Is er nog kunst?

Wij hadden de Donald Duck niet, mijn ouders waren er tegen. Ik ben niet vertrouwd met de figuren. Maar soms las ik het blad; het lag in de wachtkamer van de tandarts. Eén verhaal is me bijgebleven. De vrouwelijke hoofdpersoon laat aan haar bezoekers abstracte schilderijen zien en ze zijn er allemaal weg van. Op de laatste bladzij laat ze zien hoe ze tot stand komen: een hond, die uit z’n voerbak staat te eten, kwispelt met z’n staart; onder die staart ligt een palet en erachter staat een opgeraamd doek.

Dat kwam overeen met hoe er thuis over moderne kunst werd gedacht. Karel Appel werd regelmatig geciteerd: “Ik rotzooi maar wat an”. Uit ongeveer dezelfde tijd dateert de scherp ironische gedichtencyclus ‘de kunstcriticus’ van Alain Teister (zelf kunstenaar en kunstcriticus):

“De schilderijen van Karel zijn / sterk. Ruimtelijk, Decoratief.
Mooi van kleur. En met fijn, / met echt beeldend vermogen
geborsteld en gepenseeld.
En wat is er met de compositie? / De compositie is origineel.
En de etsen van Gerrit en Japik zijn / mooi in zwart wit verdeeld,
gevoelig van lijn, / hun droge naalden zijn als fluweel.
En wat is er met de compositie? De compositie is origineel.
En de aquarellen van Hoereboer, / de beelden van Kees, de litho’s van Neel,
de mozaïeken van Keesje zijn stoer / van aanpak, transparant, sterk en beeldend,
verrassend opmerkelijk veel / belovend.
En de compositie is / (…) natuurlijk de compositie is / origineel.”

De titel van het boek Niet alles is kunst zegt al dat het in deze traditie staat: ‘moderne kunst’ kunstwordt aan de kaak gesteld, inclusief alle humbug eromheen, de ‘artspeak’ van kunstenaars, schrijvers over kunst, en museumbonzen. Het hele wereldje wordt ontmaskerd, doorgeprikt, belachelijk gemaakt. De keizer heeft geen kleren aan.

De manier waarop de schrijvers dat doen is sterk uiteenlopend. Ik beperk me tot de eerste twee bijdragen.

Het opstel van Willem L. Meijer, zijn zwanenzang, vind ik eerlijk gezegd beklemmend. De gedachtegang sluit aan bij zijn boeken Kunst en revolutie en Kunst en maatschappij en is sterk geïnspireerd door de geschiedenisvisie van Groen van Prinsterer. De kunst beweegt zich al vanaf omstreeks 1800 in radicaal verkeerde richting, en het gaat van kwaad tot erger – pas aan het eind van de donkere tunnel verschijnt er een heel klein lichtpuntje. Het verhaal wekte bij mij de indruk dat ‘Niet alles is kunst’ volgens hem betekent: er is nauwelijks kunst meer (al bedoelt hij dat niet); er is zelfs nauwelijks ruimte meer om nog kunst te bedrijven. Het lijkt wel of er een geestelijk-esthetische ban heerst. Maar het modernisme was, ook in z’n hoogtijdagen, hoewel misschien binnen een beperkte kring toonaangevend, toch lang niet algemeen en onontkoombaar. Dat heb ik in het begin van dit stuk aangegeven.

Meijer strijdt m.i. teveel op het gebied van de religieuze en levensbeschouwelijke pretentie van moderne kunstenaars en neemt de ‘artspeak’ te serieus. Maar het gaat over kunst: dan gaat het er in de eerste plaats om naar het product te kijken, en dan is een zekere onbevangenheid, afstand en een eigen onafhankelijk oordeel op z’n plaats. En op z’n tijd een blijvende vervreemding, een grijnslach of een schouderophalend voorbijgaan. Bij Meijer is daar te weinig ruimte voor.

Daarbij vergeleken is de bijdrage van Diederik Kraaijpoel een verademing. Het is luchtig geschreven, laconiek en met humor. Hij heeft een brede blik. Eigenlijk behandelt hij doorlopend de vraag wat kunst is – een knappe prestatie in dit bestek. Hij trekt regelmatig een vergelijking met de muziek. Tegenover de eenzijdige aandacht voor kunst waar torenhoge prijzen voor worden betaald, vraagt hij ruimte voor minder dure kunst die mogelijk veel meer om het lijf heeft. Hij verdedigt het ‘sublieme’, de heerlijke huivering, terwijl bij Meijer Goya en Friedrich een negatief voorteken krijgen. Ook markeert hij de ruimte voor de lagere kunst en voor de speelsheid. Verder zet hij, in een boek dat in hoofdzaak pleit voor figuratieve kunst, representatie en recht doen aan de geschapen werkelijkheid, het recht van abstracte kunst en abstractie uiteen.

Niet alles is kunst is geen steen in een rimpelloze vijver, maar werpt wel verse brandstof op de discussie over kunst.

2-9-2010

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *