Trucker en koninkrijk

’s Morgens bij het eerste, meestal grijzige licht, nog voor zonsopgang, laadt Ronnie van Vliet zijn truck bij de broodfabriek. Daarna gaat hij op weg om een reeks supermarkten in de omgeving te beleveren. Daar komen de klanten hun dagelijks brood, nadat het vers afgebakken is, kopen.

Er is niets bijzonders aan Ronnie. Hij is niet groot maar heeft wel, net als zo veel van zijn collega’s, een truckersbuik. Ik stel me voor dat hij een vrouw heeft die hem ’s avonds thuis verwacht maar het verder druk heeft met de kinderen van wie de oudste naar school gaat. Hij P1040945geniet van zijn vrijheid, onderweg en zonder dat er een baas op z’n vingers kijkt, al is het tegenwoordig ook vaak stressen met een strakker tijdschema en een drukker geworden verkeer. In ieder geval is de romantiek van de trucker die met de vlam in de pijp door de Brennerpas rijdt niet op hem van toepassing, laat staan dat hij ooit zou figureren in een roman. Hij is gewoon, zijn bestaan is een refrein, en zoals hij zijn er duizend anderen.

Ik zou graag nog meer over hem vertellen: hoe hij zondags naar de kerk gaat en hoe belangrijk dat voor hem is, ook al praat hij nooit over de preek na en zou hij die ook zelden of nooit kunnen navertellen. Maar dat kan ik niet, want ik weet niet of hij christen is, laat staan of hij meelevend is.

Onmisbaar

Van Ronnie zal niet gauw gezegd worden dat hij onmisbaar is. Als hij uitvalt, kan zijn werkgever zonder moeite een ander in zijn plaats inzetten.

Toch is dat wel zo. Sterker: hij is onmisbaar op de weg van Gods koninkrijk, de weg daar naar toe. Zijn collega’s rijden andere routes. Zijn opvolger is nog in opleiding. ’s Morgens staan de kratten brood op hem te wachten. En pas als hij zijn werk heeft gedaan, krijgen de dominee en de IT’er, de chirurg en de medewerker op het kantoor van de ngo hun dagelijks brood. Zij zijn van Ronnie afhankelijk. Zo lang God hem wil gebruiken op deze plek, voor deze rit, is hij net zo onmisbaar als de apostel Paulus destijds op zíjn plek, in zíjn werk. God had het zonder hem kunnen doen, maar Hij heeft hem gewild en geen ander.

Terugkeer

Dat is de glans van Ronnie’s werk. Het gebeurt in het hier en nu, in deze tijd van de geschiedenis, de heilsgeschiedenis: de laatste dagen, de laatste fase van de geschiedenis van het koninkrijk. Het is een schakel in die ketting. Het gebeurt in het uitzicht op de grote dag. Ik zie zijn werk in het licht van de gelijkenis van de koning en de drachmen, of de ponden, in Lukas 19. Het werk gebeurt met het oog op de terugkeer van de Heer als Koning.

Ook als hij geen gelovige is? Ja. Weliswaar zegt Lukas 19 dat niet. Men zou kunnen tegenwerpen dat dit klinkt als een ‘scheppingstheologie’: de schepping zou een intrinsieke betekenis hebben, deze wereld als zodanig zou een heilswaarde hebben, afgezien van het evangelie van de verlossing door Christus, dat geloof vraagt. Een geseculariseerde visie op de wereld, zoals die tegen het eind van de vorige eeuw in de Wereldraad van Kerken tot ontwikkeling is gekomen: gerechtigheid, vrede en heelheid van de schepping.

Woonwijken

Maar dat is niet het geval. Wij gaan Ronnie’s werk pas zo zien als wij geloven in Christus, die komt. En dat kunnen we alleen maar door de Heilige Geest. Dat geldt voor ons, die hem uit de cabine zien klimmen en die bij de supermarkt ons brood kopen; het geldt ook voor Ronnie zelf. Een ongelovige Ronnie, een Ronnie die op zondag niet beter weet te doen dan uitslapen en met zijn gezin uitgaan, maken we niet tot een ‘verborgen’ of ‘anonieme christen’.

Intussen is het wel zo: God gaat zijn weg naar zijn eeuwig rijk over asfaltwegen en door woonwijken met supermarkten zowel als kerkgebouwen, over het oppervlak van deze aarde.

Vergeestelijking

In het christelijk denken en de geloofsbeleving is deze werkelijkheid op veel manieren onderbelicht gebleven, om niet te zeggen ondergesneeuwd. Vergeestelijking is van alle tijden. Ons dagelijks brood – het gebed daarom werd niet alleen door Augustinus vergeestelijkt tot een gebed om het Avondmaal, ook de Heidelbergse Catechismus is niet tevreden met de eenvoud ervan.

Maar juist in onze tijd wordt er weer veel nadruk gelegd op onze vreemdelingschap. Dat is terecht als dat woord maar goed wordt ingevuld. Wij zijn vreemdelingen in de wereld van de goddeloosheid, de wereld die schreeuwt om verlossing. Wij zijn geen vreemdelingen in Gods schepping, op het aardoppervlak.

Dinsdagen

Evenmin kunnen we deze visie relativeren bij de gedachte aan het oordeel, waarin de gestalte, of het uiterlijk, van deze wereld verdwijnt. Want hoe men het oordeel van God ook verder uitwerkt, God redt wel degelijk zijn schepping, zijn wereld, met mensen, volken, een samenleving.

We zouden deze visie op werk ‘eschatologisch’ kunnen noemen. Als we dat woord maar niet gebruiken om de aardse werkelijkheid en de wereldgeschiedenis te relativeren. We zijn op weg naar Gods eeuwig koninkrijk op maandagen en dinsdagen, terwijl we boodschappen doen en terwijl we aan tafel zitten. Als we bidden: “Geef ons vandaag het brood dat we nodig hebben”, bidden we voor ook voor Ronnie en voor een veilig geleide voor hem in het verkeer.

Doeners

Tenslotte wordt de kerkmens in deze tijd weer vooral als kerklid aangesproken en aangemoedigd tot kerkelijk meeleven, meedraaien in gemeentelijke activiteiten en christelijke organisaties, en een missionaire mentaliteit. Ook in de samenleving zou hij zich vooral als gelovige moeten opstellen en bij voorkeur profileren. En de Tien Geboden worden hem voorgehouden als morele leefregels. Maar het eerste wat Ronnie te doen staat, is mens van God zijn, zijn Schepper kennen, en zijn Koning dienen met de honderd drachmen die Hij hem heeft toevertrouwd – voor Ronnie zijn truck, zijn route en zijn dagen. En zijn gezin. Dat zal ook gezond zijn voor zijn taaP1040956lgebruik en zijn omgang met zijn vrouw en kinderen; dat zijn dan goede vruchten. Maar we ontmoeten hem om te beginnen als trucker.

Dat is de diepte van ‘ geloven op maandag ’ of ‘christen zijn in je werk’. Dat is primair in het evangelie voor ‘doeners in de kerk’. Ronnie begint ’s morgens bij het ochtendgloren en hij rijdt de opgaande zon tegemoet.

Lees ook:

Bruggenbouwer

De meeste mensen hebben geen talent

De koning wil je spreken

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *