wereldwijd. Met dit nieuwe inzicht kunnen we echt verder!

Vergaan

Waar ben ik mee bezig, als ik zo schrijf? Niet met defaitisme en doemdenken. Daar ben ik tegen, want er is hoop, dat geloof ik. Maar ik probeer in praktijk te brengen wat Jakobus leert: “Laat de rijke trots zijn op zijn nederige staat” (Jakobus 1: 9 en 10; in de vorige vertaling, NV51, stond: “roemen”). Bij deze merkwaardige en moeilijke oproep betrek ik wat Jakobus als motivering meegeeft. “…Want hij zal vergaan als een bloem in het veld. Als de zon gaat branden en het gras door de hitte verdort, valt de bloem af en is het gedaan met zijn schoonheid. Zo zal ook de rijke vergaan terwijl hij volop met zijn zaken bezig is.” Het klinkt nogal uitvoerig en nadrukkelijk. Het moet blijkbaar goed tot ons doordringen. Want het is praktisch onmogelijk voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan; alleen bij God is dat mogelijk.

Bij elkaar

Jakobus spreekt de armen en de rijken gezamenlijk aan. “Laat de onaanzienlijke gelovige trots zijn op zijn hoge waarde, en de rijke op zijn nederige staat”. Zo brengt hij ons bij elkaar. Ook dat heb ik in het bovenstaande verwerkt. De Bijbel doet dat voortdurend, al vanaf de wet van Mozes: rijken en armen bij elkaar brengen. Die is daar voortdurend op uit, tegen de hardnekkige praktijk in, zoals bijvoorbeeld het boek Spreuken die ook fotografeert.

Overbekend, bij christenen in deze tijd die zich sterk maken voor ontwikkelingshulp, zijn de ruige en dreigende profetenwoorden, met name van Amos, tegen de rijken; maar dat moet ons niet verleiden tot maatschappijkritiek waarin er voor rijken geen evangelie lijkt te zijn en geen weg om te gaan. Rijken en armen, Boaz en Ruth, horen bij elkaar.

Lichaamsdelen

De oproep van Jakobus is een toespitsing van het bekende beeld van Paulus van het ene lichaam van Christus en de vele, sterk verschillende lichaamsdelen. Wel is het een ervaringsgegeven, zo heeft Paulus in dezelfde eerste brief aan de kerk van Korinthe eerst gezegd, dat je in de gemeente vooral mensen uit de lagere klassen van de maatschappij aantreft. “Wat in de ogen van de wereld onbeduidend is en wordt veracht, wat niets is, heeft God uitgekozen om wat wél iets is teniet te doen. Dat is nog steeds de ervaring van de kerk. Ik heb het gezien in Brazilië en in India.

Maar verderop in diezelfde brief heeft Paulus het over sterken en zwakken in de gemeente (al ligt dat onderscheid dan weer op een ander vlak). Beide hebben er hun plaats. En als hij het over het ene lichaam en de vele delen heeft, laat hij ook alle licht vallen op de verschillen tussen de lichaamsdelen. Het is duidelijk dat er spanningen tussen verschillende groepen in de gemeente kunnen zijn en ook inderdaad zijn. Zo heeft ook Jakobus verderop in zijn brief over de verhouding tussen rijken en armen nog heel wat te zeggen.

Achteraan

Maar dit staat voorop. De arme mag trots zijn op zijn rijkdom, en de rijke op zijn vergankelijkheid. Zo zullen christenen beleven dat ze bij elkaar horen.

En dat geldt niet alleen binnen de kerk. Zo heeft God het bedoeld, en dat mag de hele wereld zich aantrekken. Rijke en arme landen. Rijke en arme delen van de wereld. Of – wacht, dat heeft ook vast een betekenis – andersom: de arme voorop. Armen en rijken. Vele eersten zullen tenslotte de laatsten zijn, en omgekeerd. De wet van het koninkrijk.

 10-4-2013

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *